HS 1.4 Elektriciteit en veiligheid

Elektriciteit en 
veiligheid (blz. 78)
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Elektriciteit en 
veiligheid (blz. 78)

Slide 1 - Tekstslide

                       Lesdoelen
  • Je kunt uitleggen wat de gevaren van elektriciteit zijn.
  • Je kunt uitleggen wanneer een apparaat dubbel geïsoleerd moet zijn.
  • Je kunt uitleggen wat de functie van groepszekeringen en installatieautomaten is.
  • Je kunt de functie van een aardlekschakelaar uitleggen.
  • Je kunt de functie van randaarde beschrijven.

Slide 2 - Tekstslide

Gevaren
  • Als leidingen teveel stroom 
       verwerken, kunnen ze zo 
       heet worden dat er brand 
       ontstaat.
  • Als je een geleidend voorwerp 
       aanraakt waar spanning op staat 
       krijg je een schok.

Slide 3 - Tekstslide

Brand
  • Meerdere apparaten gebruiken samen een grote stroom (overbelasting).
  • Meer dan 16 A stroom - brandgevaar
  • Toevoerstroomdraad wordt te heet en vat vlam

Slide 4 - Tekstslide

Kortsluiting
Stroom gaat niet door het apparaat.

Stroom keert terug naar het stopcontact, zonder dat het door het apparaat beweegt.


Slide 5 - Tekstslide

Stop slaat door als:
  1. Er teveel stroom is als gevolg van kortsluiting
  2. Er teveel stroom is als gevolg van overbelasting (teveel apparaten tegelijk aan)

Slide 6 - Tekstslide

Zekeringen
Elektrische installatie is beveiligd tegen overbelasting en kortsluiting.

Zekering
- Elektronisch
- Smeltzekering

Slide 7 - Tekstslide

Stroom door je lichaam
- Als de stroom door je lichaam 
   klein blijft, heb je zelf controle 
   over je spieren. 

- Als de stroom door je lichaam 
   te groot is dan kan je je spieren 
   niet meer ontspannen.

Slide 8 - Tekstslide

Lichaamsweerstand en contactweerstand

Hoe groot de stroom is hangt af van twee dingen:
1 - Hoe groot de spanning is
2 - Hoe groot de weerstand in je lichaam is

Totale weerstand is lichaamsweerstand en contactweerstand

Droge huid = hoge contact weerstand en natte huid =lage contactweerstand

Slide 9 - Tekstslide

Enkele en dubbele isolatie
  • Draden in huisinstallatie zijn gekozen om 16 A stroom gemakkelijk door te laten. 
  • Daar omheen zit een isolatielaag van pvc.
  • Dit voorkomt dat je een schok krijgt of voorkomt kortsluiting.
  • Sommige apparaten hebben dubbele isolatie;
    buitenkant van een niet geleidende kunststof.

Slide 10 - Tekstslide

Veiligheids voorziening meterkast      
     ZEKERING
- Voor elke groep een eigen groepszekering (installatieautomaat: hefboompje dat 'omklapt')
- Als de stroom groter wordt 
   dan 16 A, schakelt groep-
   zekering de stroom uit.
- Dit voorkomt een brand.

Slide 11 - Tekstslide

Aardlekschakelaar
- Vergelijkt de stroom in de fasedraad (bruine kleur) met de stroom in de nuldraad (blauwe kleur)
- Als ze evengroot zijn is het normaal, en laat de aardlekschakelaar de stroom gewoon door.
- Is het verschil groter dan 30 mA
   schakelt die de stroom uit.

Slide 12 - Tekstslide

Randaarde
- Voorkomt dat de lekstroom langs iemands lichaam loopt.
- Daarom loopt er een groen-gele aarddraad van de buitenkant 
   van het apparaat via het snoer naar de rand van het 
   stopcontact, en van daar verder 
   naar de aardleiding in de meterkast.
- Deze is verbonden met een metalen 
   pin diep in de bodem.

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Kortsluiting of overbelasting?
A
Kortsluiting
B
Overbelasting

Slide 15 - Quizvraag

Als meerdere apparaten op één stopcontact aangesloten worden, dan wordt de stroomsterkte door elk apparaat kleiner.
A
waar
B
niet waar

Slide 16 - Quizvraag

Als er teveel apparaten aangesloten worden, slaat een zekering door.
A
waar
B
niet waar

Slide 17 - Quizvraag

De elektriciteitsdraden die naar een brandende lamp lopen, worden een beetje warm.
A
waar
B
niet waar

Slide 18 - Quizvraag

Door een verdeling in groepen kun je meer elektrische apparaten aansluiten.
A
waar
B
niet waar

Slide 19 - Quizvraag

Een woning is met een zekering tegen overbelasting en kortsluiting beveiligd.
A
waar
B
niet waar

Slide 20 - Quizvraag

Slide 21 - Video

Aan de slag!
Wat: opdracht 47 t/m 60 (blz. 57)
Waar: werkboek H4 P4
Hoe: individueel, in stilte met FOM
Oortjes: Ja, mag
Hulp: boek (blz. 42), docent
Uitkomst: leerdoelen behalen
Klaar?: Kijk het na via de ELO

timer
15:00

Slide 22 - Tekstslide