VERKEER · GROEP 5 · LES 1
Borden spreken
Vorm en kleur vertellen het al
VERKEER · GROEP 5 · LES 1
Borden spreken
Vorm en kleur vertellen het al
Les 1 van groep 5 waarin de leerlingen borden gaan leren 'lezen' aan hun vorm en kleur: je hoeft niet elk bord uit je hoofd te kennen, want vorm en kleur vertellen al bijna alles.
In les 2 checken ze of hun fiets veilig is.
Dit ga je leren
Je kan de vier soorten borden opnoemen.
Je kan aan de vorm en de kleur uitleggen wat een bord betekent.
Je kan uitleggen waarom hetzelfde plaatje op twee borden iets anders betekent.
Je kan drie voorrangsborden herkennen, ook van achteren.
Lees de vier doelen samen voor. Vraag: welk bord ken je al? Laat een paar kinderen iets zeggen, maar verbeter nog niets.
Zo controleer je de doelen:
bord (slide 14) en het exit ticket.
Kom aan het eind van de les terug op deze slide: welk doel lukt al? Welk nog niet?
Wat betekent dit bord?
Ken jij dit bord?
Waar heb jij dit bord gezien?
Wat doet een auto als hij dit bord ziet?
Dit bord staat bij bijna elke school,.
Hebben de leerlingen het wel eens gezien? En wezen ze wat het betekent?
Laat de leerlingen eerst in tweetallen overleggen en de drie vragen beantwoorden.
Bespreek de antwoorden klassikaal
Dit is een waarschuwingsbord, dat zegt: Let op, hier kunnen kinderen oversteken of spelen.
Op deze manier waarschuw je bestuurders niet te hard te rijden en goed te kijken. Kinderen kunnen onverwachts oversteken!
Toch moeten kinderen zelf ook altijd goed opletten!
Vraag tot slot: waaraan zie je dat dit een bord is waarbij je moet opletten, ook als je het plaatje niet goed ziet? Laat de kinderen raden (de rode driehoek). Op de volgende slide zie je dat elke vorm en kleur iets anders vertelt.
Vorm + kleur = boodschap
Een bord praat met vorm en kleur. Er zijn vier grote groepen.
Klik op de borden voor de uitleg.
Laat de kinderen eerst raden wat het bord betekent voordat je de tekst noemt.
Ezelsbruggetje: rood = opletten of niet doen, blauw = doen of weten.
Waarschuwingsborden
Een rode driehoek zegt: let op!
Een waarschuwingsbord staat vlak vóór de plek waar je moet opletten. Laat kinderen bij elk bord eerst zeggen waar je op moet letten.
Klik op een bord om te lezen waarvoor gewaarschuwd wordt.
Zien de leerlingen borden die ze al vaak hebben gezien? Weten ze ook waar ze die borden hebben gezien?
Vraag: Staat een van deze waarschuwingsborden bij onze school?
Verbodsborden
Een rond bord met een rode rand zegt: dit mag niet.
Bij een verbodsbord vertelt het plaatje wat er niet mag.
Klik op een bord om te lezen wat hier verboden is.
Zien de leerlingen ook borden die niet gelden voor fietsers?
Vraag: welke borden gelden ook voor fietsers? (Antwoord: bord 1, bord 2, bord 4.)
Gebodsborden
Een blauw rond bord zegt: dit moet.
Een gebodsbord vertelt wat je moet doen.
Weten de kinderen wat volgens het bord moet doen?
Klik op de borden om de omschrijving te zien.
De borden 1, 2 en 3 kennen de kinderen uit groep 4.
Informatieborden
Een blauw vierkant of rechthoek zegt: handig om te weten.
Een informatiebord vertelt je iets wat handig is om te weten.
Het vertelt je wat je hier kunt verwachten.
Wat verwacht jij tegen te komen als je naar de borden kijkt?
Klik op de borden om de boodscahp te laten verschijnen.
Vraag: Zie jij een van deze informatieborden op weg naar school?
Zelfde plaatje, andere boodschap
Kijk naar de kleur en de vorm van het bord. Wat is de boodschap van ieder verkeersbord? Klik op het bord om te zien waar het voor staat.
Drie borden met hetzelfde plaatje: een fiets. Toch zeggen ze alle drie iets anders. Laat de kinderen bij elk bord eerst zelf de vorm en kleur benoemen ("een rode driehoek, dus..."), en tik dan.
aan de hand, of kies een andere route.
uit groep 4.
Borden met een eigen vorm
Je herkent ze zelfs van achteren. Tik op een bord!
Drie borden van achteren: je ziet alleen de grijze achterkant. Toch kun je raden welk bord het is, want deze drie borden hebben een vorm die geen ander bord heeft.
Laat eerst raden, en laat dan een kind op het bord tikken: de voorkant en de naam verschijnen.
Nadering voorrangsweg:
Je moet voorrang verlenen aan al het kruisend verkeer, zoals auto's, motoren, fietsers, bromfietsers, trams en voetgangers op een zebrapad.
Je hoeft alleen te stoppen als er daadwerkelijk verkeer aankomt. Is de kruising helemaal vrij, dan mag je zonder te stoppen doorrijden. Dit bord wordt vaak gecombineerd met witte haaientanden op het wegdek om je extra duidelijk te maken dat je voorrang moet geven.
Stop:
Als bestuurder ben je verplicht helemaal stil te staan bij dit bord. Langzaam rijden of 'uitrollen' is niet genoeg.
Je moet voorrang verlenen aan alle bestuurders op de kruisende weg (zowel van links als van rechts).
