Ch.3?, Gramm. C en meer / aanw.vnw. klas 2h, wk 24


un moment s'il vous plaît..........
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les


un moment s'il vous plaît..........

Slide 1 - Tekstslide

SALUT TOUT LE MONDE!


Et voilà, on va répéter bien sûr!

Slide 2 - Tekstslide

Bonjour ! Comment ça va ?

Slide 3 - Tekstslide

QU'EST-CE QU'ON VA FAIRE ?


- even weer wat herhalen 

-  aanwijzend voornaamwoord = Gramm. C


+ les devoirs pour demain


 

Slide 4 - Tekstslide

Tu parles français?
Tu es français(e)?
Tu habites où?
Tu as quel âge?
Comment tu t'appelles?
Salut, ça va?
Ben je Frans?
Hoe oud ben je?
Hoi, hoe gaat het?
Waar woon je?
Hoe heet je?
Spreek je Frans?

Slide 5 - Sleepvraag

La tour Eiffel
Montmartre

La Seine

Disneyland Paris
Les Champs Élysées

La grande arche de la défense

Slide 6 - Sleepvraag

Geef de juiste vertaling van de werkwoorden.
regarder
écouter
parler
répéter
lire
spreken
lezen
herhalen
luisteren
kijken

Slide 7 - Sleepvraag

la carotte =
A
het wiel
B
de wortel
C
de krekel
D
de wagen

Slide 8 - Quizvraag

la cuisine =
A
het vlees
B
de groente
C
de keuken
D
de ober

Slide 9 - Quizvraag

faire les courses =
A
sporten
B
eten
C
drinken
D
winkelen

Slide 10 - Quizvraag

manger =
A
luisteren
B
eten
C
werken
D
slapen

Slide 11 - Quizvraag

adorer =
A
vergeten
B
houden van
C
dol zijn op
D
geven

Slide 12 - Quizvraag

Het aanwijzend voornaamwoord

Slide 13 - Tekstslide

Wat is een aanwijzend voornaamwoord in het Nederlands?
A
de / het / een
B
mijn / jouw / onze / zijn
C
voor / na / tijdens / tegelijk
D
dit / dat / die / deze

Slide 14 - Quizvraag

Toelichting aanwijzend voornaamwoord in het Nederlands 
Een aanwijzend voornaamwoord vertelt zelf eigenlijk al wat het doet. Je gebruikt het wanneer je iets aanwijst. Dus bijvoorbeeld:
Dat meisje heeft een mooie tekening gemaakt.
 Dat = aanwijzend vnw

Slide 15 - Tekstslide

Wat zou een aanwijzend voornaamwoord dan in het Frans zijn?
A
mon/ma/mes
B
le/la/les
C
ce/cet/cette/ces
D
un/une/des

Slide 16 - Quizvraag

En dan nu in het Frans..
Je hebt verschillende vormen van het aanwijzend voornaamwoord in het Frans. Namelijk:






Om te weten welke vorm je moet gebruiken, kijk je naar het woord ná het aanwijzend vnw. Als dat woord vrouwelijk is, gebruik je de vrouwelijke vorm van het aanwijzend vnw, etc

Slide 17 - Tekstslide

Welke aanwijzend voornaamwoord moet je gebruiken in het Frans als het woord is... 
mannelijk enkelvoud
vrouwelijk enkelvoud
Meervoud 
Ce
Cette 
Ces
Cet

Slide 18 - Sleepvraag

ce, cette, ces of cet?
................mère

Slide 19 - Open vraag

ce, cette, ces of cet?
...................garçon

Slide 20 - Open vraag

ce, cette, ces of cet?
....................artistes

Slide 21 - Open vraag

ce, cette, ces of cet?
..................enfant

Slide 22 - Open vraag

eten
beginnen
luisteren naar
zoeken
betalen
praten
zingen
vallen
lachen
chercher
écouter
parler
chanter
tomber
aimer
rigoler
manger
payer

Slide 23 - Sleepvraag

Hier zie je alle woorden die je tot nu toe hebt geleerd: lidwoorden, bezittelijk voornaamwoorden en aanwijzende voornaamwoorden.

Slide 24 - Tekstslide

Combinez les couleurs
jaune
bleu
noir
gris
rouge
vert
blanc
orange
rose
brun /
marron
violet

Slide 25 - Sleepvraag

Les devoirs
leer Voc  A + B 
van Chapitre 6 +
lees alle berichten in magister over TW en planning Frans.

Slide 26 - Tekstslide