ZMYP5- Periode_2-Cours_19 20260306 - Révision

1 / 56
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 56 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startklaar
Enlevez votre manteau. 
Mettez votre téléphone portable dans votre sac à dos.
Écouteurs dans vos sacs à dos.
Posez vos sacs à dos par terre.
Mettez votre ordinateur portable fermé dans le sac à dos.
Mettez votre matériel scolaire sur la table.
timer
5:00

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tijdens de les.../ Pendant le cours...

... vous êtes silencieux lorsque le professeur parle.
... vous êtes silencieux lorsqu'un camarade de classe parle.
... écoutez ce que le professeur dit et suivez les instructions.
... vous êtes amical à tout moment.
... vous participez activement.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

S'il vous plaît,

Fermez votre ordinateur.
Close your laptop.
Sluit je computer af.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welkom bij LA French
Unit 2: Le monde numérique: moi en ligne
The digital world: me online
Learner Profile:
Communicator and Thinker
ATL (Action: Teaching and learning through inquiry):
Media Literacy/Creative Thinking Skills
Related concepts:
Audience, Purpose
Key concept:
Communication
Statement of Inquiry : Digital communication influences how we express identity and how others see us.
Global context:
Personal and Cultural Expression

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma
  • Instructions/ Instructions
  • Au travail/ Get to work

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht periode 2
Semaine 11
Examen/

Test

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht periode 2

Toets – writing en reading

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Je sais exprimer ce que je pense de la communication en utilisant différents temps verbaux.
Je comprends un texte sur les fake news et le cyberharcèlement.

I can express what I think about communication using different verb tenses.
I understand a text about fake news and cyberbullying.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

VOCABULAIRE

Slide 10 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Instructie
Comment exprimer une opinion / How to express an opinion
Expressions françaises / French expressions

Je pense que… → I think that…
À mon avis… → In my opinion…
Je trouve que… → I find that / I think that…

Slide 11 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Comment exprimer une opinion. How to express an opinion.
Je pense que les réseaux sociaux sont utiles pour rester en contact avec ses amis.
I think social media is useful to stay in touch with friends.

À mon avis, les adolescents devraient protéger leur vie privée en ligne.
In my opinion, teenagers should protect their privacy online.

Je trouve que TikTok est très amusant mais parfois dangereux.
I think TikTok is very fun but sometimes dangerous.



Slide 12 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Comment exprimer une opinion. How to express an opinion.
Toujours utiliser une phrase complète après ces expressions :
Always use a complete sentence after these expressions:

Je pense que intéressant.

Je pense que les réseaux sociaux sont intéressants.
I think social media is interesting


Slide 13 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Quelles formes de communication existe-t-il? 
Communiquer avec le téléphone sans ficelle.
Communiquer par la parole
Communiquer en utilisant les dernières technologies.
Parler avec les mains.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Penser   -   Discuter   -   Partager
Think        -    Pair    -        Share
Instructie
Visible Thinking Routine
timer
0:30
timer
1:00
Qu'est-ce qu'une communication efficace?
timer
2:00

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

La qualité d'une phrase au présent
De kwaliteit van een zin in de tegenwoordige tijd
- La struture/ 
De structuur
Sujet + verbe + complément
Elle a une grande quantité d'amis sur Internet.

- L'accord du verbe avec le sujet./ 
De overeenkomst van het werkwoord met het onderwerp.

- Un complément avec le vocabulaire de la période./ 
Een aanvulling met de woordenschat van de periode.

Slide 16 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

La qualité d'une phrase au présent
De kwaliteit van een zin in de tegenwoordige tijd
Très Bien/ Zeer goed
Le cyberharcèlement est le fait d’envoyer des messages méchants ou humiliants sur Internet./  
Cyberbullying is the act of sending mean or humiliating messages on the Internet.

Assez bien/ Goed genoeg
J'aime les réseaxu sociaux. /  I like social media.
Nous faisons attention aux fake news./  We are careful about fake news.

En développement/ In ontwikkeling
Je protéger information./ I to protect information.
Il utiliser./ He to use.

