Thema 10 regeling

Thema 10 regeling
1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 4

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Thema 10 regeling

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het zenuwstelsel
Snelle en korte communicatie

Indeling op bouw:
  • Centrale zenuwstelsel: hersenen en ruggenmerg
  • Perifere zenuwstelsel: zenuwen

Indeling op functie:
  • Animale zenuwstelsel: bewuste acties
  • Autonoom zenuwstelsel: onbewust

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De weg die impulsen afleggen

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarnemen 
Zintuigen - organen die prikkels omzetten in impulsen
Prikkels - invloed uit de omgeving 
Waarnemen - de impuls komt aan in je hersenen- je bewust worden van een prikkel 


Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De weg van de impulsen via de geurzenuw gaan naar....

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hersenen
Grote hersenen
  • Hersencentra (waarnemingen en bewuste reacties)
  • Geheugen

Kleine hersenen
  • Coördinatie

Hersenstam
  • Onbewuste processen en reflexen
  • Impulsen uit hals en hoofd
Uitleg

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Grote hersenen
Waarnemingen worden verwerkt (bewust)

Gevoelscentra

Bewegingscentra

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Grote hersenen
Grote hersenen zijn betrokken bij waarnemingen en reacties (bewust).

Informatie komt aan in primaire sensorische schors: je wordt bewust dat je iets waarneemt.
De informatie wordt verder verwerkt in de secundaire sensorische schors: je herkent de waarneming (interpretatie).

Reacties verlopen via primaire en secundaire motorische schors.



Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je nu over de kleine hersenen?

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Als je een geluid waarneemt, komt dat omdat er in een bepaald deel van de hersenen impulsen aankomen.
In welk deel van de hersenen is dat?

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De impulsen geven de hersenen informatie. Je hersenen verwerken de informatie en reageren hier weer op. Wat doen je hersenen.
A
Ze doen niks. Hier wordt alleen de informatie opgeslagen.
B
De hersenen zijn een orgaan.
C
Ze verwerken impulsen en maken impulsen om je spieren aan te sturen.
D
Ze ontvangen impulsen vanuit je zenuwen.

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Typen zenuwcellen
  • gevoelszenuwcellen (sensorische zenuwcellen)

  • bewegingszenuwcellen (motorische zenuwcellen)

  • schakelcellen

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1= celkern, 2= zenuw,  3= uitloper, 4= cellichaam

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

*Impulsen worden naar de hersenen geleid
*Impulsen worden verwerkt in de hersenen: je wordt je bewust van de prikkel
*Hersenen kunnen impulsen afgeven aan spieren en klieren
*Impulsen worden naar de      hersenen geleid
*Impulsen worden verwerkt in de hersenen: je wordt je bewust van de prikkel
*Hersenen kunnen impulsen afgeven aan spieren en klieren

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gevoelszenuwcel
geleidt de impulsen van het lichaam naar het centraal zenuwstelsel.


impuls richting
zintuig aansluiting
Het cellichaam ligt vlakbij het centrale zenuwstelsel 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bewegingszenuwcel
geleidt de impulsen van het centraal zenuwstelsel naar spieren of klieren


impuls richting
spier/klier aansluiting
Het cellichaam bevindt zich in het ruggenmerg, centrale zenuwstelsel

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De richting van impulsen

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zintuigen zetten......om in impulsen. Deze impulsen gaan via je .............. naar je hersenen. In je hersenen worden je ................vertaald.

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Buiten het ruggenmerg

Gemengde zenuwen splitsen
     Gevoelszenuwen (rugzijde)
     Bewegingszenuwen (buikzijde)

Zenuwknopen
      Verdikkingen





Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uitleg  zenuwknopen 
Aan de rugzijde komen gevoelszenuwen van  het ruggenmerg BINNEN.
De cellichamen van gevoelszenuwcellen liggen in de  verdikkingen van de zenuwknopen die vlakbij de rugzijde van het ruggenmerg liggen.


Aan de buikzijde verlaten 
bewegingszenuwcellen het ruggenmerg. 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zenuwcellen in het ruggenmerg.
• De uitlopers van de gevoelszenuwcellen zijn verbonden met schakelcellen in de grijze stof.

 
• In de grijze stof zijn schakelcellen verbonden met bewegingszenuwcellen.

• De uitlopers van de bewegingszenuwcellen verlaten het ruggenmerg aan de buikzijde.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefenopgave 
Polio is een besmettelijke ziekte die veroorzaakt wordt door het poliovirus. Bij polio ontstaan in het ruggenmerg ontstekingen in zenuwcellen, waardoor verlammingen kunnen optreden, vooral in de benen.

Door de ontstekingen worden vooral zenuwcellen aangetast die impulsen vanuit het ruggenmerg naar spieren geleiden.

