Opgaven H3 Systeem Aarde

H3 Systeem Aarde
Wat zijn de kenmerken van de landschapszones op aarde en hoe komen de veranderingen in de zones tot stand?

In deze lessonup vind je de opdrachten van H3. Let op dat je je boek nodig hebt voor de tekst en de afbeeldingen
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

H3 Systeem Aarde
Wat zijn de kenmerken van de landschapszones op aarde en hoe komen de veranderingen in de zones tot stand?

In deze lessonup vind je de opdrachten van H3. Let op dat je je boek nodig hebt voor de tekst en de afbeeldingen

Slide 1 - Tekstslide

3.1 
Leerdoelen:
-Hoe kun je een landschap als systeem bekijken?

-Welke landschapszones kun je op aarde onderscheiden en hoe kun je de ligging ervan verklaren?

Slide 2 - Tekstslide

Opdracht
Schuif op de volgende dia de uitspraken naar de juiste plek

Slide 3 - Tekstslide

A = gematigd regenwoud
B = tropische zone met savanne
C = koele woestijn
D = gematigde zone met loofwoud en gemengd woud
E = toendra
F = subtropische woestijn

G = boreale dennenbossen

I = steppen en savanne
H = tropische zone met oerwoud

Slide 4 - Sleepvraag

Bekijk figuur 3.3A, figuur 3.3B en figuur 3.4 en gebruik de atlas.

Waarin verschilt de savanne van een tropisch oerwoud?

Slide 5 - Open vraag

Bekijk figuur 3.3A, figuur 3.3B en figuur 3.4 en gebruik de atlas.

In Afrika komt de savanne onder andere voor op 20° Z.B.

Je vindt in Afrika op 20° Z.B. ook andere vormen van natuurlijke vegetatie: namelijk aan de westkust en aan de oostkust.

Noteer van elk van deze twee gebieden welke vorm van vegetatie daar voorkomt.

Slide 6 - Open vraag

Bekijk figuur 3.3A, figuur 3.3B en figuur 3.4 en gebruik de atlas.

Zet achter elke vorm van vegetatie uit opdracht 4b of het daar te koud, te warm, te droog of te nat is voor savannevegetatie en zet er de verklaring bij.

Slide 7 - Open vraag

Gebruik de atlas. Bekijk figuur 3.5 en figuur 3.9. Bekijk W3 en W4.

In W4 staan vijf locaties in Turkije.

Kies bij welke locaties de drie foto’s van figuur 3.5, figuur 3.9 en W3 horen.

Slide 8 - Open vraag

Gebruik de atlas. Bekijk figuur 3.5 en figuur 3.9. Bekijk W3 en W4.

Verklaar waarom het op de gekozen locatie van figuur 3.9 uit opdracht 5a zo droog is.

Slide 9 - Open vraag

Gebruik de atlas. Bekijk figuur 3.5 en figuur 3.9. Bekijk W3 en W4.

Verklaar waarom op de locatie van W3 uit opdracht 5a dennenbossen te vinden zijn.

Je antwoord moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.

Slide 10 - Open vraag

Wat is het verschil tussen bodem en grondsoort?


Slide 11 - Open vraag

Gebruik Natuurlijke landschappen op aarde. Gebruik eventueel de atlas.

Verklaar per bodem waarom deze wel of niet vruchtbaar is.

Doe dit voor: podzolbodem, tropische bodem, steppebodem

Slide 12 - Open vraag

3.2
Leerdoelen:
-Welke landbouwzones kun je op wereldschaal onderscheiden?
-Hoe moet de mens zich in deze landbouwzones aanpassen aan de natuur?

Neem de paragraaf zelf door. Er horen geen opdrachten bij. 

Slide 13 - Tekstslide

3.3
Leerdoelen:
-Wat zijn de verschillen tussen milieu- en natuurrampen?


-Wat zijn de oorzaken en de gevolgen van landdegradatie?


Slide 14 - Tekstslide

Gebruik figuur 3.18 en figuur 3.19.

Wat gebeurt er met de klimaatzones op het noordelijk halfrond als de temperatuur gaat stijgen?


Slide 15 - Open vraag

Gebruik figuur 3.18 en figuur 3.19.

Wat zijn de gevolgen hiervan (opdracht 3a) voor het klimaat in West-Europa?

Slide 16 - Open vraag

Gebruik figuur 3.18 en figuur 3.19.

Wat betekent de klimaatverandering voor de landbouwmogelijkheden in Noord-Europa?

Licht je antwoord toe.

Slide 17 - Open vraag

Gebruik figuur 3.18 en figuur 3.19.

Waar in Europa liggen de twee grootste gebieden met veel landdegradatie?


Slide 18 - Open vraag

Gebruik figuur 3.18 en figuur 3.19.

Benoem voor elk gebied in opdracht 3d de belangrijkste oorzaak voor de landdegradatie.


Slide 19 - Open vraag

Bekijk figuur 3.23.

Hoeveel procent van Europa is aangetast door ontbossing?
Ongeveer:
A
20%
B
30%
C
40%
D
50%

Slide 20 - Quizvraag

Bekijk figuur 3.23.

Welke vorm van aantasting komt het meest voor in Noord-Amerika?

Slide 21 - Open vraag

Bekijk figuur 3.23.

Gebruik de atlaskaart Australië en Nieuw-Zeeland - Bodemgebruik

Verklaar het lage aandeel van ontbossing en het hoge aandeel van overbeweiding in Australië.

Slide 22 - Open vraag

Figuur 3.22 illustreert een vorm van degradatie bij de akkerbouw in Australië.

Leg uit hoe deze vorm van degradatie kan ontstaan.


Slide 23 - Open vraag

Opdracht
Sleep de onderdelen op de volgende dia naar de juiste plaats in het schema

Slide 24 - Tekstslide

1 = afname diversiteit van vegetatie en bodemleven
2 = bodemerosie
3 = blijvende verandering in ecosysteem (flora en fauna)
4 = klimaatverandering

5 = toename droogte, overstromingen en branden

6 = verlies van voedingsstoffen en bodemstructuur



Slide 25 - Sleepvraag

Welke twee grote processen leiden vaak tot verwoestijning?


Slide 26 - Open vraag

De ontsluiting van Rondônia werd ingeleid door de aanleg van de weg van Cuiabá naar Porto Velho.

Bekijk de atlaskaarten Brazilië, Amazonië: ontbossing en Zuid-Amerika - Staatkundig.
Lees W9.
Welke vorm van landdegradatie zal in deze gebieden sterk toenemen?

Je antwoord moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.

Slide 27 - Open vraag