Slide 17 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

ACTIVITÉ/ OEFENING
Écrivez une phrase complète en français sur le thème de l'environnement. 
Schrijf een volledige zin in het Frans over het thema milieu.
  • Sujet + Verbe + Complément.
  • Attention à l’accord du verbe avec le sujet.
  • Utilisez le vocabulaire de la période (ex. : recycler, protéger, économiser, utiliser moins…).
  •  Onderwerp + Werkwoord + Aanvulling.
  • Let op de overeenstemming van het werkwoord met het onderwerp.
  •  Gebruik de woordenschat van deze periode (bijv.: recyclen, beschermen, besparen, minder gebruiken…).
timer
1:00

Slide 18 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

FEEDBACK COLLABORATIF
En duo, lisez votre phrase à votre collègue. Demandez-lui un retour :
Lees in tweetallen je zin aan je partner voor. Vraag hem/haar feedback:
timer
2:00

Slide 19 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Overschrijven!
Copy!
La Négation
Terugblijk

Slide 20 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Le Passé Composé
Mind Map - complète

Slide 21 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Le passé composé est un temps verbal qui sert à raconter des faits ponctuels et passés.
The passé composé is a verb tense used to describe specific, past events (verleden).
Il est composé de deux parties :
It is composed of two parts:

LE PASSÉ COMPOSÉ
AVOIR ou ÊTRE
hulpwerwoord
Participe Passé
voltooid deelwoord
J'ai mangé
Tu as bu
Avec être: 

Slide 22 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Le Futur Antérieur
Future Perfect
Ce serait formidable de pouvoir organiser un avenir idéal, n’est-ce pas ? 
Malheureusement, ce n’est pas le rôle du futur antérieur.
 
Wouldn’t it be great if we could design an ideal future? Unfortunately, that’s not the purpose of the future perfect tense.




source: Laura K. IN Lawless French. available at: Lawlesshttps://www.lawlessfrench.com/grammar/future-perfect/. 

Slide 23 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Le Futur Antérieur

Is used to talk about an action or a situation going to be completed before another action in the future.
 
ex: Je serai rentrée quand tu arriveras.
I will have come home when you will arrive.

Quand il verra la fille, elle sera déjà partie.
When he will see the girl, she will have already left.

Écris dans ton cahier

Slide 24 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Le Futur Antérieur


I will have donne / J’aurai fait

être
ou
avoir
conjugated in the futur simple
Past Participle
AVOIR
J'aurai
Tu auras
Il / Elle / On aura
Nous aurons
Vous aurez
Ils / Elles auront 
ÊTRE
Je serai
Tu seras
Il / Elle / On sera
Nous serons
Vous serez
Ils / Elles seront 
Écris dans ton cahier

Slide 25 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Le Futur Antérieur
FORMATION
Auxiliaire avoir au futur simple + participe passé 
ex: J'aurai mangé.

Auxiliaire être au futur simple + participe passé 
ex: Je serai sorti(e). 
Le participe passé s'accorde en genre et en nombre avec le sujet. 
Écris dans ton cahier

Slide 26 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Le Futur Antérieur
FORMATION
Exemple avec AVOIR
j'aurai parlé, 
tu auras parlé, 
il aura parlé, 
nous aurons parlé, 
vous aurez parlé, 
ils auront parlé.
Exemple avec ÊTRE
je serai allé(e), 
tu seras allé(e), 
il sera allé, 
nous serons allé(e)s, 
vous serez allé(e)s, 
ils seront allés. 

Slide 27 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Le Futur Antérieur

Écris dans ton cahier

Slide 28 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Instructie
Écris dans ton cahier

Slide 29 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Le Subjonctif

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In French:
     Hoofdzin                                que                        bijzin
 

1.                                                                                    subjonctif
2. 
3. 

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Instructie
Le subjonctif
How do you form the subjunctive?

Regular verbs:
Step 1: Take the nous form of the present tense.
Step 2: Remove -ons.
Step 3: Add the endings to the stem that remains.
-e
-es
-e
-ions
-iez
-ent 

Slide 32 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Instructie
Les verbes avoir et être sont irréguliers.
To HAVE (subjunctive)

I have
You have
He/She/It have
We have
You have
They have

Example: It is essential that she have the documents ready.

Slide 33 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Instructie
Les verbes avoir et être sont irréguliers.
To BE (subjunctive)

I be
You be
He/She/It be
We be
You be
They be
Example: It is important that he be on time.

Slide 34 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Exemple


Je souhaite que mon professeur soit satisfait de mon travail.
I wish that my teacher is satisfied with my work.

Je veux qu'il mange des fruits.
I want him to eat fruits.

Je suis heureux que tu sois venu!
I'm happy you came.
Écris dans ton cahier

Slide 35 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Les Pronoms Relatifs

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les Pronoms Relatifs Simples

Slide 37 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Les Pronoms Relatifs Simples

Slide 38 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Les Pronoms Relatifs Simples

Slide 39 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Instructie
A. Lequel, laquelle, lesquels, lesquelles
- S’emploie après une préposition (sur, avec, sans, pour, etc.) et s’accorde avec le nom qu’il remplace.

