lieveheersbeestjes

Dottie en Stippel
“Dottie…..Dottie! Wakker worden!” Dottie doet haar ogen open en even weet ze niet waar ze is. Dan ineens weet ze het weer! in die oude schuur. Daar had ze samen met haar vriendje Stippel net voor de winter een heerlijk plekje gevonden! “Riep iemand mij?
Ik ben al wakker hoor!” gaapt Dottie. Dottie staat op en strekt even al haar pootjes uit. Linksvoor, rechtsvoor, links-midden en rechts-midden en dan linksachter en rechtsachter. Ze schudt zich even los, want als je de hele winter hebt geslapen, is alles stijf
geworden. Stippel staat al bij het gaatje in de wand. Op de plek waar ze naar binnen zijn gekropen aan het begin van de
winter. “Dottie! roept Stippel, “kom nou, slaapkop! Het is prachtig buiten, moet je kijken.”
Dottie loopt naar Stippel. “Mijn pootjes hebben zon nodig”, zegt ze. Stippel staat met zijn ogen dicht en zucht: “De zon schijnt ook, moet je eens voelen hoe lekker warm het is!” Dan steekt Dottie haar kopje naar buiten en voelt ze het ook. “Heerlijk, de zon schijnt, dan kan ik mijn pootjes en vleugels lekker opwarmen!”
1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieBasisschoolGroep 3

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

Onderdelen in deze les

Dottie en Stippel
“Dottie…..Dottie! Wakker worden!” Dottie doet haar ogen open en even weet ze niet waar ze is. Dan ineens weet ze het weer! in die oude schuur. Daar had ze samen met haar vriendje Stippel net voor de winter een heerlijk plekje gevonden! “Riep iemand mij?
Ik ben al wakker hoor!” gaapt Dottie. Dottie staat op en strekt even al haar pootjes uit. Linksvoor, rechtsvoor, links-midden en rechts-midden en dan linksachter en rechtsachter. Ze schudt zich even los, want als je de hele winter hebt geslapen, is alles stijf
geworden. Stippel staat al bij het gaatje in de wand. Op de plek waar ze naar binnen zijn gekropen aan het begin van de
winter. “Dottie! roept Stippel, “kom nou, slaapkop! Het is prachtig buiten, moet je kijken.”
Dottie loopt naar Stippel. “Mijn pootjes hebben zon nodig”, zegt ze. Stippel staat met zijn ogen dicht en zucht: “De zon schijnt ook, moet je eens voelen hoe lekker warm het is!” Dan steekt Dottie haar kopje naar buiten en voelt ze het ook. “Heerlijk, de zon schijnt, dan kan ik mijn pootjes en vleugels lekker opwarmen!”

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

“Dan moet je wel eerst je dekschilden opzij doen”, lacht Stippel, “zo kan de zon er niet bij!”
Dottie rekt zich helemaal uit, klapt haar dekschilden naar buiten en flappert met haar vleugels. Ze zitten helemaal
in de kreukels. “Ojee, mijn vleugels doen het niet meer. Hoe moet ik straks dan vliegen?” zegt Dottie verschrikt.
“Gewoon even rustig uitvouwen”, zegt Stippel, “dat had ik net ook. Ze hebben heel lang zo onder je dekschilden
gezeten, maar ze doen het heus nog wel”. Je moet wel even je rode dekschilden oppoetsen. Ik zie je stippen bijna
niet, er zit een dikke laag stof op!. Als Dottie klaar is, voelt ze ineens dat ze heel lang niet heeft gegeten.
”Zullen we gaan? Ik heb reuze trek na al die tijd”. Dottie en Stippel vliegen al gauw hoog in de lucht. Wat ruikt het overal lekker naar kruiden en bloemen. Het is echt lente! “Zullen we even op dat blauwe korenbloemetje kijken?” vraagt Stippel, “misschien is daar iets te eten.”
Dottie probeert op de korenbloem te landen maar ze glijdt uit.
Met haar antennes botst ze tegen een grote roodbruine duizendpoot aan. “Hela! kijk uit, jullie zijn toch geen
larven meer!” zegt de duizendpoot boos. Met zijn grote kaken ziet de duizendpoot er niet erg vriendelijk uit.



