LOB / domein les 7, YNV2A

LOB / domein les 7, YNV2A
1 / 52
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 52 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

LOB / domein les 7, YNV2A

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

DEEL 1

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Groepsdynamica

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is groepsdynamica
A
De indeling van de groep
B
Gaat over processen die zich in de groep afspelen
C
De invloeden vanuit de maatschappij
D
Zijn de normen en waarden van een groep

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aspecten binnen een groep
Groepsdynamica zegt iets over de processen in de groep.

Proces aspect​:

Omgangsregels, normen en relaties


Taak aspect:
De zaken waarmee de groep bezig is en waarover de groep praat. 
bv. een gezamenlijk doel 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Primaire groep
Secundaire groep
Formele groep
Informele groep
Homegene groep
Hetrogene groep
Groep in de directe omgeving van de cliënt. (familie, vrienden). Er is sprake van een gevoelsband. 
Een groep je in terecht komt, bv. sport, klas, werk. De groep heeft vaak een gemeenschappelijk doel. 
Niet zelf samengesteld. Leden hebben geen invloed op regels. Bv. binnen een organisatie
Groep ontstaat spontaan en is niet verplicht. bv. vriendschappen 
Bestaat uit leden met gelijke kenmerken. Zegt iets over de fysieke kenmerken of zijn overeenkomstig aan de rol van de groepsleden.
De individuele kenmerken verschillen. Vaak is de groep bij elkaar ivm een groepstaak

Slide 7 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Soorten groepen
  • Primaire groep: Groep in de directe omgeving van de cliënt. (familie, vrienden).
    Er is sprake van een gevoelsband. 
  • Secundaire groep: Een groep je in terecht komt, bv. sport, klas, werk.
    De groep heeft vaak een gemeenschappelijk doel. 
  • Formele groep: Niet zelf samengesteld. Leden hebben geen invloed op regels.
    Bv. binnen een organisatie
  • Informele groep: Groep ontstaat spontaan en is niet verplicht. bv. vriendschappen 
  • Homogene groep: Bestaat uit leden met gelijke kenmerken. Zegt iets over de fysieke kenmerken of zijn overeenkomstig aan de rol van de groepsleden.
  • Heterogene groep: De  individuele kenmerken verschillen. Vaak is de groep bij elkaar i.v.m. een groepstaak

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Altijd lid van een groep
Functies: 
Basisbehoefte van een mens om ergens bij te horen. Verschaft identiteit en status.  Wij gevoel. 

Doelen
Taakdoel: een gezamenlijke taak die de groep wil vervullen (de inhoud van de groepsactiviteit)
 Sfeerdoel: hoe mensen met elkaar omgaan, samenwerken (bewust en onbewust) . 
Hoe organiseert de groep zich voor een taak
Sfeer en taakdoelen zijn met elkaar verbonden en beïnvloeden elkaar

• Wat is de taak van deze klas?
• Hoe is de groepssfeer in deze klas? 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Altijd lid van een groep
Voor- en nadelen van een groep
  • Voordelen: verschaft identiteit, geeft gevoel ergens bij te horen
  • Nadelen: mensen worden afhankelijk van de groep

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Groepskarakteristieken 
Groepskarakteristieken bepalen het karakter van de groep. 

  • Groepscultuur: bestaat uit normen en waarden (formele en informele groepen)
  • Groepssocialisatie:  eigen maken van de groepscultuur
  • Groepsdruk: Iedereen wil ergens bij horen. Negatief en positief
  • Groepscohesie: een groep die een geheel vormt. Iedereen krijgt voldoende ruimte om zichzelf te zijn, taken en verantwoordelijkheden zijn eerlijk verdeeld. 
  • Groepsrollen,: activelingen/ leiders, sfeermakers, meelopers, dwarsliggers, zondebokken

    Opdracht: Welke groepsrollen zie je in volgend filmpje?