Ook als de weg helemaal leeg is en er niemand aankomt, moet je volledig stilstaan. Stop je niet bij een stopbord, dan kan je een boete krijgen.
Voorrangsweg
Zie je dit bord aan de rechterkant van de weg? Dan vertelt het jou dat je rijdt op een voorrangsweg: Bestuurders op alle kruisende zijwegen moeten voorrang verlenen aan jou.
Buiten de bebouwde kom mag je niet parkeren op een voorrangsweg.
Waarom die eigen vorm?
De betekenis van deze borden is heel belangrijk. Ze geven aan wie er voorrang heeft en ze voorkomen daarmee ongelukken. Door deze afwijkende vormen herken je het bord ook als je het van achteren of van opzij ziet, of als er sneeuw of vuil op zit. Wie uit een zijweg komt, ziet ook aan de achterkant van een bord dat de ander voorrang moet geven.
In groep 6 gaan de kinderen echt oefenen met wie er eerst mag.
STOP
Even checken!
Kun jij een bord lezen aan zijn vorm en kleur?
Deze slide heeft geen instructies
Sleep elk bord naar de goede soort.
Waarschuwing
Verbod
Gebod
Informatie
Laat kinderen om de beurt een bord slepen en hardop zeggen waarom: "Het is een rode driehoek, dus..." Het plaatje hoeven ze niet te kennen: kijk naar de vorm en de kleur.
Je wilt deze straat in rijden.
Bij het begin van de straat staat dit bord.
Wat doe je?
Ik rijd gewoon de straat in.
Ik rijd een andere weg.
Ik rijd er heel langzaam in.
Goed: ik rijd een andere weg. Het bord is rond met een rode rand, dus een verbod: je mag de straat hier niet in. Het is een eenrichtingsweg die je alleen van de andere kant in mag.
Soms hangt er een bordje onder dit bord. Een wit bordje met de letters "uitgezonderd fietsers". Dan mag je als fietser wél deze straat in.
Vraag: welke vorm en kleur heeft het bord? Rond met rood: niet doen.
Afstappen en met je fiets aan de hand over de stoep lopen mag wel: dan ben je voetganger. Kinderen die dat zeggen hebben het dus ook goed.
Bouw het bord! Welke vorm past bij de boodschap?
Let op!
Hier steken kinderen over.
Verboden!
Hier mogen geen honden komen.
Verplicht!
Hier moet je rechtsaf slaan.
Informatie
Hier is een fietsenstalling.
Je bent nu zelf de bordenmaker. Bij elke boodschap hoort een vorm en een kleur. Het plaatje komt er later bij. Laat kinderen om de beurt een leeg bord slepen en uitleggen waarom.
Goed:
Vraag erna:
Welk plaatje zou jij op elk bord zetten? (Twee rennende kinderen, een hond, een pijl naar rechts, een fiets met een P.)
Laat de leerlingen de borden eventueel opzoeken op internet.
Doe-opdracht - ontwerp een bord
Kies samen een plek bij school: het hek, het plein, de stalling.
Wat moeten mensen daar weten? Opletten, niet doen, wel doen of weten?
Kies de goede vorm en kleur. Teken er een plaatje op.
Laat je bord zien. De klas raadt eerst: wat voor soort bord is het?
Ontwerpopdracht
Waar, in de buurt van de school, zijn er wel eens gevaarlijke verkeerssituaties? Met welk bod zouden die voorkomen kunnen worden?
Deel tekenpapier en potloden uit.
Laat de leerlingen een bord ontwerpen voor de situatie.
Bedenk:
Moet het een waarsschuwings- gebods- of verbodsbord worden?
Met welk symbool maak jij je boodschap duidelijk?
Bepaal in hoeverre de leerlingen online naar symbolen mogen zoeken.
Laat de borden aan het eind aan de klas zien. Kan de klas raden wat de boodschap van het bord is? Kloppen de vorm en de kleur bij de boodschap?
Voorbeelden: een rode driehoek met een bal (let op, spelende kinderen), een rond bord met een rode rand en een step (steppen mag niet op het plein), een blauw vierkant met een fiets en een P (fietsenstalling).
Hang de borden op in de klas of bij de ingang.
Een bord is rond en blauw. Wat weet je dan al?
Exit ticket bij het doel "uitleggen aan vorm en kleur".
Goed: het is een gebodsbord. Het vertelt wat je moet doen, bijvoorbeeld: hier moet je fietsen, of hier moet je rechts langs.
Verkeerswoorden
het waarschuwingsbord - rode driehoek, punt omhoog: let op!
het verbodsbord - rond met een rode rand: dit mag niet
het gebodsbord - blauw en rond: dit moet
het informatiebord - blauw vierkant of rechthoek: handig om te weten
het voorrangsbord - eigen vorm: omgekeerde driehoek, achthoek (stop) of ruit
het symbool - het plaatje op het bord: waar gaat het over?
Deze slide heeft geen instructies
VERKEER · GROEP 5
Goed gedaan!
De verkeerslessen van groep 5
L E S 1 · D E Z E L E S
Borden spreken
L E S 2
Mijn veilige fiets
Meer verkeerslessen voor groep 1 tot en met 8?
Kijk op de kanaalstart van Veilig in het verkeer.
Slotslide van groep 5, les 2: Mijn veilige fiets. Les 1, Borden spreken, staat er licht bij; heb je die nog niet gegeven, dan kan dat nog. Onder de verwijzing is ruimte voor de link naar de kanaalstart van Veilig in het verkeer, met alle lessen voor groep 1 tot en met 8.