B3A Vrijdag derde les

Present Perfect
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Present Perfect

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Present perfect
  • Iets wat in het verleden begonnen is 
  • en nu nog aan de gang is.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd

Wanneer gebruik je de Present Perfect?
  • Om te zeggen dat iets in het verleden begon en nu nog bezig is
  • Om te praten over ervaringen
  • Om te zeggen dat iets in het verleden is gebeurd en je nu het effect merkt.


Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Present perfect
Koppeling tussen verleden en nu.
Iets is in het verleden gebeurd en nu nog steeds bezig.

  • Ik werk sinds een paar weken in Grootebroek.
  • Ik zit altijd al op yoga.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer gebruikje de present perfect?
Om te praten over iets wat in het verleden gebeurd en wat nog aan de gang is:
  • Sharon has broken her leg (now she can't walk)
  • Jim has lost his keys ( now he can't open the door)
  • Gwen has eaten too much (now she feels sick)
  • Bill and Kate have been friends since 2011 (they are still friends)






Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer gebruik je de Present Perfect?
Om te praten over ervaringen to  nu toe:
  • I have never been too America.
  • Have you ever been to America?
  • I've never swum with dolphins.
  • She has never run a marathon.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Alice has lived in Rome for two years.
Woont ze daar nog of woont ze nu ergens anders?
A
Ze woont daar nog
B
Ze woont nu ergens anders

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer gebruik je de Present Perfect?


Om te praten over iets wat in het verleden is begonnen, en nu nog aan de gang is (nog niet afgelopen)

  • Bob has known John since they were 10.
  • Mary has worked at the market for 5 years now.
  • Bill and Kate have been friends since 2011.



Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer gebruik je de present perfect?
Om te praten over ervaringen to  nu toe:

  • I have never been too America.
  • Have you ever been to America?
  • I've never swum with dolphins.
  • She has never run a marathon.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe maak je de present perfect?
Have / has + voltooid deelwoord

  • I have lived here for ten years.
  • She has known him since 2011.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

                       Present perfect


        have / has + voltooid deelwoord

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is dan het voltooid deelwoord?
Er zijn 2 verschillende                   regelmatige werkwoorden 
                                                           
                                                      onregelmatige werkwoorden
1
2

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het voltooid deelwoord
Het voltooid deelwoord van regelmatige werkwoorden maak je door er -ed achter te zetten.
  • walk - walked
  • look - looked
  • kiss - kissed
Let op! Als het werkwoord einidgt op een e zet je er alleen een D achter : dance > danced

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           
             Regelmatige werkwoorden       
1
werkwoord + -ed
play - played
walk - walked
work - worked
want - wanted

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het voltooid deelwoord
Sommige werkwoorden zijn onregelmatig. Leer deze goed!
voorbeelden:

  • I have known him for a year (know)
  • She has swum across the channel (swim)
  • Bob has eaten too much cake (eat)

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           
             Onregelmatige werkwoorden

2
Het derde woord uit de rijtjes 
To do - did -            done
to fly - flew -           flown
to fight - fought -    fought

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

  • I have been waiting for hours.
(Ik sta al uren te wachten.)
  • I have been studying for two days, but I'm still not ready for the test.
(Ik ben al twee dagen aan het studeren maar ik ben nog steeds niet klaar voor de toets).
Gebruik
Hoewel er inhoudelijk soms weinig verschil is tussen de gewone voltooid tegenwoordige tijd en de ing-vorm, kun je met de duurvorm net even benadrukken dat jij vindt dat iets al lang aan de gang is:

  • They have been repairing the roof for a whole hour, but it's still leaking!
(Ze zijn het dak een uur aan het repareren geweest, maar het lekt nog steeds!)

Vorm

Deze werkwoordstijd bestaat uit have been / has been + werkwoord + ing.

Vakterm
De Engelse vakterm voor deze tijd is "present perfect continuous".

Slide 20 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Video

Deze slide heeft geen instructies

I
You
He/She/It
We
You
They
have 
have
have 
have 
have 
has

Slide 22 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Present perfect:
I ...... (read)
A
I read
B
I have read

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak present perfect:
Peter ......... told a joke.
A
have
B
has

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak present perfect:
I ..... eaten an apple.
A
have
B
has

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin staat in de present perfect?
A
She has a cat.
B
She has had her cat for 9 years.

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin staat in de present perfect?
A
I lived in Amsterdam.
B
I have lived in Amsterdam since I was 18.

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Helen .............. ........................ here for 7 years.
A
have live
B
has lived
C
has live
D
have lived

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

You.......................(walk) to Germany
A
Has walked
B
Have walked
C
Has walk
D
Have to walk

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 30 - Video

Deze slide heeft geen instructies

      Zelfstandig werken:
  • 5.1:
Opdracht: 6, 7, 9 & 10
  • 5.2:
Opdracht 12, 13, 14, 15 & 19
  • Klaar:
Woordtrainer
Grammaticatrainer

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Dit dus:
 Het is gebeurd (voltooid) en heeft ook nu nog invloed. Om de present perfect te maken heb je altijd 2 werkwoorden nodig: have / has + voltooid deelwoord.

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies