- Ik ken de afrondingsregels en kan gehele getallen afronden op een honderdtal, duizendtal of miljoental en gebruikt hierbij het ongeveer-teken (≈).
- Ik ken de afrondingsregels en kan decimale getallen afronden op een geheel getal, getal met 1 of 2 decimalen en gebruikt hierbij het ongeveer-teken (≈).
- Ik kan de uitkomst van een berekening afronden.
- Ik kan de uitkomst van een berekening situationeel afronden.