Eindtoets 4 vraag 1, 2 en 3

Wonen huren: feiten & fabels

1 / 11
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 6

In deze les zitten 11 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 1 min

Onderdelen in deze les

Wonen huren: feiten & fabels

Jurian is 23 jaar en wil op zichzelf gaan wonen. Hij is klaar met zijn opleiding en heeft nu een vast inkomen per maand. Hij verdient € 1.575 per maand.

Jurian praat met zijn moeder over wat er allemaal bij komt kijken als hij een woning gaat huren.


Hieronder staan drie uitspraken over een woonruimte huren:

1     Mensen met een lager inkomen kunnen in aanmerking komen voor sociale woningbouw.

2    Een mondelinge huurovereenkomst is niet geldig, want er moet een contract ondertekend worden.

3   Alle kosten van onderhoud van een huurwoning komen voor rekening van de verhuurder.


Geef bij elke uitspraak aan of deze juist of onjuist is.

Sociale woningbouw: voor wie?

Uitspraken: Mensen met een lager inkomen komen soms in aanmerking voor sociale woningbouw. Dit is juist: sociale huurwoningen zijn bedoeld voor mensen met een bescheiden inkomen.

Huurovereenkomst: mondeling of schriftelijk?

Een mondelinge huurovereenkomst is wél geldig. Het hoeft niet altijd schriftelijk, maar schriftelijk is veiliger en wordt aangeraden om misverstanden te voorkomen.

Onderhoudskosten: wie betaalt wat?

Niet alle onderhoudskosten zijn voor de verhuurder. Kleine reparaties zijn vaak voor rekening van de huurder. Groot onderhoud is meestal voor de verhuurder.

Jurian praat met zijn moeder over wat er allemaal bij komt kijken als hij een woning gaat huren.


Hieronder staan drie uitspraken over een woonruimte huren:

1     Mensen met een lager inkomen kunnen in aanmerking komen voor sociale woningbouw. JUIST

2    Een mondelinge huurovereenkomst is niet geldig, want er moet een contract ondertekend worden. ONJUIST

3   Alle kosten van onderhoud van een huurwoning komen voor rekening van de verhuurder. ONJUIST


Geef bij elke uitspraak aan of deze juist of onjuist is.

Indien drie juist: 2p; indien twee juist: 1p; indien één of geen juist: 0p

Voorwaarden huurtoeslag vanaf 23 jaar

gezinssituatie huur per maand

minimaal maximaal

Alleenstaand*

– jonger dan 23 € 228,62 € 424,44

– tussen 23 en AOW-leeftijd € 228,62 € 720,42

Meerpersoons**

– jonger dan 23 € 228,62 € 424,44

– tussen 23 en AOW-leeftijd € 228,62 € 720,42

*        Max. inkomen: € 22.700

**       Max. gezinsinkomen: € 30.825; bij AOW: € 30.800

Jurian heeft een woning gevonden. De huur is € 428 per maand.

Geef twee redenen waarom Jurian in aanmerking komt voor huurtoeslag


 

Voorbeeld van een juist antwoord:

– De huur is binnen de grens van € 720,42. (1p)

– Zijn salaris bedraagt niet meer dan € 22.700 per jaar (€ 1.575 × 12 = € 18.900). (1p)


Jurian gaat de woning huren. De huur inclusief servicekosten is € 453 per maand.

Bereken hoeveel procent van zijn inkomen Jurian kwijt is aan huur voor de woning. Geef je berekening en rond af op één decimaal.


€ 453 : € 1.575 × 100 = 28,8%