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Welke groeprol heb jij?
https://www.123test.nl/groepsrollentest/

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke groepsrol heb je
De plant
De monitor
De specialist
De vormer
De bedrijfsman
De zorgdrager
De voorzitter
De groepswerker
De bron-onderzoeker

Slide 14 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Bespreek in tweetallen
Is de uitslag van de Belbin-test herkenbaar voor jou?
Wat zijn de voor- en nadelen van je rol? 
Probeer een voorbeeld te bedenken uit de praktijk (over jezelf).

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Ga als rollen bij elkaar zitten en zoek informatie over jouw rol op:

1. Omschrijf jouw rol (bv. wat is typisch voor jouw rol)
2. Wat is de bijdrage van jouw rol in een team
3. Wat heeft jouw rol nodig in samenwerking met anderen

Presenteer aan de klas

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 17 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Onze groep
Jullie zijn samen verantwoordelijk voor de taak en de sfeer
Jullie zijn een secundaire, formele en heterogene groep
Er zijn verschillende groepsrollen in de klas
Groepsrollen zorgen voor een goede samenwerking

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Deel 2

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Introductie

Deze les staat in het teken van vrijheid. Wij leven in Nederland in een ‘vrij’ land. Vrij om te denken wat je wil, vrij om dat uit te spreken, vrij om eigen keuzes te maken en vrij om te zijn wie je bent.

Maar hoe voelt dat? En voelt iedereen zich wel zo vrij? Zit er eigenlijk verschil in hoe jij en je klasgenoten vrijheid zien of ervaren?

Vrijheid behoort samen met solidariteit en gelijkheid tot de kernwaarden van de Nederlandse samenleving. Onze democratische waarden. Maar met de huidige spanningen in de samenleving en de oorlogen in Europa voelt ‘vrijheid’ niet altijd meer zo vanzelfsprekend. Hoe kunnen we samen actief zorgen voor onze vrijheid?

In deze les verkennen we wat vrijheid is, wat iedereen zelf belangrijk vindt en hoe en waarom je samen vrijheid moet waarborgen.

Slide 22 - Tekstslide

Wat is vrijheid?

Deze vraag is heel moeilijk te beantwoorden, want vrijheid bestaat op verschillende vlakken en op verschillende manieren. Kun je je bijvoorbeeld vrij (in je gedachten) voelen als je opgesloten zit? En wat als je in een dictatuur leeft maar dat zelf niet weet, voel je je dan vrij? Ben je het dan ook?

Vrijheid is een grondrecht maar tegelijk ook een gevoel. In Nederland en Europa zijn er voor verschillende vrijheden wetten en voorschriften. Deze zijn nodig om vrijheid te waarborgen.

Maar wetten en regels zijn het tegenovergestelde van vrijheid, zou je zeggen. Daar gaan we zo uitgebreid over in dialoog.

Slide 23 - Tekstslide

Meningspel

We gaan allerlei maatschappelijke vraagstukken met betrekking tot vrijheid onderzoeken en bespreken in het meningspel.

Verdeel de klas in duo’s.
Elk duo krijgt 4  kaarten.

1. EENS                                     (GROEN)
2. ONEENS                               (ROOD)
3. We komen er niet uit      (ORANJE)
4. Geen mening                    (GRIJS)

De les bestaat uit drie delen. Elk deel heeft drie stellingen. Na elke stelling heb je met je duo kort de tijd (1 à 2 minuten) om deze samen te bespreken en een keus te maken tussen de kaarten.

Zijn jullie het meteen samen eens of oneens? Dan is het makkelijk kiezen.

Zitten jullie nog niet op een lijn?
Ga in dialoog! Komen jullie niet op tijd tot overeenstemming? Kies dan de oranje kaart.

Hebben jullie over deze stelling echt geen mening? Kies dan de grijze kaart.

Belangrijk:
Jullie moeten samen één kaart kiezen! Leg deze kaart goed zichtbaar voor jullie op tafel.

