herhaling toetsstof

Welkom
Iedereen doet mee met Lessonup (inloggen/registeren)!
Verander je Naam bij Lessonup in je; voor en achternaam!
Oefenen voor de toets (30minuten)
Tijd om vragen te stellen (10 minuten)

1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & MaatschappijMiddelbare schoolvmbo k, gLeerjaar 2

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welkom
Iedereen doet mee met Lessonup (inloggen/registeren)!
Verander je Naam bij Lessonup in je; voor en achternaam!
Oefenen voor de toets (30minuten)
Tijd om vragen te stellen (10 minuten)

Slide 1 - Tekstslide

Waar vond de Watersnoodramp plaats?
A
West-Nederland
B
Noord-Nederland
C
ZuidWest-nederland
D
Oost-Nederland

Slide 2 - Quizvraag

Noem 2 oorzaken van de Watersnoodramp

Slide 3 - Open vraag

Wat was een gevolg van de Watersnoodramp?
A
veel mensen overleden.
B
de dijken waren niet sterk genoeg.
C
zware storm
D
Huizen verwoest.

Slide 4 - Quizvraag

Wat is het grote verschil tussen een dam en een dijk?
A
Een dam staat op het land, een dijk in het water
B
Een dam staat in het water, een dijk op het land
C
Er is geen verschil tussen deze twee.
D
Dijken zijn veel kleiner dan dammen.

Slide 5 - Quizvraag

Wat is onderdeel van een landschap?
A
Gebouwen
B
Bossen
C
Wegen en rivieren
D
A, B en C

Slide 6 - Quizvraag

Noem 3 vormen van grondgebruik

Slide 7 - Open vraag

NAP staat voor:
A
Nieuw Apeldoorns Peil
B
Normaal Amsterdams Peil
C
Nieuw Amsterdams Peil
D
Nederlands Algemeen Peil

Slide 8 - Quizvraag

De grens tussen Hoog- en Laag-Nederland ligt op...
A
-1 meter NAP
B
+1 meter NAP
C
-2 meter NAP
D
+2 meter NAP

Slide 9 - Quizvraag

Een dorp 50 cm boven NAP hoort bij
A
Hoog-Nederland
B
Laag-Nederland

Slide 10 - Quizvraag

Als ik wil fietsen in een berggebied, maar niet teveel wil klimmen, kan ik het best kijken naar een kaart met....
A
Hoogtelijnen
B
Hoogtecijfers

Slide 11 - Quizvraag

Bekijk de afbeelding. Ligt Leersum in Hoog-Nederland of Laag-Nederland.
A
Hoog-Nederland
B
Laag-Nederland

Slide 12 - Quizvraag

Welk landschap hoort bij welke foto? Sleep het landschap naar de juiste foto.
Duinlandsschap
zeekleilandschap
veenlandschap
zandlandschap
Lösslandschap
rivierkleilandschap

Slide 13 - Sleepvraag

Laag Nederland
Hoog Nederland
Laagveenlandschap
Hoogveenlandschap
Rivierkleilandschap
Duinlandschap
Zandlandschap
Zeekleilandschap
Lösslandschap

Slide 14 - Sleepvraag

Welke 3 elementen hebben het landschap gevormd?

Slide 15 - Open vraag

Zie je een cultuurlandschap of een natuurlandschap?
A
Cultuurlandschap
B
Natuurlandschap

Slide 16 - Quizvraag

Zie je een cultuurlandschap of een natuurlandschap?
A
Cultuurlandschap
B
Natuurlandschap

Slide 17 - Quizvraag

Zie je een cultuurlandschap of een natuurlandschap?
A
Cultuurlandschap
B
Natuurlandschap

Slide 18 - Quizvraag

Een natuurlijke bouwsteen betekent?
A
dat alle producten grondstoffen zijn
B
materialen die komen uit een biologische fabriek
C
bouwstenen die gemaakt zijn vanuit natuursteen
D
verschillende onderdelen die de natuur heeft gemaakt

Slide 19 - Quizvraag

Na de ijstijd .......de zeespiegel.
A
daalde
B
steeg

Slide 20 - Quizvraag

Hoe zijn de stuwwallen ontstaan?

Slide 21 - Open vraag

Wat is veen?

Slide 22 - Open vraag

Noem 2 voorbeelden van Menselijke Bouwstenen.

Slide 23 - Open vraag

Uiterwaarden zijn...
A
Woonheuvels die door de mens zijn gemaakt
B
Woonheuvels die door de natuur zijn gemaakt
C
Gebied tussen een dijk en een rivier
D
Gebied tussen een dam en een dijk

Slide 24 - Quizvraag

Veen wordt gemaakt van turf.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 25 - Quizvraag

Terp
Polder
Dijk

Slide 26 - Sleepvraag

Welke hoort er niet tussen?
A
IJsselmeer.
B
Deltawerken.
C
Afsluitdijk.
D
Zuiderzeewerken.

Slide 27 - Quizvraag

Zijn er nog vragen over de stof?
Waar hebben we nog moeite mee?
Wat vinden we makkelijk?
           -Tot het einde van de les de tijd om te leren voor de toets.
Samenvatten, topografie, flashcards etc.

Slide 28 - Tekstslide

Zorg ervoor dat je je inlog gegevens voor Lessonup en de schoolcomputer bij hebt!!!!
Verander je Naam bij Lessonup in je; voor en achternaam!

Slide 29 - Tekstslide