argumenteren les 1

Argumenteren kun je leren
Welke typen standpunten zijn er?
Welke typen argumenten zijn er?
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Argumenteren kun je leren
Welke typen standpunten zijn er?
Welke typen argumenten zijn er?

Slide 1 - Tekstslide

Argumenten op basis van...
  • feiten
  • onderzoek of wetenschap
  • normen en waarden
  • vermoedens
  • geloof of overtuiging
  • gezag of autoriteit
  • nut

Slide 2 - Tekstslide

argumentatie op basis van nut

Er moeten geen fietsers door de onderdoorgang van het Rijksmuseum gaan rijden.

Het leidt, zoals ook wel elders in de stad, alleen maar tot geschreeuw, zo niet erger en bevestigt dus bij toeristen dat Nederlanders vaak een nogal bot volkje vormen.


Slide 3 - Tekstslide

argumentatie op basis van vermoeden
Ik denk dat we in de nabije toekomst meer te maken gaan krijgen met kinderen die thuis zitten omdat ze op school niet te handhaven zijn.

Het lijkt mij dat er maar weinig docenten zullen zijn die zonder extra hulp deze kinderen de juiste aandacht kunnen geven.




Slide 4 - Tekstslide

argumentatie op basis van wetenschap

Volwassenen gaan er ten onrechte van uit dat alle jongeren digitaal vaardig en competent zijn.


Uit diverse onderzoeken blijkt evenwel dat jongeren heel weinig van internet weten. 

 

Slide 5 - Tekstslide

argumentatie op basis van feiten
Het is niet zo mooi dat automobilisten binnenkort met 130 kilometer over de autosnelweg mogen rijden 

 Het aantal verkeersdoden zal stijgen met drie tot zeven personen per jaar. Jaarlijks gaat ook het aantal ernstig gewonden door de verhoging van de maximumsnelheid met 17 tot 34 personen omhoog, zo blijkt uit onderzoek van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.


Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Stap 1 - het standpunt
Noteer individueel de argumenten die je hoort.
Gebruik steekwoorden, het hoeft niet perfect te zijn.
Opdracht

Slide 8 - Tekstslide

Stap 2
Vergelijk met je buurman/-vrouw de genoteerde argumenten. Mis je nog iets? 
Probeer de argumenten wat verder uit te schrijven, in hele zinnen.
Opdracht

Slide 9 - Tekstslide

Stap 3 - groepjes!
Vergelijk jullie argumenten, vul aan waar nodig.
Deel de argumenten nu in:
Welk argument is op basis van feit?
Welk argument is op basis van normen en waarden?
etc.
Opdracht

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Slide 12 - Video

Slide 13 - Video

Slide 14 - Video

Wat is een standpunt?
A
Een mening
B
Een standpunt neem je in over een bepaalde kwestie.
C
Een feit
D
Bewijs voor een mening

Slide 15 - Quizvraag

Wat is een argument?
A
Bewijs voor een standpunt
B
Feiten
C
Redenen voor een mening
D
Dooddoener

Slide 16 - Quizvraag

Wat is een tegenargument?
A
Een argument dat een standpunt onderuithaalt.
B
Een argument dat een ander argument onderuithaalt.

Slide 17 - Quizvraag

Wat is een weerlegging?
A
Een argument dat een standpunt onderuithaalt.
B
Een argument dat een ander argument onderuithaalt.

Slide 18 - Quizvraag

Standpunt - argument

Standpunt: gefundeerde mening over actueel onderwerp 
Argument: ondersteunt standpunt om iemand te overtuigen

Slide 19 - Tekstslide

Opbouw argumentatie
Structuur:

Standpunt
Argument
want / omdat
dus / daarom

Slide 20 - Tekstslide

Ik denk niet dat de PVV veel stemmen zal krijgen bij de verkiezingen, want ik denk dat veel kiezers erg tevreden zijn over het beleid van premier Rutte.

Wat is het standpunt in bovenstaande argumentatie?
A
Ik denk niet dat de PVV veel stemmen zal krijgen bij de verkiezingen
B
Ik denk dat veel kiezers erg tevreden zijn over het beleid van premier Rutte

Slide 21 - Quizvraag

Marcus is duidelijk te veel bezig geweest met de beest uithangen; nu heeft hij een flinke studievertraging opgelopen!

Wat is het argument in bovenstaande argumentatie?
A
Marcus heeft een flinke studievertraging opgelopen.
B
Marcus is duidelijk te veel bezig geweest met de beest uithangen.

Slide 22 - Quizvraag

Argumentatieschema's 
- oorzaak en gevolg
- kenmerk of eigenschap
- voor- en nadelen
- voorbeelden
- vergelijking
- autoriteit

Slide 23 - Tekstslide

Welk argumentatieschema wordt hier gebruikt?
Als Jett Rebel volgend jaar optreedt op Lowlands gaan we weer naar het festival. Vorige keer was hij ook top.
A
argumentatie op basis van oorzaak en gevolg
B
argumentatie op basis van voor- en nadelen
C
argumentatie op basis van een vergelijking
D
argumentatie op basis van voorbeelden

Slide 24 - Quizvraag

Welk argumentatieschema wordt hier gebruikt?

Het wordt warmer op aarde en dat komt door het Broeikaseffect.
A
argumentatie op basis van voorbeelden
B
argumentatie op basis van oorzaak en gevolg
C
argumentatie op basis van een kenmerk
D
argumentatie op basis van voor- en nadelen

Slide 25 - Quizvraag

Van welke twee argumentatieschema's is hier sprake?