Slide 24 - Tekstslide

Open dialoog & actief luisteren

Het is superbelangrijk dat we geen discussie gaan voeren en elkaar gaan proberen te overtuigen van elkaars mening maar dat we een ‘open dialoog’ voeren.

Wat is dat precies en hoe doe je dat?
Wat we met een open dialoog bedoelen is dat je luistert naar de ander met oprechte nieuwsgierigheid. Je stelt krachtige, goede vragen waardoor je elkaar écht probeert te begrijpen. Je probeert bij de essentie van de mening van de ander te komen. Dat is best lastig maar je kan het oefenen. Daarbij is ‘actief luisteren’ automatisch heel belangrijk: iemand aankijken, samenvatten en doorvragen.

Door bijvoorbeeld te vragen:
“Wat bedoel je precies met…”
“Als ik het goed begrijp bedoel jij...(samenvatting)”
“Waarom betekent dat voor jou zoveel?”
“Hoe voel je je daarbij?”
"Hoe weet je dat? (waar komt een mening vandaan?)
“Waarom vind/denk je dat, denk je?”

Uitdaging: Probeer gesloten vragen, waarbij de ander alleen met ja of nee kan antwoorden, te vermijden!

Let’s go!

Slide 25 - Tekstslide

Deel 1: Vrijheid om te zijn wie je bent.

Je mag zijn wie je bent in Nederland. Deze vrijheid is zelfs opgenomen in de wet. Je mag geloven wat je wil, je hebt het recht om je eigen levensstijl te bepalen, je mag houden van wie je wil en je bent de baas over je eigen lichaam.

Niemand kan je over bovengenoemde punten opleggen wat je moet doen. In Nederland is dit een belangrijke vorm van vrijheid.

Dat klinkt allemaal heel mooi op papier maar er zijn er toch wel wat situaties te bedenken waar het misschien een beetje schuurt…

Er volgen drie uitspraken over ‘zijn wie je bent’, waarvan we benieuwd zijn naar jullie mening.



Slide 26 - Tekstslide

Stelling 1: Je bent altijd vrij om te dragen wat je wil

Bespreken & kiezen ! (in duo's)

Bespreek de stelling en maak een samen keuze in  ca. 2 minuten. Leg de kaart die jullie kiezen zichtbaar op tafel.

Loop als docent rond, zo zie je welke duo’s er snel een keus maken en welke er wat langer over doen en in gesprek zijn. Ook kun je de interactie tijdens het duogesprek goed observeren. Dit is handig als je studenten straks aan het woord wil laten.

GEBRUIK ONDERSTAANDE INFO EVENTUEEL OM DE DIALOOG TE BEGELEIDEN

INFO/UITLEG:
Met deze vraag wordt bespreekbaar dat media/vrienden/ouders allemaal op een andere manier invloed hebben op je keuzes. Hoe zit dat bij jou? Zeggen je ouders bijvoorbeeld weleens dat je dingen niet moet dragen? Reageren klasgenoten weleens op je uiterlijk? En hoe voelt dat?

Slide 27 - Tekstslide

Klassikaal bespreken/in dialoog:

Bespreek de stelling door een aantal duo’s naar hun keuze te vragen. Begin met 'eens'/'oneens'-kaarten en wissel het een beetje af.

Vergeet ook niet een aantal duo’s met oranje kaarten te vragen hoe hun gesprek verliep en waarom ze er niet uit kwamen.

Sla ook de grijze kaarten niet over; waarom hebben ze geen mening over deze stelling? Zo zorgen alle kleuren kaarten voor participatie.

Let hierbij op de klassenafspraken en het stellen van open vragen. Stelt iemand een gesloten vraag? Stimuleer deze studenten dan om de vraag te herformuleren.
Zo komen we ergens!

Sluit elke ronde af door te vragen of iemand nog iets wil toevoegen? Zijn er dingen onbesproken of nog niet gezegd, maar volgens jou toch echt van belang? Je mening delen? JA GRAAG!
 
