Past simple vs. present perfect

1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Vorige les gezien:
  • namen van alle tenses 
  • present simple & present continuous 
  • past simple & past continuous

Slide 2 - Tekstslide

Past simple & Present perfect
Deze twee komen vaak samen in één opdracht voor, dus je moet goed weten wanneer je welke van de twee moet gebruiken. 
Trap niet in de valkuil van het Nederlands, want in het Engels gelden er heel andere regels wanneer je welke tijd moet gebruiken!

Slide 3 - Tekstslide

Wat is de past simple van 'go'?

Slide 4 - Open vraag

Wat is de past simple van 'jump'?

Slide 5 - Open vraag

Wat is de present perfect van 'go'?

Slide 6 - Open vraag

past simple & present perfect
past simple
handeling uit het verleden die nu is afgesloten
--> I played football until I was 15. 

present perfect
- handeling in verleden begonnen die nu nog bezig is, OF:
- handeling uit verleden waarvan resultaat nog merkbaar is --> link tussen heden en verleden
--> I have lived here since I was a child.   /  Look, she has broken her leg!

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Welke tense moet je gebruiken?
I ________ (want) a kitten since I was 10.
A
past simple
B
present perfect

Slide 9 - Quizvraag

Welke tense moet je gebruiken?
They ________ (gain) a lot of weight when they lived in Spain.
A
past simple
B
present perfect

Slide 10 - Quizvraag

Welke tense moet je gebruiken?
We _______ (be) the best team at the championship of 2019.
A
past simple
B
present perfect

Slide 11 - Quizvraag

Welke tense moet je gebruiken?
She ______ (never, see) my brother, so she doesn't know what he looks like.
A
past simple
B
present perfect

Slide 12 - Quizvraag

Vul de juiste tense in:
We _____ (be) friends since primary school.

Slide 13 - Open vraag

Vul de juiste tense in:
Oh no, what _____ (he, do)??!

Slide 14 - Open vraag

Vul de juiste tense in:
I _____ (lose) my car key at the party so I can't drive you home.

Slide 15 - Open vraag

Vul de juiste tense in:
So far, we ______ (not, see) anyone we know.

Slide 16 - Open vraag

Vul de juiste tense in:
They ____ (not, know) what to do when the alarm went off.

Slide 17 - Open vraag

Vul de juiste tense in:
I ____ (study) hard for this test, so I'm sure I will get a good grade.

Slide 18 - Open vraag

Vul de juiste tense in:
Jack .........(finish) work an hour ago.

Slide 19 - Open vraag

I ..................(be) a teacher since 2010.

Slide 20 - Open vraag

Slide 21 - Tekstslide

Part 1: practise past simple
- Two slides

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Link

Slide 24 - Link

Part 2: practise present perfect
2 slides

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Link

Slide 27 - Link

Part 3: practise with past simple/present perfect
5 slides

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Link

Slide 30 - Link

Slide 31 - Link

Slide 32 - Link

Slide 33 - Link

Part 4: practise with irregular verbs
2 slides

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Link

Slide 36 - Link