10.2 Zenuwcellen en zenuwen

Verwachtingen vandaag!
  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 10.1 blz. 107 (huiswerkcontrole) 
  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek en etui
  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op 
  • Als de docent praat ben ik stil
  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 20 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Verwachtingen vandaag!
  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 10.1 blz. 107 (huiswerkcontrole) 
  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek en etui
  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op 
  • Als de docent praat ben ik stil
  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen herhalen
  • Je kunt de delen en de functies van het zenuwstelsel noemen.

Slide 2 - Tekstslide

10.2 zenuwcellen en zenuwen
Thema 10 regelingen

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen 10.2
  • Je kunt in een afbeelding van een zenuwcel de delen benoemen.
  • Je kunt drie typen zenuwcellen noemen met hun functies en kenmerken.
  • Je kunt omschrijven wat een zenuw is en je kunt drie typen zenuwen noemen met hun kenmerken.

Slide 4 - Tekstslide

Impulsen
  • Voordat je ook maar één vinger kunt bewegen, moeten je hersenen eerst impulsen naar de juiste spieren sturen.
  • Dat gaat vaak met een snelheid van meer dan 200 km/uur.
  • Daardoor kun je heel snel reageren.
  •  Impulsen verplaatsen zich door het zenuwstelsel via zenuwcellen.
  • Het zenuwstelsel bestaat uit miljoenen zenuwcellen.
  • Elke zenuwcel heeft een cellichaam met daarin de celkern. 
  • Aan het cellichaam zitten één of meer uitlopers.
  • De impulsen verplaatsen zich langs de uitlopers.
  • Deze kunnen meer dan een meter lang zijn.

Slide 5 - Tekstslide

Typen zenuwcellen
Er zijn drie typen zenuwcellen:
  • Gevoelszenuwcellen
  • Bewegingszenuwcellen
  • Schakelcellen

Slide 6 - Tekstslide

Gevoelszenuwcellen
  • Gevoelszenuwcellen geleiden impulsen van zintuigen naar het centrale zenuwstel.
  • De cellichamen van gevoelszenuwcellen liggen vlak bij het centrale zenuwstelsel.
  • Een gevoelszenuwcel heeft één lange uitloper die impulsen naar het cellichaam toe geleidt.
  • De andere uitloper geleidt impulsen van het cellichaam naar het centrale zenuwstelsel.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Bewegingszenuwcellen
  • Bewegingszenuwcellen geleiden impulsen van het centrale zenuwstelsel naar spieren of klieren.
  • De cellichamen van bewegingszenuwcellen liggen in het centrale zenuwstelsel.
  • Een bewegingszenuwcel heeft één lange uitloper die impulsen van het cellichaam naar spieren of klieren geleidt.
  • Het cellichaam heeft veel vertakkingen zodat bewegingszenuwcel contact kan hebben met verschillende schakelcellen.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Schakelcellen
  • Schakelcellen geleiden impulsen binnen het centrale zenuwstelsel.
  • Schakelcellen verbinden zenuwcellen met elkaar.
  • Ze verbinden elkaar onderling, maar ook de uitlopers van gevoelszenuwcellen met de uitlopers van bewegingszenuwcellen.
  • Schakelcellen liggen in hun geheel in het centrale zenuwstelsel.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Zenuwen
  • In werkelijkheid wordt nooit één impuls via één uitloper naar het centrale zenuwstelsel of naar een spier of klier geleid.
  • De uitlopers liggen in een zenuw met duizenden uitlopers bij elkaar.
  • Om elke uitloper in een zenuw ligt een dun, isolerend laagje. Dat laagje scheidt de uitlopers van elkaar.
  • Zo kunnen impulsen niet overspringen van de ene uitloper naar een andere uitloper.
  • Om een zenuw ligt een stevige laag bindweefsel. Dit bindweefsel zorgt voor bescherming van de zenuw. 

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Type zenuwen
Er zijn drie typen zenuwen:
  • Gevoelszenuw: bevat alleen uitlopers van gevoelszenuwcellen. Geleidt impulsen van de zintuigcellen naar het centrale zenuwstelsel.
  • Bewegingszenuw: Bevat alleen uitlopers van bewegingszenuwcellen. Geleidt impulsen van het centrale zenuwstelsel naar de zintuigcellen.
  • Gemengde zenuw: Bevat uitlopers van gevoelszenuwcellen en uitlopers van bewegingszenuwcellen. De meeste zenuwen in je lichaam zijn gemengde zenuwen.

Slide 16 - Tekstslide

Hoe lopen impulsen
  • Impulsen van je romp en ledematen lopen via je ruggenmerg naar je hersenen. Spieren en klieren in je romp en ledematen ontvangen impulsen vanuit je hersenen via je ruggenmerg.
  • De zenuwen die impulsen geleiden van je hoofd en hals komen bij de hersenstam aan.
  • Ook de impulsen naar spieren en klieren in je hoofd en hals verlopen via de hersenstam. 
  • De impulsen van en naar je hoofd en hals verlopen dus niet via je ruggenmerg. 

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Aan het werk!
Maken opdrachten 10.2: 1, 2, 3, 5, 6 en 7
Klaar?
Laten checken bij docent, bij goedkeuring nakijken.
Klaar?  Werk laten zien aan docent.
Veel fout? -> Maken test jezelf 10.2
Veel goed? -> Maken 8+ online extra 

 

timer
25:00

Slide 19 - Tekstslide

Leerdoelen herhalen
  • Je kunt in een afbeelding van een zenuwcel de delen benoemen.
  • Je kunt drie typen zenuwcellen noemen met hun functies en kenmerken.
  • Je kunt omschrijven wat een zenuw is en je kunt drie typen zenuwen noemen met hun kenmerken.

Slide 20 - Tekstslide