In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 50 min
Onderdelen in deze les
1. Stofeigenschappen
Slide 1 - Tekstslide
Je moet van tevoren hebben een dichte doos met
5 reageerbuisjes + met dopje erop
- Spiritus
- Slaolie
- Ammonia
- Alcohol
- Water
+ Lucifers, schaaltje om alcohol op te branden
Op de volgende dia zie je een omschrijving van wat je de klas verteld, erg leuk.
Heel veel dank aan oud-collega Kas Kop Jansen.
Slide 2 - Tekstslide
Slide 3 - Tekstslide
Notitie voor docent
Meenemen:
Zoek wat flessen en voorbeelden van de symbolen
Slide 4 - Tekstslide
Planning
Stofeigenschappen
Symbolen
Tijd voor huiswerk
Slide 5 - Tekstslide
Stofeigenschappen
Een stofeigenschap is een eigenschap waaraan je een stof kunt herkennen
Slide 6 - Tekstslide
Stofeigenschappen
Water
Slide 7 - Tekstslide
Stofeigenschappen
Een stofeigenschap is een natuurkundige of scheikundige eigenschap die eigen is aan de stof of het mengsel van stoffen.
Slide 8 - Tekstslide
Stofeigenschappen
Een stofeigenschap verandert niet wanneer de hoeveelheid/omgeving van de stof verandert
Slide 9 - Tekstslide
Stofeigenschappen
Kleur
Geur
Smaak
Brandbaarheid
Oplosbaarheid
Smeltpunt
Voorbeelden
Hardheid
Stroom geleidend
Helderheid
Radioactiviteit
Dichtheid
Slide 10 - Tekstslide
Stofeigenschappen
Kleur
Geur
Smaak
Brandbaarheid
Oplosbaarheid
Smeltpunt
Voorbeelden
Hardheid
Stroom geleidend
Helderheid
Radioactiviteit
Dichtheid
Slide 11 - Tekstslide
Stofeigenschappen
Prijs
Massa (gewicht)
Volume
Mooiheid
Temperatuur
DUS NIET
Slide 12 - Tekstslide
Stofeigenschappen
Prijs
Massa (gewicht)
Volume
Mooiheid
Temperatuur
DUS NIET
Slide 13 - Tekstslide
Gevaarlijke stoffen en symbolen
'Bij gevaarlijke stoffen staat op de verpakking vaak een waarschuwing geschreven en ze zijn soms uitgerust met kinderveilige doppen die je niet zomaar kan losschroeven.
Daarnaast staat er ook vaak een gevarensymbool op waaraan je direct kan afleiden waar je op moet letten, zonder dat je tekst hoeft te (kunnen) lezen.
Slide 14 - Tekstslide
Symbolen op stoffen
Slide 15 - Tekstslide
Symbolen
Slide 16 - Tekstslide
Symbolen in een ruimte
Slide 17 - Tekstslide
Samenvattend - Stofeigenschappen
Stofeigenschap: Een stofeigenschap is een natuurkundige of scheikundige eigenschap die eigen is aan de stof of het mengsel van stoffen. Het is niet afhankelijk van de hoeveelheid of omgeving
Voorbeelden:
Kleur
Geur
Smaak
Brandbaarheid
Oplosbaarheid
Smeltpunt
Bijvoorbeeld toepassen bij suiker:
Kleur : wit
Geur : geen
Smaak : zoet
Brandbaarheid : Is brandbaar maar niet heel erg
Oplosbaarheid : Goed oplosbaar in water
Smeltpunt : 186 °C
Slide 18 - Tekstslide
Samenvattend
Leer deze symbolen uit je hoofd:
(klik om te zoomen)
De onderstaande video is een samenvatting van deze les
Slide 19 - Tekstslide
Verwerkingsvragen
Ga naar https://lessonup.app/
B1A = vlops
B1B = fljfh
B1C = pycia
Slide 20 - Tekstslide
Verwerkingsvragen
Dit is Huiswerk
In SOM vind je wanneer je dit precies moet af hebben
De groene vragen zijn optioneel
Slide 21 - Tekstslide
'In huis kom je veel verschillende stoffen tegen, bijv. een houten tafel en een handgreep van metaal. Al deze stoffen hebben verschillende eigenschappen, stofeigenschappen genaamd. Zo is hout bijv. heel erg brandbaar en metaal niet.