TIP: Kies elke ronde andere studenten om mee te praten in de dialoog. Natuurlijk is het prettig als er een fanatiek groepje is maar probeer ook echt iedereen te betrekken: elke mening doet ertoe… ook de 'geen mening' is boeiend.

Slide 28 - Tekstslide

Stelling 2: Bedrijven mogen mensen met tatoeages NIET weigeren

Stap 1. In tweetallen:
Bespreek de stelling en maak een samen keuze in ca. 2 minuten! Leg de kaart die jullie kiezen zichtbaar op tafel.

Stap 2. Klassikaal bespreken/in dialoog: Wat vinden jullie? Welke meningen hebben we allemaal? Wat kunnen we van elkaars visie leren?

INFO/UITLEG:
Werkgevers hebben in Nederland de vrijheid om in specifieke gevallen bepaalde vormen van levensstijl niet zichtbaar te willen laten zien binnen hun organisatie. Dit is echter een regel van het bedrijf die goed onderbouwd moet zijn. Werknemers hebben op hun beurt weer de keus om wel of niet bij het bedrijf te werken. Het is dus aan de werkgever, maar het is GEEN regel in Nederland. Daarnaast is het zomaar uitsluiten van werknemers op basis van uiterlijke kenmerken NIET toegestaan in Nederland. Dit valt onder Artikel 1: Gelijke behandeling en discriminatieverbod

Ingewikkeld... wat denken jullie?

Slide 29 - Tekstslide

Stelling 3: Als je je op school raar gedraagt is het niet gek dat je gepest wordt.

Stap 1. In tweetallen:
Bespreek de stelling en maak een samen keuze in ca. 2 minuten! Leg de kaart die jullie kiezen zichtbaar op tafel.

Stap 2. Klassikaal bespreken/in dialoog:
Wat vinden jullie? Welke meningen hebben we allemaal? Wat kunnen we van elkaars visie leren?

LET OP!
Deze vraag is spannend! Je kunt als docent het beste inschatten of dit in jouw klas gepast is. Soms kan deze vraag (als er daadwerkelijk gepest wordt) het gedrag zowel positief als negatief beïnvloeden.

Een mooie kans is om de jongeren met gematigde/minder heftige meningen bij deze vraag aan het woord te laten. Hoe meer verschillende kanten er worden belicht bij deze stelling, hoe beter.
Pesten is namelijk een sociale norm die vaak niet door de hele groep wordt ondersteund/gedragen. Het is ook een goed moment om samen de norm te bepalen en zo de klas te 'resetten'.

Slide 30 - Tekstslide

DEEL 2: Vrijheid om te zeggen wat je wil!

Er wonen in Nederland veel verschillende mensen. Iedereen heeft in Nederland recht op zijn eigen mening en mag deze ook uiten. Dit mag je vinden, uitspreken of schrijven. Ook heb je het recht om te protesteren. Maar hoe zit dat dan met rekening houden met anderen? Kun je altijd zeggen wat je vindt? En moet je altijd zeggen wat je denkt en vindt?

Slide 31 - Tekstslide

Stelling 2.1: Je kunt helemaal niet altijd alles zeggen wat je wil

Stap 1. In tweetallen:
Bespreek de stelling en maak een samen keuze in ca. 2 minuten! Leg de kaart die jullie kiezen zichtbaar op tafel.

Stap 2. Klassikaal bespreken/in dialoog: Wat vinden jullie? Welke meningen hebben we allemaal? Wat kunnen we van elkaars visie leren?

INFO/UITLEG:

Deze vraag gaat over het recht om te zeggen wat je wil. Je hebt in Nederland de vrijheid om je te uiten. Vrijheid van meningsuiting zal hier zeker genoemd worden. Een goed moment om te herhalen wat dat precies is.

