Woordenlijst over keukenmaterialen
Woordenlijst over keukenmaterialen
Bakplaat: een platte plaat die je in de oven gebruikt om koekjes of brood te bakken.
Bakken: het proces van koken in de oven, vaak gebruikt voor brood en gebak.
Bekken: een grote, ronde kom die gebruikt wordt om ingrediënten te mengen.
Blender: een elektrisch apparaat dat voedsel mengt en pureert.
Blikopener: een gereedschap dat gebruikt wordt om blikken te openen.
Garde: een keukeninstrument met draadlussen dat gebruikt wordt om te kloppen of te mengen.
Glas: een doorzichtige beker, meestal gemaakt van glas, om uit te drinken.
Kaasrasp: een gereedschap met scherpe gaatjes om kaas te raspen.
Koffiezetapparaat: een apparaat dat gebruikt wordt om koffie te zetten.
Koekenpan: een platte pan met een lange steel, gebruikt om voedsel te bakken of te braden.
Koksmes: een groot mes dat gebruikt wordt voor het snijden van voedsel.
Kookplaat: een apparaat dat gebruikt wordt om pannen te verwarmen en voedsel te koken.
Kookpot: een grote pot met een deksel, gebruikt om voedsel te koken.
Kopje: een kleine beker met een oor, meestal gebruikt voor warme dranken.
Kurketrekker: een gereedschap dat gebruikt wordt om kurken uit flessen te trekken.
Lepel: een eetgerei met een komvormig uiteinde, gebruikt om te eten of te roeren.
Oven: een apparaat dat gebruikt wordt voor het bakken en braden van voedsel.
Pollepel: een grote lepel met een lange steel, gebruikt om in potten te roeren.
Schuimspaan: een grote lepel met gaten, gebruikt om voedsel uit vloeistof te halen.
Snijplank: een stevige plank waarop je voedsel kunt snijden.
Steelpan: een kleine pan met een lange steel, gebruikt om kleinere hoeveelheden voedsel te koken.
Vergiet: een kom met gaatjes, gebruikt om water uit voedsel te laten lopen.
Vork: een eetgerei met tanden, gebruikt om voedsel op te pakken.
Waterkoker: een elektrisch apparaat dat water snel aan de kook brengt.
Weegschaal: een apparaat dat gebruikt wordt om het gewicht van ingrediënten te meten.
Woordenlijst over keukenmaterialen
Woordenlijst over keukenmaterialen
Bakplaat: een platte plaat die je in de oven gebruikt om koekjes of brood te bakken.
Bakken: het proces van koken in de oven, vaak gebruikt voor brood en gebak.
Bekken: een grote, ronde kom die gebruikt wordt om ingrediënten te mengen.
Blender: een elektrisch apparaat dat voedsel mengt en pureert.
Blikopener: een gereedschap dat gebruikt wordt om blikken te openen.
Garde: een keukeninstrument met draadlussen dat gebruikt wordt om te kloppen of te mengen.
Glas: een doorzichtige beker, meestal gemaakt van glas, om uit te drinken.
Kaasrasp: een gereedschap met scherpe gaatjes om kaas te raspen.
Koffiezetapparaat: een apparaat dat gebruikt wordt om koffie te zetten.
Koekenpan: een platte pan met een lange steel, gebruikt om voedsel te bakken of te braden.
Koksmes: een groot mes dat gebruikt wordt voor het snijden van voedsel.
Kookplaat: een apparaat dat gebruikt wordt om pannen te verwarmen en voedsel te koken.
Kookpot: een grote pot met een deksel, gebruikt om voedsel te koken.
Kopje: een kleine beker met een oor, meestal gebruikt voor warme dranken.
Kurketrekker: een gereedschap dat gebruikt wordt om kurken uit flessen te trekken.
Lepel: een eetgerei met een komvormig uiteinde, gebruikt om te eten of te roeren.
Oven: een apparaat dat gebruikt wordt voor het bakken en braden van voedsel.
Pollepel: een grote lepel met een lange steel, gebruikt om in potten te roeren.
Schuimspaan: een grote lepel met gaten, gebruikt om voedsel uit vloeistof te halen.
Snijplank: een stevige plank waarop je voedsel kunt snijden.
Steelpan: een kleine pan met een lange steel, gebruikt om kleinere hoeveelheden voedsel te koken.
Vergiet: een kom met gaatjes, gebruikt om water uit voedsel te laten lopen.
Vork: een eetgerei met tanden, gebruikt om voedsel op te pakken.
Waterkoker: een elektrisch apparaat dat water snel aan de kook brengt.
Weegschaal: een apparaat dat gebruikt wordt om het gewicht van ingrediënten te meten.