Slide 4 - Tekstslide





Dottie herinnert zich dat ze vorig jaar als klein larfje heel hard heeft moeten rennen voor zo’n monster. Gelukkig
vond ze toen een goudsbloem. Daar kon ze met haar lange lijf tussen de bloemblaadjes kruipen. Door haar
oranje strepen viel ze toen niet op. Dat zou nu wel anders zijn. Die rode kleur van haar dekschilden met zwarte
stippen ziet iedereen gelijk!
Ze hoeft gelukkig niet bang te zijn. Nu is ze een groot en sterk lieveheersbeestje. Ze lijkt helemaal niet meer op
die larve van vorig jaar. “Sorry, ik had u niet gezien”, zegt Dottie. “Altijd hetzelfde met die lieveheersbeesten”, zegt de duizendpoot nors, “straks sta je nog op één van mijn vele poten! En ik heb ze allemaal nodig!” Stippel trekt Dottie snel mee naar de rand van de korenbloem. Maar daar botsen ze bijna op een sprinkhaan. “Hé, let eens op, daar stond ik al!” Wat een drukte overal! Het lijkt wel of iederéén wakker is geworden, overal waar Dottie en Stippel kijken, loopt of vliegt er wel wat: bijen, vlinders, rupsen, mieren, kevers, wormen en ook andere lieveheersbeestjes, maar een
lekker hapje is nergens te bekennen.

Slide 5 - Tekstslide

Dan zien ze Spikkel, een citroenlieveheersbeestje. Hij zit op een paarse Akkerdistel.
“Misschien weet Spikkel wel iets”, zegt Dottie .
Dottie vliegt naar de Akkerdistel, maar vergeet op tijd te stoppen en ze landt bovenop de rug van Spikkel!.
Ze ruikt meteen een vieze lucht, Spikkel heeft “de-afschrik-nattigheid” laten lopen. Dat gebruiken
lieveheersbeestjes alleen als ze aangevallen worden.
“Sorry, Spikkel, ik ben het: Dottie! Gaat het met je? Spikkel wrijft met zijn pootjes even over zijn gele dekschilden.
“Ja, zegt Spikkel het gaat wel, maar ik geloof dat je een beetje moet oefenen met landen, Dottie!”
Dottie knikt het lijkt wel of ze dat een beetje verleerd is.
Zeg, Spikkel, weet jij waar we iets lekkers kunnen vinden? We hebben reuze trek maar het is overal zo druk.
Het is bijna net zo druk als vorig jaar, toen wij geboren waren en er overal larfjes rondkropen”, zegt Spikkel. “Ik
heb wel wat jonge bladluizen gezien, daar verderop bij dat fluitenkruid”. 
“Bedankt, Spikkel, dan gaan we daar eens kijken.”
Als Dottie en Stippel het mooie witte Fluitenkruid zien, vliegen ze er direct op af.
En dan…BOEM! Dottie ligt languit op het Fluitekruid. Alle bladluisjes zijn weggerend. 

Slide 6 - Tekstslide

“Je moet echt iets aan het landen doen, Dottie!” zegt Stippel, “zo hebben we straks niks te eten!”
Dottie staat snel op. Het was gelukkig een zachte landing.
“Kijk eens, Stippel! Ik ben op de eitjes van de bladluizen geland!”
Een heerlijk vers eitje, dat zal smaken op deze mooie lente ochtend!
Even later zitten Dottie en Stippel te smullen van hun eitje. Ze denken allebei na over wat ze deze lente zullen
gaan doen. Dottie besluit dat ze in ieder geval weer wat moet oefenen met vliegen en landen.
Het wordt vast een mooie lente voor de twee vriendjes

Slide 7 - Tekstslide

Opdracht:
• rek je armen en benen uit net zoals Dottie
dat doet.
• kunnen jullie ook vliegen zoals een
lieveheersbeestje?
Laat de leerlingen:
- vliegen als een lieveheersbeestje
- hippen als een vogel op de grond
- fladderen als een vlinder
- springen als een kikker
- huppelen als een lammetje
- oprollen als een pissebed

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

14

Slide 10 - Video

02:50
Wat eet een lieveheersbeestje?
A
B
C

Slide 11 - Quizvraag

  • Ik kan dieren 
op basis van kenmerken indelen in soorten



Indeling dierenrijk

Slide 12 - Tekstslide

03:05
Een lieveheersbeestje
is een kever!
Is dit waar of niet waar?

A
B

Slide 13 - Quizvraag

06:36
hoe oud worden
lieveheerstbeestjes?
A
1 jaar
B
2 jaar
C
3 jaar
D
4 jaar

Slide 14 - Quizvraag

06:36
aan de stippen op een
lieveheersbeestje
kan je zien hoe oud ze zijn!
Is dit waar of niet waar?
A
B

Slide 15 - Quizvraag

07:25
waar is het schild van een kever
en dus ook het lieveheersbeestje
van gemaakt?
A
B
C

Slide 16 - Quizvraag

07:58
hoe ziet een baby kever/lieveheersbeestje eruit?
A
B

Slide 17 - Quizvraag

08:10
Een lieveheersbeestje
is een insect!
Is dit waar of niet waar?
A
B

Slide 18 - Quizvraag

10:13
wat is de volgorde van het leven van een lieveheersbeestje?:
na de eitjes word het een
A
B
C
D

Slide 19 - Quizvraag

10:13
wat is de volgorde van het leven van een lieveheersbeestje
eerst:
A
B
C
D

Slide 20 - Quizvraag

10:13
wat is de volgorde van het
leven van een lieveheersbeestje:

na de pop wordt het een?
A
B
C
D

Slide 21 - Quizvraag

08:10
hoeveel pootjes
heeft een insect?
A
3
B
4
C
5
D
6

Slide 22 - Quizvraag

08:10
hoeveel pootjes
heeft een kever of
lieveheersbeestje?
A
3
B
4
C
5
D
6

Slide 23 - Quizvraag

10:13
wat is de volgorde van het leven van een lieveheersbeestje
na de larf wordt het een?
A
B
C
D

Slide 24 - Quizvraag

13:53

Slide 25 - Tekstslide

Lieveheersbeestjes

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video

Wat eet een lieveheersbeestje?