Wat is de naam van deze zenuwcellen?
a. bewegingszenuwcellen
b. gevoelszenuwcellen
c. schakelcellen

Bij welk nummer in de afbeelding hiernaast bevinden deze zenuwcellen zich?

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke soort zenuwcel verlaat het ruggenmerg aan de rugzijde?

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij welk orgaanstelsel horen de hersenen en het ruggenmerg?

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Het ruggenmerg van Defano is beschadigd door een ongeluk. Hij heeft geen gevoel meer in zijn benen, maar kan zijn benen wel nog bewegen.
→ Aan welke zijde van het ruggenmerg zal naar verwachting de beschadiging zitten?

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

reflex & bewuste reactie
Het verschil tussen een reflex en een bewuste reactie: 

Bewuster reactie: Impulsen komen aan in de grote hersenen

Reflex: Impulsen komen NIET aan in de grote hersenen

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Pupilreflex, bescherming tegen te veel licht
Reflex gaat over de hersenstam

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reflex (en reflexboog)
Reflexboog


= de weg die de impulsen afleggen bij een reflex.


Hoestreflex, slikreflex, ooglidreflex, zuigreflex, kniepeesreflex.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Vanuit het ruggenmerg verlaten ruggenmergzenuwen het wervelkanaal

  • Ruggenmergszenuwen zijn gemengde zenuwen (gevoels- en bewegingszenuw)

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen een bewuste reactie en een reflex?
1
Reflex<div>Het ruggenmerg</div>
Antwoord
Hoe lopen de impulsen bij een reflex?
2

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Drugs
Verdovende middelen   >>>   hersenen trager
Stimulerende middelen   >>>   hersenen sneller
Bewustzijnsveranderende middelen   >>>   hersenen anders

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

verdovende middelen (downers)
  • Verdovende middelen ontspannen je en onderdrukken tijdelijk je gevoelens.
  • Ze verlagen je hartslag en bloeddruk – risicovol bij hartproblemen.
  • Na het uitwerken keren je gevoelens terug, wat kan leiden tot herhaald gebruik.
  • Cannabis is een voorbeeld van een verdovend middel.
  • Blowen (cannabis roken) kan je gevoelens versterken, zowel positief als negatief.

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verdovende middelen
Geven een ontspannen gevoel. Ze maken je rustig en blij. Je hartslag en ademhaling worden langzamer.
Je spieren ontspannen en impulsen worden minder goed verwerkt. 
Je reactie vermogen neemt af.
Voorbeeld: alcohol, heroïne, pijnstillers

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hormoonstelsel
Wat weten we al?

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het hormoonstelsel

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hormoonstelsel vs. Zenuwstelsel
Het hormoonstelsel en het zenuwstelsel regelen de werking van organen.

Slide 37 - Tekstslide

Leg uit wat het verschil is tussen het hormoonstelsel en het zenuwstelsel en hoe zij samenwerken om de werking van organen te regelen.
Als er een boodschap in je lichaam snel doorgegeven moet worden, dan is het hormoonstelsel/zenuwstelsel het beste
A
Hormoonstelsel
B
Zenuwstelsel

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

waarom kun je de hypofyse het regelcentrum van het hormoonstelsel noemen?
A
hypofysehormonen sturen andere hormoonklieren aan
B
het is het enige onderdeel van het hormoonstelsel in je hoofd
C
de hypofyse scheidt alle hormonen uit
D
de hypofyse is klein maar regelt alles

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet het orgaan waarop de Eilandjes van Langerhans liggen?

Slide 40 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vul in wat er op plek A, B, C en D staat.
Als het glucosegehalte van het bloed lager wordt dan 0,1%, reageren de eilandjes van Langerhans hierop door veel (A.) te produceren. Dit heeft tot gevolg dat er (B.) wordt omgezet in (C.). Als je bloedsuikerspiegel te hoog is reageren de eilandjes van Langerhans hierop door veel (D.) te produceren.

Slide 41 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk hormoon wordt naast glucagon ook geproduceerd in de eilandjes van Langerhans?

Slide 42 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Biologisch onderzoek

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hiernaast staan de stappen hoe je zelf een biologisch onderzoek kunt bedenken en uitvoeren

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hypothese 
  • Een hypothese is een veronderstelling --> het is wat jij vervacht als antwoord op je onderzoeksvraag. 
  • Je maakt een hypothese voordat je aan een proef of onderzoek begint. 

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ibuprofen is een geneesmiddel dat pijnstillend, ontstekingsremmend en koortsverlagend werkt. Johan doet onderzoek naar het effect van ibuprofen op het reactievermogen. Zijn onderzoeksvraag is: Welk effect heeft ibuprofen op het reactievermogen?
→ Wat kan de hypothese van dit onderzoek zijn?

Slide 46 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies