B3A maandag 8 maart

Wednesday February 24th
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
Middelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Wednesday February 24th

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Plan of today
  • Questions last lesson?
  • Vragen over Readtheory?
  • Unit 5, lesson 3
  • Uitleg Present Perfect
  • Opdrachten maken

Slide 3 - Tekstslide

How was your weekend?

Slide 4 - Tekstslide

Do you have any questions about last lesson?

Slide 5 - Woordweb

Hoe vorm je de Present Perfect?
A
stam + ED
B
met het derde rijtje van de irregular verbs
C
stam + S bij he / she / it
D
met has / have + voltooid deelwoord

Slide 6 - Quizvraag

Which sentence is the present perfect?
A
I bought a dog
B
I have bought a dog
C
I buy a dog
D
I am buying a dog

Slide 7 - Quizvraag

Which sentence is the present perfect?
A
He lives here for ten years
B
He lived here for ten years
C
He has lived here for ten years
D
He is living here for ten years

Slide 8 - Quizvraag

Welke zin staat in de Present Perfect?
A
She goes home at 8 o'clock.
B
He fell off his bike.
C
She has caught ten balls so far.
D
They worked all day yesterday.

Slide 9 - Quizvraag

Welke zin staat in de Present Perfect?
A
I love to cycle to school.
B
We often go to church.
C
They have not talked to him yet.
D
I didn't hear him come in.

Slide 10 - Quizvraag

Maak present perfect:
I ask.

Slide 11 - Open vraag

Maak de present perfect:
He listens

Slide 12 - Open vraag

Present perfect:
I walk to school

Slide 13 - Open vraag

Je hebt uitleg gehad en geoefend
met de PRESENT PERFECT.
Vertel nogmaals hoe deze tijd eruit ziet.

Slide 14 - Open vraag

Ik snap het:
A
Helemaal
B
Helemaal niet
C
Een beetje
D
Bijna

Slide 15 - Quizvraag

Present Perfect
1.   HAVE / HAS      I  / you / we / they     have 
                                   he / she / it                   has 

2    Voltooid Deelwoord:   regelmatig     +  ed 
                                                    onregelmatig       3e rij
                                                                                       sleep - slept - slept
                                                                                       begin - began - begun
                                                                                       

Slide 16 - Tekstslide

Present Perfect
Je gebruikt de present perfect om aan te geven dat iets in het verleden is begonnen en nu nog zo is.

In de zin staat ook vaak woorden als: since, not yet, for

Je schrijft de Present Perfect door: HAVE/HAS + Voltooid deelwoord

Bijvoorbeeld:  Ferry has been your teacher for 2 years

Slide 17 - Tekstslide

Welk hulpwerkwoord gebruik je bij de Present Perfect?
A
have/has
B
to be (am/is/are)
C
had
D
was

Slide 18 - Quizvraag

Hoe maak het voltooid deelwoord in het Engels (regelmatig werkwoord)?
A
-ing erachter
B
-ed erachter
C
- s erachter

Slide 19 - Quizvraag

In welke rij van in de onregelmatige werkwoorden staat het voltooid deelwoord?
A
1e rij
B
2e rij
C
3e rij

Slide 20 - Quizvraag

We ........................... here for 10 years.
A
have living
B
has lived
C
have lived

Slide 21 - Quizvraag

(have / has)
He .............. listened to the same song for hours.

Slide 22 - Open vraag

(have/has)
They ...................... been friends for 3 years.

Slide 23 - Open vraag

(have / has)
Susie and I .................. done our homework together.

Slide 24 - Open vraag

He has ...................... this game for 4 hours now.
(watch = regelmatig)

Slide 25 - Open vraag

She has ......................... 40 laps this afternoon.
(swim = onregelmatig)

Slide 26 - Open vraag

En nu:  
Nu ga je zelf de present perfect maken. 

Let op: je vult 2 woorden in.
1.   have  of   has 
                   +
2.  voltooid deelwoord:     -ed   (regelmatig ww)
                                                     3e rij   (lijst in je boek) 

Slide 27 - Tekstslide

He ............................... for Feyenoord for 5 years.
(play = regelmatig ww.)

Slide 28 - Open vraag

I ................................... Netflix series for the last 6 weeks.
(watch = regelmatig)

Slide 29 - Open vraag

I ..................................... my keys!
(find = onregelmatig)

Slide 30 - Open vraag

They .............................. each other since kindergarten.
(know = onregelmatig)

Slide 31 - Open vraag

........................ he ................. you to his party?
(invite = regelmatig)

Slide 32 - Open vraag