Slide 28 - Open vraag

Is bladluis goed voor de plant?
A
ja
B
nee

Slide 29 - Quizvraag

De verandering van een larve in een lieveheersbeestje noemen we "gedaanteverwisseling". Waarom zou dat zo heten?

Slide 30 - Open vraag

Slide 31 - Video

Waarom is een lieveheersbeestje eerst geel?
A
door de verf
B
hij moet nog drogen
C
hij moet nog verpoppen
D
hij moet nog douchen

Slide 32 - Quizvraag

Wat weet je nu van
lieveheersbeestjes?

Slide 33 - Woordweb

Wat zijn insecten?
Insecten zijn beestjes waarbij het skelet aan de buitenkant van het lichaam zit. Bij bijvoorbeeld een mens of een vogel zit het skelet aan de binnenkant van het lichaam.


Insecten worden vaak gezien als kleine, enge, kriebelbeestjes.

Slide 34 - Tekstslide

De 2 andere kenmerken van een insect
* Hun lijf bestaat uit 3 delen. Een kop, een borststuk en een achterlijf
*Een insect heeft 6 poten

Slide 35 - Tekstslide

Vijf soorten insecten
  1. Vlinders
  2. Bijen/hommels
  3. Sprinkhanen
  4. Libellen
  5. Kevers


Slide 36 - Tekstslide

lieveheersbeestje
Het lieveheersbeestje is familie van de kevers.
Kevers zijn insecten met ronde lijven en harde vleugels.
Zijn lichaampje bestaat uit 3 delen: kop, borststuk en achterlijf.
Er bestaan meer dan 5000 soorten lieveheersbeestjes.
In Nederland komen er ongeveer 60 verschillende soorten voor.
Ze kunnen tot 50 km ver vliegen, zonder te stoppen.
De meeste lieveheersbeestjes leven ongeveer 3 maanden tot een jaar.
Hun leeftijd kan je trouwens niet aflezen aan het aantal stippen dat ze hebben, zoals wel eens verkeerdelijk gedacht wordt.

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Tekstslide

Insecten kan je herkennen aan de zes poten

De meeste insecten hebben  vleugels en kunnen vliegen.

Insecten leggen eitjes waar larven uitkomen

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Tekstslide

voedsel
Pollen, bladluizen, schildluizen, larven van bladhaantjes, bladvlooien, mijtjes, meeldauwschimmels enz...
Een volwassen lieveheersbeestje eet per dag ongeveer 100 bladluizen.
Dat zijn er meer dan 3000 per maand.
Ondanks hun grote ogen, kunnen lieveheersbeestjes nauwelijks zien.
Het LHB vindt zijn voedsel op de tast, zij moeten dus tegen hun prooi oplopen.
Sommige eten geen bladluizen.

Slide 41 - Tekstslide

levenscyclus
Na de paring in de lente legt het vrouwtje, rond de honderd gele eitjes op een blad van een plant vol bladluizen. Na ongeveer een week komen er kleine zwarte larven uit.
Na drie vervellingen en ongeveer 3 weken later, als de larf volgroeit is, gaat de larf zich verpoppen .
In de pop verandert het beestje in een volwassen dier. In juli of augustus kruipt het volwassen lieveheersbeestje
uit de pop, zo'n zes weken nadat de eitjes zijn gelegd. Je kan tijdens de zomer dus twee generaties
lieveheersbeestjes zien. Laat in de herfst zoeken de lieveheersbeestjes een beschut plekje op, bijvoorbeeld onder boomschors, waar ze overwinteren.

Slide 42 - Tekstslide

Slide 43 - Tekstslide

levenscyclus

Slide 44 - Tekstslide

overwintering
In gebouwen, meestal aan raamkozijnen, dubbele beglazing, zolders, gaten in de muur, schoorstenen.
Ook  in spleten van bomen en achter schors, spleten in omheiningspalen en electriciteitspalen.
Tussen naalden van naaldbomen, tussen bladeren en stengels van riet, dode bladeren , mossen, in strooisel onder heidestruikjes, in heidetakjes.
Onder stenen, in huizen, nestkastjes, vleermuizenkelders, in lage kruiden op velden en graslanden.

Slide 45 - Tekstslide

Slide 46 - Video