Het recht op vrijheid van meningsuiting betekent dat je mag denken, zeggen en schrijven wat je wilt, dat je mag lezen, luisteren en kijken wat je wilt, en dat je overal informatie mag verzamelen, want op basis daarvan kun je een mening vormen.

Maar je mag hierbij geen wetten overtreden, er zitten dus wel grenzen aan deze vrijheid. Je mag niet iemand bewust te beledigen op basis van afkomst, levensovertuiging, handicap of seksuele voorkeur. En je mag ook niet anderen openbaar aanzetten tot discriminatie, haat of geweld.

De vrijheid om te zeggen wat je vindt of denkt is soms iets anders dan je houden aan gedragsafspraken die belangrijk zijn om goed en fijn met elkaar te kunnen omgaan. Denk bijvoorbeeld aan de afspraken op school, de buurt of thuis. Je zal niet overal zomaar altijd zeggen wat je vindt.

Slide 32 - Tekstslide

Stelling 2.2: Online ben je veel vrijer om te zeggen wat je denkt

Stap 1. In tweetallen:
Bespreek de stelling en maak een samen keuze in ca. 2 minuten! Leg de kaart die jullie kiezen zichtbaar op tafel.

Stap 2. Klassikaal bespreken/in dialoog: Wat vinden jullie? Welke meningen hebben we allemaal? Wat kunnen we van elkaars visie leren?

INFO/UITLEG:
Deze dialoog zou moeten gaan over of je online alles zomaar kan plaatsen. Ben je juist vrijer of voorzichtiger? Hoe denken de studenten over het geven van commentaar op klasgenoten?
Wat zien ze bij anderen?

En wat er eenmaal online is geplaatst, dat blijft beschikbaar! Natuurlijk kun je anoniem heel veel doen, maar is alles  altijd terug te vinden? Hoe verstandig is het om online alles te zeggen wat je denkt?

Slide 33 - Tekstslide

Stelling 2.3: Online nieuwsbronnen kunnen betrouwbaarder zijn dan de mainstream media

Stap 1. In tweetallen:
Bespreek de stelling en maak een samen keuze in ca. 2 minuten! Leg de kaart die jullie kiezen zichtbaar op tafel.

Stap 2. Klassikaal bespreken/in dialoog:
Wat vinden jullie? Welke meningen hebben we allemaal? Wat kunnen we van elkaars visie leren?

INFO/UITLEG:  

De media heeft de vrijheid om altijd onafhankelijk te schrijven. Dit wordt persvrijheid genoemd. Maar hoe zit het met de ‘waarheid’? Hoe weet je zeker wat dan echt waar is? Er is veel discussie over de media en welke bronnen je nog wel kunt vertrouwen.
  • Hoe denken de studenten hier over?
  • Hoe weet je welke nieuwssites je moet volgen?
  • Waar halen zij hun informatie vandaan?
  • Hebben sommige media (zoals het journaal of de krant) een verantwoordelijkheid om waarheidsgetrouw te schrijven?
  • Meningen zijn toch nooit waarheden?
  • Hebben kranten en de NOS minder vrijheid dan online nieuwsbronnen?

Slide 34 - Tekstslide

DEEL 3: Vrijheid om te doen wat je wil

"Vrijheid, dat is gewoon doen waar je zin in hebt!" Je kunt tot op zekere hoogte doen wat je wil in Nederland, maar uiteraard hebben we ook afspraken en regels. Deze zijn belangrijk om vrijheid van iedereen te waarborgen.

In Nederland moet iedereen zich veilig kunnen voelen in de openbare ruimte. Dus daar zijn regels waar je je aan moet houden. Zo zijn er een aantal dingen die misschien toch niet zomaar kunnen.



Slide 35 - Tekstslide

Stelling 3.1: Als jij je aan de regels houdt, kom je niet in de problemen

Stap 1. In tweetallen:
Bespreek de stelling en maak een samen keuze in ca. 2 minuten! Leg de kaart die jullie kiezen zichtbaar op tafel.