In het kader van de strijd tegen de vrouwenhandel zou de overheid het bezoek aan een prostituee strafbaar moeten stellen. Niet de prostituee, maar de klant, de hoerenloper, moet aangepakt worden. Je zult zien dat het aantal slachtoffers van gedwongen prostitutie lager zal worden, net zoals dat in
Zweden het geval was nadat daar de bezoekers van prostituees strafbaar werden.
A
Voor-en nadelen en kenmerk
B
Kenmerk en voorbeelden
C
Autoriteit en vergelijking
D
Oorzaak-gevolg en vergelijking

Slide 26 - Quizvraag

Natuurlijk is hij tegen de bio-industrie: hij is vegetariër.
A
Voordelen-nadelen
B
Vergelijking
C
Kenmerk-eigenschap
D
Oorzaak-gevolg

Slide 27 - Quizvraag

Computergames kunnen een slechte invloed hebben op studieresultaten. Kijk maar naar mijn broertje: door de games komt hij niet meer aan zijn huiswerk toe.
A
Voorbeeld
B
Oorzaak-gevolg
C
Vergelijking
D
Autoriteit

Slide 28 - Quizvraag

Volgens Johan Cruijff moest Ajax meer investeren in jonge voetballers. Daarom is de jeugdopleiding van de club grondig aangepakt.
A
Voordelen-nadelen
B
Kenmerk of eigenschap
C
Vergelijking
D
Autoriteit

Slide 29 - Quizvraag

Waarom moet ik een briefje halen? Isabelle was vorige les ook te laat en zij hoefde geen briefje te halen.
A
Oorzaak-gevolg
B
Vergelijking
C
Voorbeeld
D
Autoriteit

Slide 30 - Quizvraag

Deze supermarkt vindt omzet belangrijker dan dierenleed, want het merendeel van het kippenvlees in de schappen is afkomstig van plofkippen.
A
Oorzaak-gevolg
B
Vergelijking
C
Kenmerk of eigenschap
D
Voordelen-nadelen

Slide 31 - Quizvraag

Drogredenen
Een redenering die niet klopt, maar wel aannemelijk lijkt. 

Slide 32 - Tekstslide

Iedereen weet toch dat spruitjes heel smerig zijn?!
A
Drogreden: bespelen van het publiek
B
Drogreden: overhaaste generalisatie
C
Drogreden: persoonlijke aanval
D
Drogreden: ontduiken van bewijslast

Slide 33 - Quizvraag

In de bijbel staat dat het verboden is, dus moeten we het verbieden.
A
Drogreden: verkeerde vergelijking
B
Drogreden: ontduiken van bewijslast
C
Drogreden: onjuiste beroep op autoriteit
D
Drogreden: cirkelredenering.

Slide 34 - Quizvraag

Van chocolade word je slim, want uit onderzoek blijkt dat landen waarin veel mensen chocolade eten, er meer nobelprijswinnaars wonen.
A
Drogreden: verkeerde vergelijking
B
Drogreden: ontduiken van bewijstlast
C
Drogreden: onjuist beroep op autoriteit
D
Drogreden: onjuiste oorzaak-gevolg relatie.

Slide 35 - Quizvraag

Jij mag niks over roken zeggen. Je rookt zelf!
Drogreden:
A
Persoonlijke aanval
B
cirkelredenering
C
Vals dilemma

Slide 36 - Quizvraag

Het boek van Siebelink is een saai boek, want ik vind er niets aan
A
persoonlijke aanval
B
ontduiken van bewijslast
C
bespelen van publiek
D
cirkelredenatie

Slide 37 - Quizvraag

Hoe kunt u mij een onvoldoende geven? Ik heb zo hard voor deze toets geleerd!
A
ontduiken van bewijslast
B
vertekenen van een standpunt
C
bespelen van publiek
D
cirkelredenatie

Slide 38 - Quizvraag

Hij kan zo veel beweren over de multiculturele samenleving; hij laat zijn dochters wel een hoofddoek dragen.
A
vertekenen van bewijslast
B
persoonlijke aanval
C
cirkelredenatie
D
ontduiken van bewijslast

Slide 39 - Quizvraag

Dat vaccin is natuurlijk volslagen onnodig. Laat ze eerst maar eens bewijzen dat hij op grote schaal werkt.
A
ontduiken bewijslast
B
oorzaak - gevolg fout
C
bespelen van het publiek
D
onjuist beroep op kenmerk of eigenschap

Slide 40 - Quizvraag

Iedereen weet dat de docenten omkoopbaar zijn, als je maar genoeg schuift.
A
persoonlijke aanval
B
oorzaak - gevolg fout
C
bespelen van het publiek
D
ontduiken van de bewijslast

Slide 41 - Quizvraag

Als jij sympathiseert met de actievoerders die 's nachts 5G-zendmasten in de fik steken, dan ben je in wezen tegen alles wat we als samenleving hebben opgebouwd.
A
onjuist beroep op kenmerk of eigenschap
B
vals dilemma
C
overdrijven van voor- en nadelen
D
vertekenen van het standpunt

Slide 42 - Quizvraag

Jij zegt nu wel dat je tegen geweld bent, maar als je een geweer hebt en je wordt 's nachts overvallen, schiet je dan de overvaller neer of laat je je beroven?
A
oorzaak - gevolg fout
B
overhaaste generalisatie
C
vals dilemma
D
persoonlijke aanval

Slide 43 - Quizvraag

Geen enkel weldenkend mens zal volgende week een reis naar Italië ondernemen.
A
bespelen van het publiek
B
oorzaak - gevolg fout
C
persoonlijke aanval
D
vertekenen van het standpunt

Slide 44 - Quizvraag