Zinnen met 'zou'

Zinnen met 'zou'
Thema Geld en werk
Grammatica
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Zinnen met 'zou'
Thema Geld en werk
Grammatica

Slide 1 - Tekstslide

Zoek de verschillen

Slide 2 - Tekstslide

Lezen
Waarom is (voor)LEZEN belangrijk?

Je ZIET woorden.
Je HOORT woorden.
Je brein ONTHOUDT de woorden.
Je LEERT de woorden.

Slide 3 - Tekstslide

Woordenschrift
Elke dag leer je nieuwe woorden.
Schrijf ze in het kleine schrift.
Vertaal ze in je eigen taal.

Leer de woorden.
Doe dit ook thuis.
timer
10:00

Slide 4 - Tekstslide

Woordenschrift
Elke dag leer je nieuwe woorden.
Schrijf ze in het kleine schrift.
Vertaal ze in je eigen taal.

Leer de woorden.
Doe dit ook thuis.
timer
10:00

Slide 5 - Tekstslide

Kies een woord uit je lijst. Maak er een zin mee.

Slide 6 - Open vraag

🎯 Aan het eind van de les kun je:
  • praten over wat je zou doen met veel geld;
  • zinnen maken met 'zou'.

Slide 7 - Tekstslide

Wat zou jij doen met €1 miljoen?
Vraag:
Wat zie je?
Wat zou je willen kopen?
Wat is jouw droom?

Slide 8 - Tekstslide

Zinnen maken met 'zou'




Je gebruikt 'zou' als je praat over iets dat misschien kan gebeuren. Je droomt bijvoorbeeld over je wat je allemaal wil doen in de toekomst.

Voorbeeld:
Ik zou een huis kopen.
Ik zou geld geven aan mijn familie.
Ik zou op reis gaan.
Ik zou een nieuwe scooter kopen.
Structuur
zou / zouden + hele werkwoord.

Je kunt extra informatie toevoegen tussen zou / zouden en het hele werkwoord of ná het hele werkwoord.

Slide 9 - Tekstslide

Oefen in tweetallen:


A: Wat zou jij doen met €1 miljoen?
B: Ik zou een huis kopen.

A: Wat nog meer?
B: Ik zou een auto kopen.

A: Zou je ook geld weggeven?
B: Ja, ik zou mijn oma geld geven.
Rollen wisselen



Maak de zinnen af:
Ik zou...
Als ik rijk was, zou ik...
Met een miljoen euro zou ik...
A2
Meer uitleg en reden geven.
Langer gesprek met tegenvragen.

Bijvoorbeeld:
'Ik zou een huis kopen, omdat ik dan ruimte heb voor mijn familie.' En wat zou jij doen?
timer
3:00

Slide 10 - Tekstslide

Maak een zin met 'zou'.

Slide 11 - Open vraag

Wat zou je echt willen kopen?
A2
Geef antwoord in een hele zin.

Slide 12 - Open vraag

Ik kan praten over wat ik zou doen met veel geld:
😒🙁😐🙂😃

Slide 13 - Poll

Ik kan zinnen maken met 'zou':
😒🙁😐🙂😃

Slide 14 - Poll