H12-NECTAR

Wat is een verschil tussen een plantaardige cel en een dierlijke cel?
A
Een plantaardige cel heeft een celkern, een dierlijke cel niet.
B
Een dierlijke cel heeft een celwand, een plantaardige cel niet.
C
Een plantaardige cel heeft een celwand, een dierlijke cel niet.
D
Een plantaardige cel heeft een celmembraan, een dierlijke cel niet.
1 / 24
volgende
Slide 1: Quizvraag
Mens & NatuurMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen.

Onderdelen in deze les

Wat is een verschil tussen een plantaardige cel en een dierlijke cel?
A
Een plantaardige cel heeft een celkern, een dierlijke cel niet.
B
Een dierlijke cel heeft een celwand, een plantaardige cel niet.
C
Een plantaardige cel heeft een celwand, een dierlijke cel niet.
D
Een plantaardige cel heeft een celmembraan, een dierlijke cel niet.

Slide 1 - Quizvraag

Zie de afbeelding hiernaast.
Hoe voorkomt de zeeleeuw
dat hij wordt opgegeten
tijdens slapen?
A
De zeeleeuw kan niet worden opgegeten.
B
De zeeleeuw gebruikt camouflage.
C
De zeeleeuw gebruikt mimicry.
D
Er is geen zeeleeuw op de afbeelding.

Slide 2 - Quizvraag

Kikkers kunnen in extreme kou
hun bloed laten bevriezen.
Welke aanpassing aan de kou hebben kikkers?
A
een klein lichaam
B
isolatie
C
winterrust
D
winterslaap

Slide 3 - Quizvraag

Jachtluipaarden jagen op andere dieren.
Wat voor verteringsstelsel hebben de jachtluipaarden?
A
lang
B
middellang
C
kort

Slide 4 - Quizvraag

Giraffen eten boomblaadjes.
Hoe heten de kiezen van giraffen?
A
plooikiezen
B
knipkiezen
C
knobbelkiezen

Slide 5 - Quizvraag



Bekijk de afbeelding. Hoe noem je dit?
A
verbranding
B
fotosynthese

Slide 6 - Quizvraag

Sommige dieren worden niet opgegeten doordat ze lijken op een gevaarlijk dier. Hoe noem je dit?
A
camouflage
B
isolatie
C
mimicry
D
gedrag

Slide 7 - Quizvraag

Als een vis een hap water neemt stroomt er water langs een onderdeel waar zuurstof uit het water wordt gehaald. Hoe heet deze onderdeel?
A
kieuwdeksel
B
kieuwenboog
C
kieuwholte
D
kieuwplaatjes

Slide 8 - Quizvraag

Hoe ademt een insect in?
De spieren in het achterlijf __________ .

Maak de zin hierboven af.
A
ontspannen
B
trekken samen

Slide 9 - Quizvraag

Welke vaten liggen
aan de binnenkant
van de vaatbundels?
A
houtvaten
B
bastvaten

Slide 10 - Quizvraag

Noem een kenmerk
waaraan je kunt zien
hoe dit dier is aangepast
aan de warme omgeving.
A
grote ogen
B
grote oren
C
dikke vacht
D
lange geweien

Slide 11 - Quizvraag

Noem een aanpassing die woestijnplanten hebben om verdamping tegen te gaan.
A
lange wortels
B
oppervlakkige wortels
C
grote bladeren
D
vetlaagje om het blad

Slide 12 - Quizvraag

Lucht met zuurstof stroomt bij insecten via de tracheeën naar binnen.
A
goed
B
fout

Slide 13 - Quizvraag

Welke lijn geeft de
temperatuur van een
zoogdier weer?
A
lijn 1
B
lijn 2
C
allebei de lijnen
D
geen van de lijnen

Slide 14 - Quizvraag

Waarom zijn ringslangen ’s nachts minder actief?
A
omdat ze niet goed kunnen zien
B
omdat ’s nachts te koud is om te bewegen
C
omdat ze bang zijn voor de roofdieren
D
omdat ze liggen te slapen

Slide 15 - Quizvraag

Zie de afbeelding hiernaast.
Hoort deze bloedsomloop
bij een mens of een haring?
A
mens
B
haring

Slide 16 - Quizvraag

Het bloed van een insect vervoert voedingsstoffen.
Wat vervoert het bloed nog meer?
A
zuurstof
B
koolstofdioxide
C
afvalstoffen

Slide 17 - Quizvraag

Welke lijn geeft de
temperatuur van een
reptiel weer?
A
lijn 1
B
lijn 2
C
allebei de lijnen
D
geen van de lijnen

Slide 18 - Quizvraag

Als het koud is gaat de verbranding bij een koudbloedig dier sneller?
A
goed
B
fout

Slide 19 - Quizvraag

Wat voor kiezen
heeft dit dier
op de afbeelding.
A
plooikiezen
B
knipkiezen
C
knobbelkiezen

Slide 20 - Quizvraag

Welke soort bloed
bevindt zich in het hart bij vissen?
A
zuurstofarm bloed
B
zuurstofrijk bloed

Slide 21 - Quizvraag

Dieren zijn beschermd tegen de hitte door hijgen.
Op welke andere manier blijft een dier koel?
A
door te rennen
B
door een luchtstroom
C
door te slapen
D
met een wintervacht

Slide 22 - Quizvraag

Welke stoffen vervoeren de bastvaten?
A
Water + Mineralen
B
Water + Glucose

Slide 23 - Quizvraag

Wat neemt de plant op om eiwit te kunnen maken?
A
Koolstofdioxide
B
Zuurstof
C
Mineralen
D
Licht

Slide 24 - Quizvraag