quiz zenuwstelsel anatomie fysio

Test je kennis 
 zenuwstelsel
1 / 48
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 48 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Test je kennis 
 zenuwstelsel

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

inchecken 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een ander woord voor een zenuwcel is?
A
Dendriet
B
Impulsen
C
Neuronen
D
Axon

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zenuwcellen hebben vertakte uitlopers
A
Juist
B
Onjuist

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De uitloper van een dendriet is?
A
Kort
B
Lang

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een axon is?
A
Witte mergschede
B
Een lange uitloper van de zenuwcel
C
Grijze stof
D
Een korte uitloper van de zenuwcel

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Dendriet
Cellichaam
Kern

Slide 7 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Axon
Myelineschedel
Synaps

Slide 8 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke deel van een neuron geleidt impulsen van het cellichaam af?
A
het celmembraan
B
myelineschede
C
dendriet
D
axon

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Het zenuwstelsel is onderverdeeld in het centraal zenuwstelsel en het perifeer zenuwstelsel. Welk zenuwstelsel ligt binnen de holte van de schedel?

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de kenmerken naar het juiste zenuwstelsel
Heb je niet alles goed? Druk op reset.

Sympatisch zenuwstelsel
Parasympatisch zenuwstelsel
Stimulatie van de hartactiviteit en ademhaling
Opslag reservevoedsel
Bloedvatverwijding in spijsverteringsorgaan
Afgifte adrenaline
Minder energieverbruik
Toename zweetproductie

Slide 11 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

animale zenuwstelsel = bewuste willekeurige bewegingen

autonome zenuwstelsel = onbewuste aansturing

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Iemand raakt met een arm een heet voorwerp aan en schreeuwt: "Au!".
Via welke typen neuronen zijn dan impulsen geleid?
A
alleen via sensorische en via motorische neuronen
B
via sensorisch, via motorische en via schakelneuronen
C
alleen via motorische neuronen
D
alleen via sensorische neuronen

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Iemand schrijft een brief.
Is op dat moment het animale zenuwstelsel actief? En het autonome zenuwstelsel?
A
alleen het autonome zenuwstelsel
B
zowel het animale als het autonome zenuwstelsel
C
alleen het animale zenuwstelsel
D
geen van beide

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke deel van het zenuwstelsel verzorgt de coördinatie van de spierbewegingen?
A
grote hersenen
B
hersenstam
C
kleine hersenen
D
ruggenmerg

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als je een geluid waarneemt, komt dat omdat er in een bepaald deel van de hersenen impulsen aankomen.
In welk deel van de hersenen is dat?
A
ruggenmerg
B
grote hersenen
C
kleine hersenen
D
hersenstam

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarop zal een geneesmiddel tegen hoofdpijn vooral effect hebben?
A
op de sensorische centra van de grote hersenen
B
op de motorische centra van de grote hersenen
C
op de kleine hersenen
D
op de hersenvliezen

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je schopt tegen een muur aan. Waar ontstaan de impulsen voor de samentrekking van je dijbeenspieren?
A
In de grijze stof van je ruggenmerg
B
In de witte stof van je ruggenmerg
C
In de grijze stof van je grote hersenen
D
In de witte stof van je grote hersenen

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als het hart te snel gaat kloppen dreigt de bloeddruk in de bloedvaten te hoog te worden. Zintuigen in de wand van de aorta en de halsslagaders registreren de toename van de bloeddruk en sturen impulsen naar het regelcentrum in de hersenen. Via het autonome zenuwstelsel wordt de hartslag dan verlaagd.
In welke deel van de hersenen ligt het centrum dat de hartslagfrequentie regelt en via welk deel van het autonome zenuwstelsel wordt het hartritme verlaagd?
A
Het centrum ligt in de kleine hersenen en het hartritme wordt verlaagd door het (ortho)sympathische zenuwstelsel.
B
Het centrum ligt in de kleine hersenen en het hartritme wordt verlaagd door het parasympathische zenuwstelsel.
C
Het centrum ligt in de hersenstam en het hartritme wordt verlaagd door het parasympathische zenuwstelsel.
D
Het centrum ligt in de hersenstam en het hartritme wordt verlaagd door het (ortho)sympathische zenuwstelsel.

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Epilepsie 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Epilepsie
wat weet je daar van?

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

wat is de oorzaak van Parkinson
(meer antwoorden mogelijk)
A
Er wordt teveel dopamine gemaakt
B
Er wordt geen dopamine gemaakt
C
Er sterven cellen in deel substantia Nigra
D
Er wordt te weinig dopamine gemaakt

Slide 22 - Quizvraag

Bij Parkinson sterven zenuwcellen in een hersengebied dat de substantia nigra heet. Deze cellen produceren dopamine, een neurotransmitter die belangrijk is voor soepele beweging. Bij verlies van 50–60% van deze cellen ontstaan de kenmerkende symptomen.
CVA
cerebraal vasculair acsident

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

CVA (bloeding of infarct)

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

welke vormen van gevoelsstoornissen kunnen voor komen na een CVA?
A
verminderd gevoel
B
overgevoelig
C
verminderde pijn registratie
D
alle genoemde en hevige pijn.

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Dwarsleasie

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

dwarsleasie
welke woorden horen hierbij?

Slide 27 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Hernia

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oorzaken hernia
  • aangeboren zwakte van het discusweefsel = tussenwervelschijf (meer dan 50% van alle gevallen)
  • plotselinge draaibeweging van de romp
  • vertillen en/of verschuiven
  • weinig beweging en/of teveel langdurig zitten
  • slechte spierconditie

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hernia 

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hernia niet alleen in de rug

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hernia diafragmatica
Hernia diafragmatica: Breuk in middenrif
  • De opening in het diafragma wordt minder stevig en zwakker
  • Aangeboren, of door ouderdom
  • Soms door trauma

Niet noodzakelijk om te behandelen:
  • Medicijnen tegen maagzuur
  • Soms een operatie
  • Leefstijladviezen

Slide 33 - Tekstslide

Meestal geen symptomen, totdat men last krijgt van reflux

Leefstijladviezen: hoofdeind van bed omhoog, stoppen met roken, niet vooroverbuigen bij bukken, niet meer eten 3 uur voor slapengaan etc.
Hernia Inguinalis
Hernia= breuk 
Hernia inguinalis= liesbreuk 

hernia's van het buikvlies kunnen ook op andere plekken ontstaan. 
 

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Multiple Sclerose

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is MS?
A
spierziekte
B
ziekte van centrale zenuwstelsel

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is MS?
A
Progressieve ziekte
B
Chronische ziekte
C
Palliatieve ziekte
D
Curatieve ziekte

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is geen direct symptoom van MS:
A
obstipatie door het minder kunnen bewegen.
B
spraakproblemen door aantasting zenuwstelsel.
C
afname van het vermogen om te improviseren .
D
urine-retentie

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij MS treed een beschadiging op van:
A
Receptoren
B
Neuronen
C
Myelineschede
D
Neurotransmitters

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Multiple 

sclerose

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Multipele Sclerose (MS)

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Drugs

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 43 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Cerebrale parese
Steven

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 45 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Migraine
Chantal

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 47 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Migraine
Migraine: Ziekte van de hersenen
  • Aanvallen van heftige en bonzende hoofdpijn
  • Vaak aan één kant van het hoofd
  • Misselijkheid en braken
  • Overgevoelig voor prikkels (licht en geluid)
  • Soms vooraf gegaan door aura

Één aanval varieert in duur van enkele uren tot maximaal 3 dagen

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies