❏ Ik ken de gevolgen van globalisering voor de wereld en de EU en kan deze uitleggen, herkennen en toepassen.
❏ Ik weet wat de culturele gevolgen zijn van globalisering en kan deze uitleggen, herkennen en toepassen.
❏ Ik ken de begrippen cultuuruniversalisme en cultuurrelativisme en kan deze uitleggen, herkennen en toepassen.
❏ Ik ken de uitgangspunten van de 3 ideologieën over globalisering en milieu en kan deze uitleggen, herkennen en toepassen.
❏ Ik ken de belangen van multinationals en staten wanneer het gaat om vestigingsklimaat en ik ken de begrippen belastingparadijs en brievenbusfirma.
❏ Ik ken de 2 groepen theorieën over de (onder)ontwikkeling van staten en kan deze uitleggen, herkennen en toepassen.
evolutionistische en afhankelijkheidstheorieën.
❏ Ik ken de historische context, de kenmerken van en de problemen bij fragiele staten en kan deze herkennen, uitleggen en toepassen.