Stap 2. Klassikaal bespreken/in dialoog: Wat vinden jullie? Welke meningen hebben we allemaal? Wat kunnen we van elkaars visie leren?

INFO/UITLEG:  
Deze vraag gaat onder andere over zelfstandig (kritisch) nadenken. Moet je altijd doen wat er wordt opgedragen, of is het belangrijk om zelf te blijven nadenken?

Daarnaast heb je zelf niet altijd invloed op de positie waar je je in begeeft en hoe anderen je zien. Misschien ben je soms ineens op de verkeerde plek op het verkeerde moment.

Bespreek na deze dialoog dat het belangrijk is om je informatie altijd te checken en goed te weten waarom regels en wetten er zijn. Zo ben je op de hoogte en kun je ook de vrijheid voelen om zelf keuzes te maken met betrekking tot die regels.

Slide 36 - Tekstslide

Stelling 3.2: Ik hoef geen rekening met anderen te houden als ik dat niet wil

Stap 1. In tweetallen: Bespreek de stelling en maak een samen keuze in ca. 2 minuten! Leg de kaart die jullie kiezen zichtbaar op tafel.

Stap 2. Klassikaal bespreken/in dialoog: Wat vinden jullie? Welke meningen hebben we allemaal? Wat kunnen we van elkaars visie leren?

INFO/UITLEG:  

Deze stelling verkent de verschillen tussen iets doen voor jezelf of iets doen omdat je rekening houdt met een ander. Hoe denken de studenten hierover en waar verschillen ze van mening?

Voor de ene student kan het veel vrijer voelen om juist rekening te houden met anderen, terwijl een ander dit moeilijk vindt. Deze verschillen hebben te maken met je persoonlijke voorkeur. Het één is niet slechter dan het ander.

Benoem in deze dialoog juist de verschillen die er zijn in het ervaren van wat vrijheid is. Iedereen is immers ook vrij om anders te zijn!

Slide 37 - Tekstslide

Stelling 3.3: Je moet altijd doen wat de autoriteiten zeggen

Stap 1. In tweetallen
: Bespreek de stelling en maak een samen keuze in ca. 2 minuten! Leg de kaart die jullie kiezen zichtbaar op tafel.

Stap 2. Klassikaal bespreken/in dialoog: Wat vinden jullie? Welke meningen hebben we allemaal? Wat kunnen we van elkaars visie leren?

INFO/UITLEG:  
Deze dialoog zou moeten gaan over het verschil tussen het opvolgen van gezag of zelfstandig (kritisch) nadenken. En hoe dit zich tot elkaar verhoudt.

We kunnen er in Nederland van uitgaan dat agenten en anderen mensen met gezag het ‘juiste’ doen en dat opvolgen van een instructie dus goed is. Maar dat is iets anders dan ‘een politieagent heeft altijd gelijk’.

Wat vinden jullie daarvan?
Kun je agenten altijd vertrouwen?
En hoe zit dat eigenlijk in andere landen? Moet je daar ook doen wat agenten zeggen? Is daar een verschil?


Slide 38 - Tekstslide

Afsluiting

Vrijheid? Eenvoudig is het niet.
Maar wel heel erg mooi en belangrijk!
In Nederland is vrijheid gelukkig al heel lang een belangrijke kernwaarde waar iedereen hard voor werkt! De overheid doet haar best om vrijheid zo goed mogelijk te waarborgen. Op school heb je in ieder geval de mogelijkheid om over vrijheid en dit soort onderwerpen te praten en je mening te geven. Dat is niet in alle landen in de wereld vanzelfsprekend.

Twee afsluitende vragen voor de klas:

Hoe zouden jullie ‘vrijheid’ nu definiëren?
Wat betekent vrijheid voor jou? Dit mag voor iedereen anders zijn!