1a. Geef de definitie van een stofeigenschap (Leg uit wat het woord stofeigenschap betekent).
Slide 22 - Open vraag
1b. Geef vier voorbeelden van stofeigenschappen.
Slide 23 - Open vraag
Vraag 2
In huis kom je veel verschillende stoffen tegen, bijv. allesreiniger, spiritus en groentesaus. Deze stoffen kun je ordenen in 3 groepen, namelijk reinigingsmiddelen, voedingsmiddelen en brandstoffen.
In de volgende dia zie je allemaal verschillende stoffen. Verdeel deze over de 3 groepen. Sommige stoffen zitten in meerdere groepen.
(TIP als je een stof niet kent, zoek deze dan op internet op!)
Slide 24 - Tekstslide
Voedingsmiddel
Brandstof
Reinigingsmiddel
Ammoniak
Kaarsvet
Groentesaus
Spiritus
Natuurazijn
Paneermeel
Bleek
Soda
Slaolie
Terpentine
Slide 25 - Sleepvraag
3a. Vanwege welke stofeigenschap wordt zout over de aardappelen gedaan?
Zout wordt over de aardappelen gedaan om ze lekker zout te maken. Ofwel de stofeigenschap is: Smaak.
tip
Slide 26 - Open vraag
3b. Vanwege welke stofeigenschap worden diamanten gebruikt in een trouwring?
Slide 27 - Open vraag
3c. Vanwege welke stofeigenschap wordt koper gebruikt als elektriciteitssnoer?
Slide 28 - Open vraag
3d. Vanwege welke eigenschap gebruikt men schoonmaakazijn bij het schoonmaken?
Slide 29 - Open vraag
3e. Vanwege welke eigenschap wordt een vlotter (drijvend onderdeel in wc stortbak) gemaakt van plastic?
Slide 30 - Open vraag
3f. Vanwege welke eigenschap wordt lood bij het dakdekken gebruikt?
Slide 31 - Open vraag
3g. Vanwege welke eigenschap wordt papier gebruikt voor het aanmaken van een vuurtje
Slide 32 - Open vraag
4a. Aan de hand van welke stofeigenschappen kun je goud en zilver onderscheiden?
Slide 33 - Open vraag
4b. Water en alcohol kun je zelfs met meerdere eigenschappen onderscheiden, noem er 3
Slide 34 - Open vraag
5. Waar staat dit symbool voor?
A
Je moet in deze ruimte altijd schreeuwen
B
Je mag niet schreeuwen in deze ruimte
C
Algemeen gevaar
D
Giftige stoffen
Slide 35 - Quizvraag
6. Wat betekent dit symbool?
A
Radioactief afval
B
Ioniserende straling
C
Biologisch risico
D
Pas op, Spinnen
Slide 36 - Quizvraag
7. Wat betekent dit symbool?
Slide 37 - Open vraag
8. Welk symbool zou op een fles moeten staan waar ontplofbare stoffen inzitten?
A
B
C
D
Slide 38 - Quizvraag
9. Waarvoor staat dit symbool?
A
Deze stof veroorzaakt direct een hartaanval
B
Deze stof is giftig
C
Deze stof veroorzaakt lange termijn gezondheidsgevaar
D
Deze stof is gevaarlijk voor het milieu
Slide 39 - Quizvraag
10a. Zoek in huis een verpakking waar een waarschuwingssymbool op staat. Vraag eventueel je ouders om hulp. Maak een foto van de verpakking en de symbolen.
Slide 40 - Open vraag
10b. Wat was de verpakking die je vond? Wat betekenen de waarschuwingssymbolen?
Slide 41 - Open vraag
De laatste paar vragen gaan over de vorige les (1. Stofeigenschappen).
Hiervoor moet je eerst het onderstaande filmpje kijken.
Slide 42 - Tekstslide
11. Bekijk de video op de vorige dia. Neem de tabel hiernaast over en vul de stofeigenschappen in.
Slide 43 - Open vraag
12. Geef aan of de volgende eigenschappen wel of geen stofeigenschappen zijn.
13. 'Op het etiket van een pot jam staat de de volgende stoffen zijn toegevoegd: E128, E200, E330. Deze nummers noem je ook wel E-nummers. Deze nummers staan voor bepaalde stoffen die toegevoegd zijn aan etenswaren. Zoek op internet de betekenis van deze 3 toegevoegde stoffen.'