5.4 Modern imperialisme

1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
GesMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik-opdracht
1. Bekijk de bron eerst voor jezelf. 






2. Schrijf voor jezelf wat je denkt dat de mensen op de foto aan het doen zijn?

3. Overtuig je buurman/vrouw van jouw verhaal. 

Slide 3 - Tekstslide

Foto omstreeks 1900: Omdat er nog geen riolering was, moesten de emmers met poep opgehaald worden bij de mensen tuis. De emmers werden door het huis gesleept: er ging wel een wat over de rand.
Vraag: Wat was het gevolg van slechte riolering  het ontstaan van allerlei ziektes.

5.4 Modern imperialisme
Hoe maakte de industriële revolutie modern imperialisme mogelijk?

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

      Leerdoelen
31.  begrippen: modern imperialisme, kolonie, moederland, cultuurstelsel, ethische politiek, grondstoffen en afzetmarkt. (R)
32. Je kan uitleggen waarom Europese landen in de 19e eeuw koloniën gingen veroveren (economisch, politiek en ideologisch). (T1)
33. Je kan uitleggen hoe de Industriële Revolutie heeft bijgedragen aan het ontstaan van het modern imperialisme.(T1)
34. Je kan met voorbeelden uitleggen wat de gevolgen waren van het modern imperialisme voor de bevolking in de koloniën.(T2)

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Modern imperialisme??

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Modern imperialisme??
De vorm van kolonisatie uit de periode 1850-1920, waarin een aantal West-Europese landen in Afrika en Azië een koloniaal wereldrijk (imperium) opbouwde.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Modern imperialisme

De koloniale expansie in de 19e eeuw ontstond doordat Europese landen:

-Rijkdom en grondstoffen wilden,
-Meer macht in Europa
-Ze vonden dat ze zwakkere volken moesten helpen ontwikkelen (christendom verspreiden)

Slide 8 - Tekstslide

Jullie hebben de afgelopen weken een beeld gekregen van de Industriële Revolutie: wat is dat? Hoe begon dat? Maar heb je ook een beeld gekregen van hoe de wereld er tijdens en na de revolutie uit zag? Hoe leefde men? Wat droeg men voor een kleren? Waar woonden men? Hoe zag zo’n fabriek eruit?
 
De film Daens geeft daar een goed beeld van. Deze film, over pastoor Daens en diens strijd voor de rechten van de arbeiders in Aalst (België), laat zien hoe de textielindustrie er anno 1880 uit zag. Je ziet de problemen zoals ze er waren, de gevaren voor de arbeiders (jong en oud), de verschillen tussen arm en rijk en de manier waarop de overheid met de situatie om ging.

industriële revolutie naar imperialisme
Vul het schema in:
Door de Industriële revolutie hadden Europese fabrieken meer __________ nodig. Daarom gingen Europese landen __________ veroveren. 
Nieuwe uitvindingen, zoals stoomschepen en moderne wapens, maakten het __________ om gebieden te veroveren. | Hierdoor konden Europese landen hun macht in __________ uitbreiden. 

Slide 9 - Tekstslide

grondstoffen – makkelijker – kolonies – Afrika en Azië
 
De film Daens geeft daar een goed beeld van. Deze film, over pastoor Daens en diens strijd voor de rechten van de arbeiders in Aalst (België), laat zien hoe de textielindustrie er anno 1880 uit zag. Je ziet de problemen zoals ze er waren, de gevaren voor de arbeiders (jong en oud), de verschillen tussen arm en rijk en de manier waarop de overheid met de situatie om ging.

In de kolonie:
Negatieve gevolgen
-Veel mensen verloren hun vrijheid en moesten luisteren naar Europese bestuurders.
-Grondstoffen en rijkdom werden vooral meegenomen naar Europa.
-Inwoners moesten vaak zwaar werken op plantages of in mijnen.
-Europese landen onderdrukten soms de lokale cultuur en tradities.
-Er waren oorlogen, geweld en soms hongersnood.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In de kolonie:
Nog meer ellende
Cultuurstelsel: systeem in Nederlands-Indië waarbij boeren een deel van hun grond moesten gebruiken voor exportproducten, zoals koffie en suiker, voor Nederland. Dit leverde veel winst op voor Nederland. Indonesië hield weinig voedsel over voor henzelf

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In de kolonie:
Positieve gevolgen
-Aanleg van spoorwegen, havens en wegen.
-Sommige mensen kregen onderwijs of medische zorg.
-Nieuwe technieken en producten kwamen naar de kolonies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In de kolonie: 
Ethische politiek
Ethische politiek: beleid van Nederland rond 1900 waarbij men vond dat Nederland beter voor de bevolking van Nederlands-Indië moest zorgen, bijvoorbeeld met onderwijs en irrigatie.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Lees de stelling:
“Het modern imperialisme bestond voor het eigenbelang (winst maken en macht hebben) en idealen (het volk helpen) waren niet zo belangrijk.”

