VOLTOOIDE TIJD OEFENEN

VOLTOOIDE TIJD OEFENEN

1 / 10
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNT2ISK

In deze les zitten 10 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

VOLTOOIDE TIJD OEFENEN

Wat was de voltooide tijd?

De voltooide tijd is klaar.

Het is over.


Wat doe je nu?

Ik studeer nu Nederland.


Wat heb je gisteren gedaan?

Ik heb gisteren Nederlands gestudeerd.

Regelmatig/Onregelmatig

Regelmatig: volgt de regel

Bijvoorbeeld - gemaakt, gebeld, gekookt, gedeeld


Onregelmatig: volgt de regel niet

Bijvoorbeeld - gedaan, gelopen, gezeten, gevangen

Dit is nu niet belangrijk.

Dit doen we later!


Regelmatig/Onregelmatig

Regelmatig: volgt de regel

Bijvoorbeeld - gemaakt, gebeld, gekookt, gedeeld


Stap 1: haal -en weg


Stap 2: check SFTKTCHP


Stap 3: neem de ik-vorm


Stap 4: ge-(ik-vorm)-d/t



bellen


L = nee, dus d


bel


ge-bel-d

Doe dit voor: vegen, lenen, bukken

Luister en schrijf de woorden op:

Vroeger heb ik in Amsterdam ___, maar nu woon ik in Alkmaar.

Vandaag was een fijne dag. Ik was vroeg wakker. Ik heb eerst in de badkamer mijn haar ___. Daarna ben ik naar de keuken gegaan. Ik heb een lekker ontbijt met koffie ___. Toen had ik een afspraak bij de kapper. De kapper heeft mijn haar heel mooi ___.

Het weer was goed. Ik heb twintig minuten door de stad ___. Daarna heb ik samen met mijn hond door het park ___.

’s Middags was ik thuis. Ik heb een oude stoel blauw ___.

Om zes uur had ik honger. Ik heb een grote pan soep ___.

Het was een leuke, maar drukke dag!

Vraag aan jou!

  1. Waar heb je dit weekend gewerkt?

  2. Waar heb je vroeger gewerkt?

  3. Wat heb je gisteren gekookt?

  4. Wat heb je nog nooit gekookt?

  5. Hoe ver heb je gefietst vandaag?

  6. Wie heb je deze week gebeld?

  7. Waar heb je gewoond?

  8. Met wie heb je gewoond?

Nu jij! Schrijf de tekst in de verleden tijd.

Vroeger woont Yara in het buitenland.

Ze reist lang.

Ze werkt veel voor haar ticket.

In Nederland studeert ze de taal.

Ze vraagt haar docent veel.

Zo leert ze veel.



Nu jij! Schrijf de tekst in de verleden tijd.

Vroeger heeft Yara in het buitenland gewoond.

Ze heeft lang gereisd.

Ze heeft veel voor haar ticket gewerkt.

In Nederland heeft ze de taal gestudeerd.

Ze heeft haar docent veel gevraagd.

Zo heeft ze veel geleerd.



Kahoot: regelmatig 3