Gezondheid en ziekte

ZIEKTE EN GEZONDHEID
Thema
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgingMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

ZIEKTE EN GEZONDHEID
Thema

Slide 1 - Tekstslide

Een gelukkig en GEZOND nieuwjaar.
Mensen zeggen dit wel eens, waarom is het zo belangrijk om gezond te zijn? En wat is gezondheid...wanneer ben je niet (meer) gezond? Hier gaan we het dit hoofdstuk over hebben.

Slide 2 - Tekstslide

Wanneer ben je gezond?

Slide 3 - Open vraag

Kun je je gezond voelen als je een ziekte hebt?
A
Ja
B
Nee

Slide 4 - Quizvraag

GEZOND
ONGEZOND
Alcohol drinken
groenten en fruit eten 
Roken
Lang binnenzitten
Sporten

Slide 5 - Sleepvraag

Slide 6 - Tekstslide

Leg uit dat als je bijvoorbeeld je been gebroken hebt je je ook sociaal en geestelijk minder goed voelt?

Slide 7 - Open vraag

 WHO
De WHO zorgt dus voor de gezondheid over de hele wereld. Vaccins, pandemie, hongersnood. Zij kijken welk land iets nodig heeft om gezonder te worden.

Slide 8 - Tekstslide

Ziekteverschijnselen 

Ziekteverschijnselen zijn objectieve/meetbare uitingen van een ziekte 
Kunnen door iemand anders worden waargenomen
bijv temperatuur, bloeddruk




Slide 9 - Tekstslide

Symptomen
Dit zijn klachten die de zorgvrager zelf voelt en aangeeft
Deze klachten zijn subjectief
Bijv misselijkheid, duizeligheid





Slide 10 - Tekstslide

Ziekteverloop
Een ziekte kan op verschillende manieren verlopen:

Acuut: plotseling en kortdurend, zoals een blindedarmontsteking.
Chronisch: langdurig of levenslang, zoals diabetes mellitus.
Recidief: de ziekte komt terug na herstel.



Chronisch: langdurig of levenslang, zoals diabetes mellitus.
Recidief: de ziekte komt terug na herstel.
Complicatie: er komt een probleem bij, zoals een longontsteking na een operatie.
Restverschijnsel: iets dat blijvend is na herstel, zoals verlamming na een beroerte.

Slide 11 - Tekstslide


Complicatie: er komt een probleem bij, zoals een longontsteking na een operatie.
Restverschijnsel: iets dat blijvend is na herstel, zoals verlamming na een beroerte.



Chronisch: langdurig of levenslang, zoals diabetes mellitus.
Recidief: de ziekte komt terug na herstel.
Complicatie: er komt een probleem bij, zoals een longontsteking na een operatie.
Restverschijnsel: iets dat blijvend is na herstel, zoals verlamming na een beroerte.

Slide 12 - Tekstslide

Oorzaken van ziekten
Van binnenuit: de oorzaak van de ziekte zit in het lichaam zelf

Genetische factoren: erfelijke ziekte - foutje in het DNA
Auto-immuun ziekte: het lichaam valt zijn eigen gezonde cellen aan
Hormonale- en stofwisselingsziekten: bijv een te traag werkende schildklier
Beschadiging van DNA: minder goed herstel van cellen door bijv ouderdom





Slide 13 - Tekstslide

Van buitenaf: de oorzaak van de ziekte is buiten het lichaam

Biologische factoren: ontstekingsreactie door bijv bacteriën, schimmels en virussen
Fysische factoren: verwondingen - directe schade aan de weefsels (bijv verbranding)
Chemische factoren: giftige stoffen die in het lichaam terechtkomen
Voedingsstoffen: Overvoeding of juist een tekort aan voedingsstoffen









Slide 14 - Tekstslide

Psychisch 

Je geestelijke welzijn beïnvloedt het ontstaan, het verloop en het herstel van ziekten (overbelasting)

Gevolgen die kunnen ontstaan: verzwakte afweer, verstoord slaapritme hoofdpijn, hoge bloeddruk, ....


Slide 15 - Tekstslide

Ontstekingsreactie
Je lichaam heeft verschillende manieren om te reageren op schade of een indringer
(bijv bacterie)

Ontstekingsreactie = bescherming van het lichaam

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide