Nieuwsbegrip B: naar de stembus op 15 maart: waarom?

Nieuwsbegrip B: naar de stembus op 15 maart: waarom?
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
Begrijpend lezenBasisschoolGroep 7,8

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Nieuwsbegrip B: naar de stembus op 15 maart: waarom?

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoel: 
De leerlingen kunnen de tekst actief lezen aan de hand van
sleutelvragen. Ook kunnen ze toetsvragen over de tekst beantwoorden
Leesdoel: 
Na het lezen weten de leerlingen waar de verkiezingen over
gaan en wat de taken zijn van de Provinciale Staten en de waterschappen

Slide 2 - Tekstslide

Woordenschat: 
het bestuur = de groep mensen die ergens de leiding over heeft
vertegenwoordigen = namens iemand aanwezig zijn of een beslissing nemen
indirect = niet rechtstreeks, via een omweg
het is … geblazen = het is nodig om te …

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Wat weet je al over de verkiezingen?

Slide 5 - Woordweb

Waarvoor kan er op 15 maart gestemd worden?

Slide 6 - Open vraag

Eens in de vier jaar
Wat wordt er bepaald met de verkiezingen van de Provinciale
Staten?

Slide 7 - Open vraag

Taken van de
Provinciale Staten
3. Waar beslissen de Provinciale Staten vooral over?

Slide 8 - Open vraag

Taken van het
waterschap
4. Waarom betalen we in Nederland belasting aan de
waterschappen?

Slide 9 - Open vraag

De Eerste Kamer 5.
Iedereen die mag stemmen voor de Provinciale Staten, stemt
dus indirect voor de Eerste Kamer. Waarom is dat zo?

Slide 10 - Open vraag

Stemmen tellen 6.
Hoe wordt bepaald welke partijen in het college van
Gedeputeerde Staten komen?

Slide 11 - Open vraag

1. Lees het stukje met het kopje Eens in de vier jaar nog eens. Welke bewering is
waar?
A
De gemeenten bepalen wie er in de Provinciale Staten komen.
B
De leden van de Provinciale Staten horen niet bij een politieke partij.
C
De leden van de Provinciale Staten kiezen de Tweede Kamer.
D
Eens in de vier jaar zijn er verkiezingen voor de Provinciale Staten.

Slide 12 - Quizvraag

2. Lees het stukje met het kopje Taken van de Provinciale Staten nog eens. Gaat de
provincie ook over de plaats van de bushaltes binnen een dorp of
stad, denk je?
A
Ja, want dit hoort bij de inrichting van de ruimte.
B
Ja, want dit hoort bij het regelen van al het openbaar vervoer in de provincie.
C
Nee, want de provincie regelt alleen het openbaar vervoer tussen gemeenten.
D
Nee, want de provincie regelt niets met het openbaar vervoer.

Slide 13 - Quizvraag

Kijk in het stukje Taken van het waterschap. Welke vraag wordt in dit stukje
vooral beantwoord?
A
Waar houdt het waterschap zich mee bezig?
B
Waarom werken de waterschappen samen met de provincie?
C
Wat moeten burgers zelf regelen als het om water gaat?
D
Welke waterschappen zijn er in Nederland?

Slide 14 - Quizvraag

In regel 33-34 staat: Niet ieder lid van de Provinciale Staten heeft een even
zware stem. Wat wordt hiermee bedoeld?
A
Het is figuurlijk bedoeld. In de ene provincie heeft een lid van de Provinciale Staten meer invloed op de Eerste Kamer dan in een andere provincie.
B
Het is figuurlijk bedoeld. In sommige provincies mogen de leden van de Provinciale Staten meer geld uitgeven dan in andere provincies.
C
Het is letterlijk bedoeld: niet ieder lid van de Provinciale Staten praat met een even zware stem.
D
. Het goede antwoord staat er niet bij.

Slide 15 - Quizvraag

Je hebt de hele tekst gelezen. Welke zin zou je kunnen toevoegen als laatste zin van
de tekst? Kies de zin die het beste past.

A
Als je mag stemmen, heb je dus invloed op het bestuur van Nederland.
B
Als je mag stemmen, heb je geen invloed op het bestuur van Nederland.
C
Als je nog geen 18 bent, kun je met je ouders mee om te stemmen.
D
Als je wilt, kun je helpen om de stemmen te tellen.

Slide 16 - Quizvraag

Het waterschap heeft verschillende taken. welke taken passen bij het waterschap?
A
afvalwater zuiveren
B
kwaliteit binnenzwembaden controleren
C
waterstand regelen van sluizen
D
weidevolgels beheren

Slide 17 - Quizvraag

Wat doet een waterschap
A
dijken onderhouden
B
zorgen voor goede waterkwaliteit
C
waterstand in polder regelen
D
allemaal

Slide 18 - Quizvraag

Wat is een waterschap?
A
Het schap in de supermarkt waar het bronwater staat
B
Organisaties die zich inzetten voor verbetering van de waterkwaliteit
C
Overheidsinstelling die zich uitsluitend bezighoud met water
D
De minister van Rijkswaterstaat

Slide 19 - Quizvraag

Na de verkiezingen...
A
gaat de grootste partij regeren
B
wordt er direct een coalitie gevormd
C
gaan partijen onder leiding van een informateur kijken wie er samen kunnen regeren

Slide 20 - Quizvraag

Wat zijn verkiezingen?
A
Regels in een land waar iedereen zich aan moet houden
B
Dag waarop mensen mogen stemmen
C
Groep mensen met dezelfde ideeën over het bestuur
D
Een probleem bij de tandarts

Slide 21 - Quizvraag

Wat is een verkiezings-
programma?
A
Een interessant tv programma
B
Een stapel papieren waarin alle plannen staan opgeschreven
C
Een programma over de verkiezingen
D
Uitleg over politiek

Slide 22 - Quizvraag