Hoe zouden we elkaars vrijheid beter kunnen waarborgen?
Hoe kunnen we beter rekening houden met elkaar en wat zou jij hier zelf in kunnen veranderen?

TIP 1: Laat de studenten hier individueel over nadenken en dit opschrijven. Verzamel de briefjes en laat het onderwerp even bezinken. Kom er een volgende les op terug en maak concrete afspraken en doelen zodat iedereen zijn vrijheid wordt gewaarborgd in jullie groep!

TIP 2: Koppel hier een creatieve opdracht aan door een inspirerende postercampagne op te zetten voor de hele studie.

Slide 39 - Tekstslide

Klassikale reflectie:

Bespreek de les klassikaal na.  Maak eventueel gebruik van de onderstaande vragen:
  • Wie vond de vragen, of sommige vragen, lastig?
  •  Wat vonden jullie van de onderwerpen?
  • Heeft er iemand een nieuw inzicht gekregen door wat een klasgenoot heeft gezegd?
  • Waarom zouden we hier vaker aandacht aan moeten besteden?
  • Wie heeft het er later of thuis nog over gehad?
  • Hoe vonden jullie deze les?

Slide 40 - Tekstslide

Tot slot

Vrijheid kun je letterlijk nemen, maar vrijheid zit eigenlijk ook diep van binnen.
Ze zeggen wel eens: 'Je kunt iemand alles afnemen behalve diens vrije gedachten.' Zolang jouw gedachten er zijn kun jij ermee doen wat je wil. Die vrijheid verdwijnt nooit. Dus wees daar zuinig op.



ORANJE QUIZ

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie is dit?
A
Koning Willem-Alexander
B
Koning Willem-Bernard
C
Koning Willem IV
D
Koning Willem II

Slide 42 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Van wie is dit portret?
A
Willem van Oranje-Nassau
B
Wilhelmus van Nassaue
C
Willem van Oranje
D
Rembrandt van Rijn

Slide 43 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wie was de eerste koning van Nederland?
A
Willem I
B
Lodewijk Napoleon
C
Willem van Oranje
D
Napoleon Bonaparte

Slide 44 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke betekenis hoort bij het begrip 'Monarchie?'
A
Een land met een gekozen koning
B
Een land met een gekozen president
C
Een land met een koning(in) of keizer(in)
D
Een land met één leider die alle macht heeft

Slide 45 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heette Nederland voordat het een monarchie werd?
A
De Nederlansche Protestantse Republiek
B
De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
C
De Republiek der Zeven Hollandsche Gewesten
D
De Republiek der Hollandsche en Belgische Burgers

Slide 46 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke betekenis hoort bij het woord 'Republiek'?
A
Een land met een gekozen overheid
B
Een land met een gekozen koning(in)
C
Een land met gekozen rechters
D
Een land met een gekozen president

Slide 47 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Willem van Oranje is nooit koning geweest. Wat was hij wel?
A
Stadhouder van Holland, Utrecht en Zeeland
B
Leider van de Nederlandse Opstand tegen Spanje
C
Generaal van de Nederlandse luchtmacht
D
Lijsttrekker van de grootste politieke partij van Nederland

Slide 48 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar lijkt de functie 'stadhouder' best wel op?
A
Koning, maar dan van meerdere landen
B
President, maar dan van een deel van een land
C
Burgermeester, maar dan van een provincie
D
Gemeenteraadslid, maar dan van een streek

Slide 49 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hier zie je het wapen van Nederland. De tekst 'Je maintiendrai' is Frans en betekent 'Ik zal handhaven'.

Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is het logisch dat het Nederlandse motto in het Frans is?
A
In Nederland sprak men Frans tot 1814
B
Het motto is overgenomen van Franstalig België
C
Nederland wilde dat de Fransen hun motto konden begrijpen
D
De eerste koning van Nederland was Frans

Slide 51 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 52 - Video

Deze slide heeft geen instructies