Recap hoofdstuk 5 & 6

Recap hoofdstuk 5 & 6
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 3

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Recap hoofdstuk 5 & 6

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe maak je short yes/no answers?

     Je geeft als volgt een kort antwoord in het Engels:
    
            Yes/No, + onderwerp + werkwoord

Is it true?
Yes
it
is.
No
it
isn't.
Dus ook een short yes/no answer heeft een vaste zinsvolgorde!!!

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Short yes / no answers

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Short Yes no answers

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Short yes/no answers
Did they chase the thief?
A
Yes, they did chase the thief
B
No, they did
C
Yes, they did
D
Yes, they didn't

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat doe je om een short yes/no answer te geven?
A
Je herhaalt het onderwerp en het 1e werkwoord
B
Je herhaalt alle werkwoorden
C
Je herhaalt de hele zin met yes/no
D
Je zegt alleen 'yes' of 'no'

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Short yes/no answers
Were you scared in that roller coaster?
A
Yes, I were
B
No, I was
C
No, I weren't
D
Yes, I was

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Short Yes and no answers!
Are you in the English class right now? Yes,
A
I are
B
I am
C
I aren’t
D
I am not

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Adverbs of place and time

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Adverbs of place and time
Adverb of place = plaatsbepaling    (at school, in England)
Adverb of time = tijdsbepaling          (at 4 o'clock, tomorrow)


Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar?
Adverbs of place and time komen altijd achteraan in de zin.
Eerst de plaats en dan de tijd:

We are going swimming in the lake tomorrow.
My parents

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Adverbs of Place and Time
A
Can go anywhere
B
Are at the end of a sentence
C
Go in the middle of sentences

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Adverbs: place and time. Put in the correct order.
put - the rubbish bin - on Monday - back -into the shed - could you ?

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Adverbs of frequency
-
-

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn adverbs of frequency?
A
am / is / are / was / were
B
always / never / often
C
work / play / eat
D
to be / was were / been

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar plaats je een Adverb of Frequency?
A
She is always late.
B
Always she is late.
C
She is late always.
D
She always is late.

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

remember      ?
+ hoofdzin, - tag question
- hoofdzin, + tag question
zo kort mogelijk maken:
persoonlijk voornaamwoord
in tag question

Slide 17 - Tekstslide

Give  them new seats.
Tag questions

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tag Questions 

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TAG QUESTIONS:
Als de zin ontkennend (-) is, dan is de tag question....
A
bevestigend (+)
B
ook ontkennend (-)

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

which tag question is correct?
A
He has never done that, did he?
B
She has seen it herself, hasn't she?
C
he never really did that, has he?
D
She saw it herself, has she not?

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vul de juiste 'Tag question' in. (Schrijf alleen de tag question op)

It isn't difficult, ....?

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vul de juiste 'Tag question' in. (Schrijf alleen de tag question op)

They aren't Italian, ....?

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Imperatives

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

imperatives

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Imperatives:
Zeg dat je NIET mag roken.

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Imperatives:
Zeg dat iemand stil moet zijn.


A
Don't be quiet!
B
Be quiet!
C
Be quite!

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Rewrite the sentences by making imperatives.
You should get off the couch.

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

4. Imperatives:
Zeg dat je een mondkapje (face mask) moet dragen (to wear).

Slide 29 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Adverbs and adjectives

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Adjectives and adverbs
It tastes ....
A
good
B
well

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Adjectives and adverbs
The concert is .....
A
terribly
B
terrible

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Adjectives and adverbs
She sings.....
A
beautiful
B
beautifully

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Adjectives and adverbs
The garden is .....
A
beautifully
B
beautiful

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Adjectives and adverbs
She dances ......
A
wonderful
B
wonderfully

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies