V4 lesvb. 06-12-2022

Bienvenue v4! 
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Bienvenue v4! 

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Link

Slide 3 - Video

Au programme
K: Répétion L'adverbe 
K: Les verbes irréguliers
Au travail
Lire B Exercices 20, 22, 23
Grammaire B
Ondersteunend: 24abcd
Basis: 24bcd
Verdiepend: 24cd

Vocabulaire :
Regarder B & Lire B
  


Slide 4 - Tekstslide

Waar zegt een bijwoord iets over?
A
een werkwoord
B
een bijvoeglijk naamwoord
C
een zelfstandig naamwoord
D
de hele zin

Slide 5 - Quizvraag

Wat plak je achter een bijvoeglijk naamwoord om er een bijwoord van te maken?

Slide 6 - Open vraag

Onregelmatige vormen van het bijwoord




bon -  bien (goed, lekker)
                gentil - gentiment (aardig, vriendelijk)
long - longtemps (lang)
mauvais - mal (slecht)
meilleur - mieux (beter)



Slide 7 - Tekstslide

Onregelmatige vormen van het bijwoord




Let op! v
Vite is een bijwoord. 
Het is niet afgeleid van een bijvoeglijk naamwoord.

Il roule vite / rapidement. Hij rijdt snel.
Une voiture rapide. Een snelle auto.

Slide 8 - Tekstslide

Maak een bijwoord van: mauvais

Slide 9 - Open vraag

Maak een bijwoord van: suffisant

Slide 10 - Open vraag

Kies de juiste vorm: C'est une voiture ... (snel)
A
vite
B
rapide
C
rapidement

Slide 11 - Quizvraag

verdwijnen
liegen
willen
kennen
kunnen
vertrekken
dienen
uitgaan
voelen
slapen
pouvoir
partir
vouloir
dormir
connaître
disparaitre
servir
mentir
sentir
sortir

Slide 12 - Sleepvraag

Les verbes irréguliers
Présent: leer alle vormen uit je hoofd
Passé composé:  leer de je-vorm en je kunt alle vormen maken
Imparfait: leer de je-vorm en je kunt alle vormen maken
futur simple: leer de je-vorm en je kunt alle vormen maken
conditionnel: leer de je-vorm en je alle vormen maken 

Slide 13 - Tekstslide

Le verbe pouvoir (kunnen)
Présent: je peux, tu peux, il peut, nous pouvons, vous pouvez, ils peuvent
Passé composé: j'ai pu
Imparfait: je pouvais ( nous vorm- ons + ais,ais,ait,ions,iez,aient)
futur simple: je pourrai (pourr + ai,as,a,ons,iez,ont)
conditionnel: je pourrais (pourr + ais, ais,ait,ions,iez,aient) 

Slide 14 - Tekstslide

Le verbe vouloir (willen)
Présent: je veux, tu veux, il veut, nous voulons, vous voulez, ils veulent 
Passé composé: j'ai voulu
Imparfait: je voulais ( nous vorm- ons + ais,ais,ait,ions,iez,aient)
futur simple: je voudrai (voudr + ai,as,a,ons,iez,ont)
conditionnel: je voudrais (voudr + ais, ais,ait,ions,iez,aient) 

Slide 15 - Tekstslide

Le verbe connaître (kennen)
Présent: je connais, tu connais, il connaît, nous connaissons, vous connaissez, ils connaissent
Passé composé: j'ai connu
Imparfait: je connaissais ( nous vorm- ons + ais,ais,ait,ions,iez,aient)
futur simple: je connaîtrai (connaîtr + ai,as,a,ons,iez,ont)
conditionnel: je connaîtrais (connaîtr + ais, ais,ait,ions,iez,aient) 

Slide 16 - Tekstslide

Le verbe servir (dienen)
Présent: je sers, tu sers, il sert, nous servons, vous servez, ils servent
Passé composé: j'ai servi
Imparfait: je servais (nous vorm- ons + ais,ais,ait,ions,iez,aient)
futur simple: je servirai (servir + ai,as,a,ons,iez,ont)
conditionnel: je servirais (servir + ais, ais,ait,ions,iez,aient) 

Slide 17 - Tekstslide

Remplissez le schéma! 

Slide 18 - Tekstslide

Vervoeg: je, passé composé, servir
(onderwerp, hulpww, volt. dw)

Slide 19 - Open vraag

Vervoeg: vous, imparfait, servir
(onderwerp, hulpww, volt. dw)

Slide 20 - Open vraag

Vervoeg: wij, conditionnel, dormir

Slide 21 - Open vraag

Vervoeg: ils, imparfait, pouvoir

Slide 22 - Open vraag

Vervoeg: tu, futur, pouvoir

Slide 23 - Open vraag

Vervoeg: elle, présent, vouloir

Slide 24 - Open vraag

Vervoeg: je, conditionnel, vouloir

Slide 25 - Open vraag