De en het woorden

DE en HET woorden

Doel: aan het einde van de les weet je dat je
- de woorden kunt vervangen voor die en deze

- het woorden kunt vervangen voor dit en dat

1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
Middelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

DE en HET woorden

Doel: aan het einde van de les weet je dat je
- de woorden kunt vervangen voor die en deze

- het woorden kunt vervangen voor dit en dat

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

De - woorden
Het lidwoord DE kun je vervangen voor de woorden
die en deze

Ezelsbruggetje: In de woorden die en deze zit allebei het woordje DE!!

Slide 3 - Tekstslide

HET - woorden

Het lidwoord HET kun je vervangen voor de woorden
dit en dat.


Ezelsbruggetje: In de woorden dat en dit zit allebei een T in, net als in het woordje HET!!

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Het bericht
A
dit bericht
B
die bericht

Slide 6 - Quizvraag

De presentator
A
Dat presentator
B
Deze presentator

Slide 7 - Quizvraag

De nieuwste i-pod
A
Dit nieuwste i-pod
B
Die nieuwste i-pod

Slide 8 - Quizvraag

De klas
A
Dat klas
B
Deze klas

Slide 9 - Quizvraag

De leerlingen
A
Dit leerling
B
Die leerling

Slide 10 - Quizvraag

Het spelletje
A
Dat spelletje
B
Deze spelletje

Slide 11 - Quizvraag

Goed onthouden:

De = deze en die

Het = dit en dat


Slide 12 - Tekstslide

Maakwerk:
Opdracht 1 t/m 5

Slide 13 - Tekstslide