H2 Democratie in Nederland

1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 2

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Wie had de macht in Frankrijk na de Franse Revolutie?
A
De rijke burgers
B
De Koning
C
Geestelijkheid en Adel
D
Adel

Slide 2 - Quizvraag

Na de Franse revolutie werd Frankrijk een .....
A
Koninkrijk
B
Keizerrijk
C
Republiek

Slide 3 - Quizvraag

Frankrijk was voor de revolutie een monarchie en werd na de revolutie een republiek.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 4 - Quizvraag

  • Herhaling vorige les
  • Kennen en kunnen
  • Democratie
  • Zelfstandig werken
  • Bespreken

Slide 5 - Tekstslide

Democratie

Slide 6 - Woordweb

  • Begrippen: constitutionele monarchie, parlement, parlementaire democratie, kiesrecht, ministerraad, kabinet
  • Willem I, II en III
  • Grondwet 1848

  • In stappen aangeven hoe en wanneer het kiesrecht in Nederland is uitgebreid.
  • De veranderingen in het bestuur van Nederland noemen na de grondwet van 1848 (en daarbij de begrippen gebruiken).
  • Aangeven wat voor invloed de grondwet van 1848 heeft op de macht van koning Willem-Alexander nu

Slide 7 - Tekstslide

1815: Verenigd Koninkrijk der Nederlanden

  • Napoleon verslagen bij Waterloo

  • Zoon van prins Willem V wordt koning Willem I

  • Verenigd Koninkrijk der Nederlanden: Nederland, België en Luxemburg

Slide 8 - Tekstslide


Koning-koopman

  • Willem I wil van Nederland een modern land maken
  • Om dit te kunnen betalen richtte hij de Nederlandsche Handelsmaatschappij (NHM) op.
  • Deze maatschappij zorgde ook dat de handel met Indië weer winstgevend werd
  • Willem I wordt soms, spottend, ook wel koning-koopman genoemd

Slide 9 - Tekstslide

1840-1848: 
Koning Willem II
  • Conservatief: geen ruimte voor veranderingen

  • Regeert, min of meer, als absolute vorst

  • Moet niets weten van democratie

  • Moeizame relatie met zijn vader

Slide 10 - Tekstslide


Hoe zag het bestuur van Nederland er uit 
tussen 1815-1848?

Slide 11 - Tekstslide

Benoemt
Verantwoording
Kiest

Slide 12 - Tekstslide


Revolutiejaar 
1848



  • De ‘erfgenamen van de Franse Revolutie’, de Liberalen, komen tot de conclusie: "Alles is weer hetzelfde als vóór de Franse Revolutie!"
  • Overal zitten er weer koningen op de Europese tronen en ondanks 'een grondwet' is er maar weinig democratie.

Slide 13 - Tekstslide

Wanneer was het Revolutiejaar?
A
1813
B
1815
C
1830
D
1848

Slide 14 - Quizvraag


Paniek bij de vorsten
in heel Europa!




Ook in Den Haag...
...koning Willem II wordt 'in één nacht' liberaal

Slide 15 - Tekstslide

Gevolgen
  • De leider van de Nederlandse Liberalen: Johan Rudolf Thorbecke maakt een nieuwe grondwet:

  1. Koning is onschendbaar
  2. Ministeriële verantwoordelijkheid

  • Dit betekent: de ministers zijn verantwoordelijk voor de daden van de regering (ook: voor de daden van de koning)

Slide 16 - Tekstslide


Nieuwe Grondwet
1848

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video


Hoe zag het bestuur 
van Nederland er 
vanaf 1848* uit?









NA de twee video's komen meerdere sleepvragen




*de meeste onderdelen zijn vandaag nog steeds geldig


Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Slide 21 - Video

Benoemt
Kiest
Verantwoording

Slide 22 - Tekstslide

Deze vraag gaat over 'democratie in Nederland'. Het schema gaat over de staatsinrichting van Nederland vanaf 1848.  Sleep alle begrippen naar de juiste plek in het schema:
Eerste Kamer
Tweede Kamer
Provinciale Staten
Koning
minister-president
aka premier
Burgers
ministers
Regeringsleider
Staatshoofd

Slide 23 - Sleepvraag

Johan Thorbecke herschrijft de grondwet in 1848
Nederland is tegenwoordig een parlementaire democratie
Willem II had na 1848 niet meer de leding over de regering

Slide 24 - Sleepvraag

Wat gebeurt wanneer?
1815
1848
Nederland wordt een koninkrijk
Nederland krijgt een nieuwe grondwet
Thorbecke maakt een nieuwe grondwet
Nederland wordt een parlementaire democratie
Overal breken opstanden voor meer macht

Slide 25 - Sleepvraag

Deze vraag gaat over 'democratie in Nederland'. Het schema gaat over de staatsinrichting van Nederland vanaf 1848.  Sleep alle begrippen naar de juiste plek in het schema:
Eerste Kamer
Tweede Kamer
Provinciale Staten
Koning
minister-president
aka premier
Burgers
ministers
Regeringsleider
Staatshoofd

Slide 26 - Sleepvraag

Slide 27 - Video

Kiesrecht
= recht om te stemmen

1848- alleen rijke mannen
1917- alle mannen
1919- alle mannen en vrouwen
 -->  parlementaire democratie = regering kan niks zonder het parlement. Het parlement is gekozen door het volk

Slide 28 - Tekstslide

  • Wat: Lees 2.2 en neem de begrippen uit het lesboek over in je schrift; noteer hierbij je uitleg in je eigen woorden.
  • Hoe: individueel (eerste 5 min stil)
  • Hulp: Lessonup, tekstboek, aantekening
  • Tijd: 20 min.
  • Uitkomst: klassikaal bespreken
  • Klaar?: maak WB opdrachten 1, 2, 3, 5 en 6

Slide 29 - Tekstslide

Bespreken
Schema bestuur Nederland

Slide 30 - Tekstslide

Schoolwerk
Lees 2.2 en maak WB opdrachten 1, 2, 3, 5, en 6
of
beantwoord de leerdoelen


Slide 31 - Tekstslide

  • Begrippen: constitutionele monarchie, parlement, parlementaire democratie, kiesrecht, ministerraad, kabinet
  • Willem I, II en III
  • Grondwet 1848

  • In stappen aangeven hoe en wanneer het kiesrecht in Nederland is uitgebreid.
  • De veranderingen in het bestuur van Nederland noemen na de grondwet van 1848 (en daarbij de begrippen gebruiken).
  • Aangeven wat voor invloed de grondwet van 1848 heeft op de macht van koning Willem-Alexander nu

Slide 32 - Tekstslide

Video
Hoe is Nederland een democratie geworden?

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Video

Slide 35 - Video