Opdracht:
Geef een beargumenteerd antwoord op deze stelling.
Je antwoord moet:
-Minstens 2 argumenten voor de stelling 
-Minstens 1 argument tegen de stelling 
-Eindigen met een conclusie waarin je uitlegt wat volgens jou het belangrijkste motief was.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Woonomstandigheden
  • Slechte woningen (snel gebouwd dus: haastige spoed...)

  • Panden die niet als woning zijn bedoeld (zoals kelderwoningen)

  • Dichtbij fabrieken

  • Slechte hygiëne, riolering en watervoorzieining

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


In delen van Noord- en Oost-Nederland was het trouwens niet veel beter...

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werkomstandigheden

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Woonomstandigheden

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Wat wil de tekenaar van deze spotprent duidelijk maken?

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de Sociale Kwestie? (1)
  • Een kwestie is een probleem

  • De slechte woon- en werkomstandigheden van de arbeiders zijn duidelijk zichtbaar.

  • Eind 19e eeuw.

  • Vooral in de steden.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de Sociale Kwestie? 
  • ‘De rijken worden rijker, de armen worden armer’

  • Alleen ‘de rijken’ mogen stemmen

  • Hierdoor blijven ‘de rijken’ aan de macht

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Let op: De weekinkomsten van een mannelijke arbeider
was ongeveer 900 cent (9 gulden)

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie helpt de arbeiders? 
  • Sommige fabrikanten gaven de arbeiders wél wat extra's (soms ook uit eigen belang: een fittere arbeider werkt harder...)

  • Arbeiders gaan staken: dit werkt alleen als iedereen gaat staken, en dat was moeilijk vol te houden

  • Arbeiders gaan samenwerken in vakbonden.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie helpt de arbeiders? 

  • Nederland kent drie grote politieke groepen: socialisten (links), confessionelen (midden) en liberalen (rechts)

  • Deze politieke groepen hebben allemaal een andere oplossing voor de Sociale Kwestie, maar ook allemaal eigen belangen

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Liberalen

  • Nachtwakersstaat: overheid zorgt alleen voor orde en veiligheid

  • Economie helemaal vrij laten

  • Sociale wetten kosten teveel geld

  • Rechts in de politiek

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Socialisten
  • Overheid moet er alles aan doen om arbeiders te beschermen

  • Betere arbeidersomstandigheden (o.a. meer loon)

  • Om dit te bereiken: strijd voor algemeen kiesrecht (ook met stakingen en demonstraties)

  • Links in de politiek

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Confessionelen
  • Confessie = geloof (Protestant/Rooms-katholiek)

  • Ongelijkheid omdat God het zo wil

  • Goede christenen helpen elkaar

  • Werkgevers en werknemers moeten er samen uitkomen

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Langzaam verbetering
  • Eerste sociale wetten vanaf 1874: Kinderwetje van Van Houten

  • Leerplichtwet (1900), Woningwet (1901)

  • 1917: Algemeen Kiesrecht voor mannen

  • 1919: Algemeen kiesrecht voor vrouwen

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

      Leerdoelen
  1. Je kent de betekenis van de begrippen Industriële revolutie, arbeidsomstandigheden, sociale kwestie. (R)
  2. Je kan voorbeelden noemen van de leef- en werkomstandigheden van de textielarbeiders benoemen. (R)
  3. Je kan uitleggen waarom urbanisatie plaatsvond. (T1)
  4. Je kan een voorbeeld van een omschrijving geven hoe een werkdag van een textielarbeider in een fabriek eruit zag. (T1)
  5. Je kan uitleggen hoe de liberalen, communisten en sociaaldemocraten de sociale kwestie wilden oplossen. (T1)

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat als...?
Verschuif de foto naar elk kwadrant en probeer bij elk kwandrant een gevolg te bedenken.

Voorbeeld:
De kinderen doen niets aan hun situatie. Noem hiervan een postitief gevolg.

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies