Taalverzorging H1 hoofdletters en de-het woorden

Nederlands
Taalverzorging H1 De-het woorden
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Nederlands
Taalverzorging H1 De-het woorden

Slide 1 - Tekstslide

Planning
Lezen blz 84
Huiswerk checken 1 t/m 5 
Kort nakijken
Uitleg nieuwe theorie
Maken de- en het woorden opdracht 1 t/m 3

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Wie weet nog tot welke woordsoort 'de' en 'het' horen?

Slide 4 - Open vraag

Noem zoveel mogelijk voorwerpen en dingen op uit het lokaal mét een lidwoord
(de tafel)

Slide 5 - Woordweb

De - woorden
Het lidwoord DE kun je vervangen voor de woorden
die en deze

Ezelsbruggetje: In de woorden die en deze zit allebei het woordje DE!!

Slide 6 - Tekstslide

HET - woorden

Het lidwoord HET kun je vervangen voor de woorden
dit en dat.


Ezelsbruggetje: In de woorden dat en dit zit allebei een T in, net als in het woordje HET!!

Slide 7 - Tekstslide

Kies het zelfstandig naamwoord met het juiste verwijswoord:
A
De meisje
B
Het meisje

Slide 8 - Quizvraag

Huis
A
De huis
B
Het huis

Slide 9 - Quizvraag

Snoepje
A
De snoepje
B
Het snoepje

Slide 10 - Quizvraag

De en het, deze en dit, die en dat.

Slide 11 - Tekstslide

Theorie
Bekijk de video van Nieuw Nederlands (klassikaal)

De - deze - die
Het - diT - daT  
(ezelsbruggetje)

Slide 12 - Tekstslide

Aan de slag!

Klassikaal maken de startopdracht blz 30
Zelfstandig werken blz 30 - 31 opdracht 1 t/m 3

Klaar? Ga verder met 4 t/m 6 

Slide 13 - Tekstslide