kerstviering leerlingen

1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 4

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Wanneer is het kerst?
A
24 en 25 December
B
5 December
C
25 en 26 December
D
31 December

Slide 2 - Quizvraag

Wat voor versiering zit er boven in de kerstboom?
A
engel
B
slinger
C
kerstbal
D
piek

Slide 3 - Quizvraag

Slide 4 - Tekstslide

Van welke kerstfilm is deze afbeelding?
A
Home Alone
B
Welkom in New York
C
Sound of Music
D
de Muppets

Slide 5 - Quizvraag

Op welk dier reisde Jozef en Maria naar Bethlehem?
A
paard
B
olifant
C
struisvogel
D
ezel

Slide 6 - Quizvraag

Waarom worden de kerstbomen versierd met lichtjes en kerstballen?
A
Omdat mensen het mooi vinden
B
Om de boze geesten te verjagen
C
Het hoort nou eenmaal zo
D
Het licht staat voor nieuw leven

Slide 7 - Quizvraag

In de kerstboom hangen 28 kerstballen. Kim hangt er nog 9 kerstballen bij.
Hoeveel ballen hangen er nu in de boom?
A
9 ballen
B
26 ballen
C
19 ballen
D
37 ballen

Slide 8 - Quizvraag

Wat is Kerst?
A
Geboorte van de paashaas
B
Een feestdag en familiedag
C
Vertrek van Sinterklaas
D
Geboorte van Sinterklaas

Slide 9 - Quizvraag

Wat zegt de kerstman?
A
hihihi
B
hahaha
C
hohoho
D
huhuhu

Slide 10 - Quizvraag

Wat wordt er gegeten met kerst?
A
kersttrol
B
gourmet/fondue
C
kalkoen
D
kerstfrans

Slide 11 - Quizvraag

MIJN KERSTWENS
VOOR JOU!

Slide 12 - Woordweb

Hoe heet het rendier van de kerstman?
A
meneer Hartog
B
Kees
C
Rudolf
D
Piet

Slide 13 - Quizvraag

heet de tak waaronder je met kerst een kusje moet geven?
A
kersttak
B
mistletoe
C
maretak
D
wandelende tak

Slide 14 - Quizvraag

hoe lang duurt het tot een kerstboom volwassen is?
A
18 jaar
B
8 jaar
C
80 jaar
D
365 dagen

Slide 15 - Quizvraag

Hoeveel rendieren heeft de Kerstman?
A
4
B
6
C
8
D
2

Slide 16 - Quizvraag

zijn de rendieren:
A
mannetjes
B
vrouwtjes
C
mannetjes en vrouwtjes
D
transgender neutraal

Slide 17 - Quizvraag

Wat zetten inwoners van IJsland in hun kerststal?
A
draken
B
heksen
C
spoken
D
trollen

Slide 18 - Quizvraag

Wat is het Engelse woord voor kerstman?
A
Santa Man
B
Santa Cloud
C
Santa Claus
D
Santa Piet

Slide 19 - Quizvraag

wie is de rijkste fictieve persoon?
A
de kerstman
B
Dagobert Duck, hij zwemt in het geld!!!
C
Willy Wonka
D
Scrooge, uit de film Cristmas Carol

Slide 20 - Quizvraag

Dit was de kerstquiz.
Fijne vakantie en tot volgend jaar!!

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Video

Slide 23 - Tekstslide