Communicatie deel 1

Dienstverlening & Producten
D&P
Communicatie
deel 1
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
Economie & OndernemenMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Dienstverlening & Producten
D&P
Communicatie
deel 1

Slide 1 - Tekstslide

Wat weet je over communicatie?

Denk aan:
  • Met wie 
  • op welke manier
  • met wat

Slide 2 - Tekstslide

Boodschap doorgeven

Slide 3 - Tekstslide

Lesdoel:
Ik kan de volgende begrippen uitleggen:
Communiceren
Communicatieproces
Zender
Ontvanger
Boodschap
Verbale communicatie
Non verbale communicatie
Ruis

Slide 4 - Tekstslide

Communicatie =  Overdragen van informatie. ​




Zender is diegene die de informatie verzend, ontvanger is degene die informatie meekrijgt. ​
Ruis alles dat de communicatie moeilijker maakt. ​
Medium is via wat je iets verzend: in gesprek, telefoon, social media, etc. ​
Media-uiting is de vorm waarin de boodschap zit: bijvoorbeeld een commercial, poster, banner, filmpje. 

Slide 5 - Tekstslide

Maak nu opdracht 1 en 2 op je werkblad

Slide 6 - Tekstslide

Er zijn verschillende vormen van communicatie. wanneer spreek je van non-verbale communicatie?

Communicatie:
A
zonder woorden
B
met woorden
C
volgens vaste patronen
D
zelfde niveau

Slide 7 - Quizvraag

Non-verbale communicatie is communicatie met woorden.
A
juist
B
onjuist

Slide 8 - Quizvraag

Maak nu opdracht 3 en 4 op je werkblad

Slide 9 - Tekstslide

Interne en externe ruis
Intern: Ruis bij de zender of ontvanger
Extern: Ruis van buitenaf, bijvoorbeeld lawaai

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Slide 12 - Video

Bij ruis komt een boodschap niet goed over bij de ontvanger
A
Juist
B
Onjuist

Slide 13 - Quizvraag

Als er iets misgaat bij de communicatie in de boodschap zelf dan noem je dit ....
A
Interne ruis
B
Externe ruis

Slide 14 - Quizvraag

Je ontvangt een mail van een klasgenoot. Er zijn echter woorden weggevallen waardoor je niet goed begrijpt wat er in de mail staat.
A
Interne ruis
B
Externe ruis

Slide 15 - Quizvraag

Mohammad is op sollicitatie gesprek als het brand alarm ineens af gaat. Is hier sprake van interne of externe ruis ?
A
Interne ruis
B
Externe ruis

Slide 16 - Quizvraag

Je moet een werkstuk inleveren. De docent heeft gevraagd om dit werkstuk via de mail in te leveren. Net op het moment dat je het gaat inleveren, heb je geen internetverbinding
A
Interne ruis
B
Externe ruis

Slide 17 - Quizvraag

Je bent niet tevreden over je ontvangen bestelling. Je neemt telefonisch contact op met het bedrijf. Je krijgt een medewerker aan de telefoon die niet goed de Nederlandse taal spreekt. Het gesprek verloopt moeizaam.
A
Interne ruis
B
Externe ruis

Slide 18 - Quizvraag

Maak nu opdracht 5 en 6 op je werkblad

Slide 19 - Tekstslide

Interne en externe communicatie

- Interne communicatie is de communicatie met iedereen die bij het bedrijf werkt.
- Externe communicatie is de communicatie met iedereen buiten het bedrijf.


Slide 20 - Tekstslide

Op welke manieren kan een bedrijf extern communiceren?

Slide 21 - Open vraag

 Externe communicatie
websites, brochures, folders, posters
sociale media, persberichten, advertenties
e-mails, telefoongesprekken 
deelname aan evenementen
 klantenservice

Slide 22 - Tekstslide

Maak nu opdracht 7 en 8 op je werkblad

Slide 23 - Tekstslide

Public relations
Het ervoor zorgen dat tussen bedrijf en omgeving een goede relatie ontstaat en blijft bestaan.

Slide 24 - Tekstslide

Imago
Het beeld wat de mensen over het bedrijf hebben noemen we het IMAGO. 






Slide 25 - Tekstslide

Maak nu opdracht 9 en 10 op je werkblad

Slide 26 - Tekstslide

Nu een spelletje Blooket
Communicatie

https://dashboard.blooket.com/set/67877a2a02d3a064db398c4a

Slide 27 - Tekstslide

EINDE deel 1

Slide 28 - Tekstslide

Communicatie deel 2
Lesdoel:
Ik ken de 5 zintuigelijke manieren om een boodschap over te brengen

Slide 29 - Tekstslide

Welke zintuigen heeft de mens?
A
ruiken, horen, voelen en zien
B
ruiken, horen, voelen, zien en proeven
C
ruiken, horen, voelen, kijken en zien
D
ruiken, horen, voelen, denken en zien

Slide 30 - Quizvraag

Boodschap overbrengen
1. beeld ->  zien ->  ogen
2. geluid ->  horen -> oren
3. geur -> ruiken -> neus
4. smaak ->  proeven -> tong
5. gevoel -> voelen -> vingers / hand / wang

Slide 31 - Tekstslide

Maak nu het werkblad 'Boodschap overbrengen'

Slide 32 - Tekstslide

Profielmodule 2
2: Marketing en de vijf P's

Slide 33 - Tekstslide

Marketing...
... is bedoeld om zoveel mogelijk producten of diensten te verkopen en meer naamsbekendheid te krijgen. 

Bekende bedrijven verkopen meer dan onbekende bedrijven.

Slide 34 - Tekstslide

De 6 P's

Slide 35 - Tekstslide

De losse P's worden:

Marketinginstrumenten genoemd.


Welke P's zijn er?

Slide 36 - Tekstslide

Marketingstrategie
De marketingmix is de combinatie van instrumenten (P's) die je kunt gebruiken voor het maken van een plan.

Het doel van het plan is om de marketing zo succesvol mogelijk te maken.  Zo'n plan noem je een marketingstrategie. 

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Link

Wat is het doel van de marketingmix?
A
Reclame
B
Meer verkopen
C
Meer omzet

Slide 39 - Quizvraag

Wat is het tweede doel van de marketingmix?
A
Reclame
B
Meer naamsbekendheid
C
Meer omzet

Slide 40 - Quizvraag

Slide 41 - Link

Wat is geen P uit de marketingmix?
A
Productbeleid
B
Promotiebeleid
C
Productiebeleid
D
Prijsbeleid

Slide 42 - Quizvraag

De marketingmix bestaat uit P's. Uit hoeveel P's bestaat de marketingmix?
A
4
B
5
C
6
D
7

Slide 43 - Quizvraag

                                     Marketingmix
Prijsbeleid
Plaatsbeleid<div><br></div>
Productbeleid
Promotiebeleid<div><br></div>
presentatiebeleid<div><br></div>
personeelsbeleid
De winkelier verkoopt ook sportrugzakken
De sportwinkel in het centrum 
Een poster in een kledingwinkel 
Een winkelier verkoopt sommige rugzakken met korting
De winkel ziet er netjes uit. 
Alle producten staan overzichtelijk in de schappen
Alle werknemers van het bedrijf hebben dezelfde werkkleding aan. Dan zijn ze duidelijk herkenbaar voor de klanten

Slide 44 - Sleepvraag

Wat is de juiste volgorde van communicatie:
A
Ontvanger - zender boodschap
B
Zender - ontvanger - boodschap
C
Zender - boodschap - ontvanger
D
Boodschap - zender - ontvanger

Slide 45 - Quizvraag