- Is used after a preposition (sur, avec, sans, pour, etc.) and agrees in gender and number with the noun it refers to.
source: Les pronoms relatifs composés https://la-conjugaison.nouvelobs.com/fle/les-pronoms-relatifs-composes-79.php
Les pronoms relatifs composés

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les pronoms relatifs composés
A. Lequel, laquelle, lesquels, lesquelles
Ex.: C'est la table sur laquelle j'ai écrit toute mon enfance.
This is the table on which I wrote throughout my childhood.

Ex.: Les deux valises avec lesquelles j'ai voyagé ont disparu.
The two suitcases with which I traveled have disappeared.

Attention ! Avec une personne, on utilise de préférence qui.
When referring to a person, “qui” is generally preferred.
Ex.: C'est le collègue avec qui (ou lequel) j'ai eu quelques problèmes.
source: Les pronoms relatifs composés https://la-conjugaison.nouvelobs.com/fle/les-pronoms-relatifs-composes-79.php

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les pronoms relatifs composés
A. Pronoms relatifs lequel, laquelle, lesquels, lesquelles
Prépositions: sur, avec, sans, pour, par, dans.
masculin
féminin
singulier
lequel
laquelle
pluriel
lesquels
lesquelles

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les pronoms relatifs composés
B. Pronoms relatifs auquel, à laquelle, auxquels, auxquelles
- auquel, à laquelle, auxquels, auxquelles
They result from the contraction of the preposition à and the compound relative pronouns lequel, lesquels, and lesquelles.
source: Les pronoms relatifs composés https://la-conjugaison.nouvelobs.com/fle/les-pronoms-relatifs-composes-79.php
source: Les pronoms relatifs composés https://la-conjugaison.nouvelobs.com/fle/les-pronoms-relatifs-composes-79.php. Adapté

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les pronoms relatifs composés
B. Pronoms relatifs auquel, à laquelle, auxquels, auxquelles
Exemple :

Les documents auxquels (à + lesquels) je pense sont dans la salle des archives.

The documents to which (à + lesquels) I am thinking are in the archives room.
source: Les pronoms relatifs composés https://la-conjugaison.nouvelobs.com/fle/les-pronoms-relatifs-composes-79.php. Adapté

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les pronoms relatifs composés
B. Pronoms relatifs auquel, à laquelle, auxquels, auxquelles.
Avec "à"
masculin
féminin
singulier
auquel
à laquelle
pluriel
auxquels
auxquelles

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les pronoms relatifs composés
C. Pronoms relatifs duquel, de laquelle, desquels, desquelles
- duquel, desquels, desquelles
Ils sont issus de la contraction de la préposition de et des pronoms relatifs composés lequel, lesquels et lesquelles.

They result from the contraction of the preposition de and the compound relative pronouns lequel, lesquels, and lesquelles.
source: Les pronoms relatifs composés https://la-conjugaison.nouvelobs.com/fle/les-pronoms-relatifs-composes-79.php

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les pronoms relatifs composés
C. Pronoms relatifs duquel, de laquelle, desquels, desquelles
Exemple :

Le vase à côté duquel (à côté de + lequel) tu as posé la lampe est très beau.

The vase next to which (à côté de + lequel) you placed the lamp is very beautiful.
source: Les pronoms relatifs composés https://la-conjugaison.nouvelobs.com/fle/les-pronoms-relatifs-composes-79.php. Adapté

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les pronoms relatifs composés
C. Pronoms relatifs duquel, de laquelle, desquels, desquelles.
Avec "de"
masculin
féminin
singulier
duquel
de laquelle
pluriel
desquels
desquelles

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les pronoms relatifs

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les pronoms relatifs

Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Le comparatif et l'adjectif

Slide 51 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Le comparatif et l'adverbe

Slide 52 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Le comparatif et l'adverbe
Exemples 'moins que': 
- Sa femme gagne moins facilement de l'argent que lui.
- Ses enfants travaillent moins attentivement que nos enfants. 

Attention: l'adverbe est invariable!

Slide 53 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Le superlatif
De superlative/ Deovertreffende trap

Slide 54 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Exceptions/ UITZONDERINGEN

Slide 55 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reflectie
Je sais exprimer ce que je pense de la communication en utilisant différents temps verbaux.
Je comprends un texte sur les fake news et le cyberharcèlement.

I can express what I think about communication using different verb tenses.
I understand a text about fake news and cyberbullying.





Slide 56 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende Unit. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag op basis van het Learner Profile en de ATL-skills. Dit wordt vastgelegd in Toddle. Samen blikken docent en leerlingen vooruit aan de hand van de JdW-planner.