Trainen les 3

Trainen 
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
DierverzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Trainen 

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
  • Je weet wat de 3 basisbehoeftes zijn om motivatie op te wekken

  • Je weet wat klassieke/operatie conditionering betekent en kan het verschil hier tussen uitleggen.

  • Je kunt de begrippen gewenning, inprenting en imitatie uitleggen en hier een voorbeeld van geven.

  • Je kunt tenminste 2 trainingstechnieken die we benoemen in eigen woorden uitleggen




    Slide 2 - Tekstslide

    Hoe leren dieren?
    • Dieren zijn opportunist:
           Alleen als het hem iets positiefs oplevert zou die het herhalen  

    • ''Iets''  = wat het dier belangrijk vindt, zoals voedsel, veiligheid en                                            aandacht

    Slide 3 - Tekstslide

    Slide 4 - Video

    Motivatie voor leren
    3 basisbehoeftes:
    1. Veiligheid
    2. Voedsel
    3. Aandacht 

    LET OP: Afhankelijk van ras, karakter en leerervaringen

    Slide 5 - Tekstslide

    4 fases van leren

    1. Aanleren ( gedrag verwerven ) 
    2. Beheersen ( automatisch toepassen )
    3. Generaliseren ( breed toepassen )
    4. Handhaven ( altijd )

    Slide 6 - Tekstslide

    Slide 7 - Tekstslide

    Slide 8 - Tekstslide

    Eens of oneens
    Om een dier te trainen moet je het verleden van het dier kennen

    Slide 9 - Tekstslide

    Eens of oneens
    Als je een dier wil trainen is het beter eerst een band op te bouwen

    Slide 10 - Tekstslide

    Slide 11 - Tekstslide

    Eens of oneens
    Bij een bekrachtiging voeg je altijd iets toe waardoor je het dier beloont.

    Slide 12 - Tekstslide

    Bekrachtigen/corrigeren 
    • Een bekrachtiger zorgt er voor dat gedrag blijft bestaan of dat gedrag toeneemt (belonen)
    Een correctie zorgt ervoor dat gedrag minder wordt of stopt (straffen)

    • Positiefs: iets toevoegen
    Een beloning geven = positieve bekrachtiging
    Een straf geven = positieve correctie

    • Negatief: Iets onthouden / weghalen
    Iets onaangenaams / eng weghalen = negatieve bekrachtiging
    Een beloning niet geven = negatieve correctie

    Slide 13 - Tekstslide

    Voorwaarden voor training
    Geen angst / agressie
    Geen afleidende prikkels in het begin
    Shaping
    Timing
    Hulpmiddelen gebruiken
    Motivatie
    Juiste bekrachtiger / correctie
    Korte leerperiodes

    Slide 14 - Tekstslide

    Eens of oneens
    We trainen dieren het liefst op een nieuwe plek

    Slide 15 - Tekstslide

    voorwaarden
    Goed voorbereide trainer (o.a. kennis van soort, individuele dier, gedrag en leerprincipes)
    Een ontspannen dier (geen angst, stress, opwinding)
    Een rustige omgeving die zo weinig mogelijk afleidende prikkels geeft
    Vertrouwen tussen trainer en dier en voorkomen dat je het vertrouwen schaadt
    Een trainer met kennis van goede trainingstechnieken en een plan van aanpak dat het dier opzet voor succes

    Slide 16 - Tekstslide

    Wat zouden wij bedoelen met het begrip: Gewenning?

    Slide 17 - Open vraag

    Antwoord: 
    Bij gewenning gaat het om het afleren van reacties op bepaalde prikkels uit de omgeving die vaak herhaald worden of permanent aanwezig zijn en waar geen beloning of straf op volgt.

    Slide 18 - Tekstslide

    Wat zouden wij bedoelen met het begrip: Imitatie
    A
    Het negatieve gedrag niet kunnen zien
    B
    Het tegenovergestelde doen van anderen
    C
    Het positieve gedrag opslaan
    D
    Het nadoen van anderen

    Slide 19 - Quizvraag

    Wat zullen wij bedoelen met het begrip: Inprenting?

    Slide 20 - Open vraag

    Antwoord
    Inprenting is gedrag dat in een bepaalde gevoelige periode aangeleerd is. Een goed voorbeeld van inprenting zie je bij jonge ganzen. Die volgen het eerste wezen dat ze zien nadat ze uit het ei zijn gekomen.


    Slide 21 - Tekstslide

    Wat is sensitisatie?
    A
    dier wordt gevoelig gemaakt voor een prikkel
    B
    Dier went geleidelijk aan een prikkel.
    C
    Leren gebeurt ongemerkt.
    D
    leren door observeren en nadoen van gedrag.

    Slide 22 - Quizvraag

    Sensitisatie
    (engels) Sens= Gevoel
    - gevoeliger maken van een dier voor een prikkel.
    - omgekeerde van habituatie.

    Slide 23 - Tekstslide

    Wat is latent leren?
    A
    dier wordt gevoelig gemaakt voor een prikkel
    B
    Dier went geleidelijk aan een prikkel.
    C
    Leren gebeurt ongemerkt.
    D
    leren door observeren en nadoen van gedrag.

    Slide 24 - Quizvraag

    Latent leren
    - Latent= onopgemerkt

    - dier leert ongemerkt van zijn omgeving. 

    Slide 25 - Tekstslide

    TRAININGSTECHNIEKEN

    Slide 26 - Tekstslide

    Eens of oneens
    Husbandry training wordt voornamelijk ingezet in dierentuinen is vaak een training waarbij hands off wordt getrainf

    Slide 27 - Tekstslide

    SCANNING
    1. Je observeert het gedrag van het dier
    2. Laat het dier uit zichzelf het gewenste commando doen
    3. Gelijk belonen bij gewenste gedrag
    4. Later geef je commando wanneer dier gewenst gedrag laat zien

    Zo legt het dier een verband tussen gedrag en commando

    Slide 28 - Tekstslide

    Eens of oneens
    Bij target training gebruik je altijd een voorwerp, je hand kan niet dienen als target

    Slide 29 - Tekstslide

    TARGET
    • Je leert een dier een object (de target) aan te raken met een bepaald lichaamsdeel. Dit kan bijvoorbeeld een neus, poot, oor of achterwerk zijn.

    • Zo kun je een dier begeleiden in een oefening, of deze stil laten staan/ liggen tijdens bijvoorbeeld een onderzoek

    Slide 30 - Tekstslide

    Eens of oneens
    Bij de trainingsmethode moddeling werk je hands off met het dier

    Slide 31 - Tekstslide

    MODDELING
    • Je leert een dier iets door het te laten zien
    • Je drukt bijvoorbeeld de kont van de hond naar de grond. Zodra hij zit, ontvangt hij de beloning.


    Op deze manier zien dieren wat precies de bedoeling is!

    Slide 32 - Tekstslide

    MIMICRY
    • Je leert een dier het gedrag van een ander te imiteren. 
    • Deze vorm van shaping wordt vooral gebruikt bij het leren praten van vogels

    Slide 33 - Tekstslide

    Hoe zou je een training leuk kunnen houden?

    Slide 34 - Open vraag

    Afwisseling aanbrengen: hoe?
    Structuur van de sessie:
    Lengte
    Plaats
    Gevraagde gedrag
    Snelheid
    Afwisselende groepssamenstelling
    Trainers
    Reinforcers (beloningen)
    Type sessie:
    Bewegingssessie, speelsessie
    Creatieve sessie, focus sessie

    Slide 35 - Tekstslide

    Sessies 
    1. Bewegingssessie: Een bewegingssessie is erop gericht om het dier een workout te geven en dus flink te laten werken.
    2. Speelsessie: Bij een speelsessie kiest het dier zelf wat het eigenlijk wil doen. Denk aan het trainen met speeltjes en andere verrijkingsvoorwerpen.
    3. Creatieve sessie: Bij een creatieve sessie mag het dier creatief zijn en krijgt het bijvoorbeeld een beloning als het iets nieuws laat zien. Zo kan een gedrag verder uitgewerkt worden tot het een nieuw commando wordt.
    4. Focus sessie: Bij een focus sessie wordt een specifiek gedrag of taak getraind, zoals het springen naar een bal of het oplossen van een puzzel.

    Slide 36 - Tekstslide

    Trainingsdoel
    Een training heeft een doel nodig, een goed trainingsdoel voldoet aan deze eisen:
    Nut voor het dier
    Nut voor de verzorger
    Nut voor de organisatie
    Voorbeelden van een trainingsdoel?


    Slide 37 - Tekstslide

    Doel
    Waarom is het opstellen van een trainingsdoel zo belangrijk?

    Om te controleren of je training behaald is
    Om (financiële) goedkeuring voor de training te krijgen
    Om draagvlak te creëren voor de training

    Slide 38 - Tekstslide

    Welke training heb jezelf wel eens gedaan. Vul in: Dier, type training, doel en wat was het resultaat.

    Slide 39 - Open vraag

    EVALUATIE

    Slide 40 - Tekstslide

    Wat heb je vandaag en vorige week geleerd

    Slide 41 - Open vraag

    Wat vind je van de les van vorige week en deze week, graag een tip en een top

    Slide 42 - Open vraag