Par 6.6_3H_deel 1

Par 6.6_3V_deel 1
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 17 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Par 6.6_3V_deel 1

Slide 1 - Tekstslide

Welkom
  • Ga rustig op je plek plattegrond zitten
  • Telefoon in telefoontas
  • Doe je jas uit, pak je boek, schrift, computer pen. 
  • Laat je computer nog even dicht

Slide 2 - Tekstslide

Agenda les
  • Leerdoelen par 6.6 deel 1
  • uitleg par 6.6 deel 1: box 1 inkomen uit werk en woning
  • Opgaven par 6.6
  • Zelf aan de slag/ huiswerk
  • afsluiten les

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen paragraaf 6.6 deel 1
  • Je kunt het belastingsysteem van NL beschrijven (boxen)
  • Je kunt vanuit het bruto inkomen het netto inkomen uitrekenen.
  • Je weet wat bijtellingen en aftrekposten zijn.

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Inkomstenbelasting

Slide 6 - Tekstslide

Samenvatting stappenplan
  1. Neem het bruto inkomen
  2. Bereken het belastbaar inkomen
  3. Bereken met het belastbaar inkomen het belastingbedrag in de schijven
  4. Bereken de belasting in box 2 en 3
  5. Bereken het totaal aan belastingen
  6. Trek de heffingskortingen af van het bedrag van stap 5.
  7. Bereken het netto inkomen 

Slide 7 - Tekstslide

Stap 1: Bruto inkomen
  • Staat op je salarisstrook die je elke maand van je werkgever ontvangt. 
Bruto minimumloon 2023

Slide 8 - Tekstslide

Stap 2: Bereken belastbaar inkomen
Belastbaar inkomen = bruto inkomen – aftrekposten + bijtelling 
Bruto inkomen =          € 100.000,00
Aftrekposten =              €    6.000,00   -   (hyp.rente: 2% van €500.000) 
Bijtelling =                       €    2.000,00   +   (eigenwoningforfait uitleg berekening                                                                                    volgt later)
Belastbaar inkomen = € 96.000,-


Slide 9 - Tekstslide

Stap 3: Bereken met het belastbaar het belastingbedrag in de schijven.
Belastbaar inkomen uit stap 2 = € 96.000,- 
  • over de 1e €73.031 betaal je 36,93%
  • dus €73.031:100x 36,93 = 26.970
  • Over het MEERDERE betaal je 49,5%
  • dus 96.000- 73.031= €22.969 aan inkomen wat in 2e schijf valt.
  • dus€ 22.969:100 x 49,5= €11.369
  • Totaal belastingbedrag stap 3:
    €26.970 + €11.369 = €38.339


Slide 10 - Tekstslide

Stap 4: Bereken de belasting in box 2 en 3
Wordt volgende les behandeld

Slide 11 - Tekstslide

Stap 5: Bereken het totaal aan belasting 
Belasting Box 1 + belasting Box 2 + belasting Box 3

Slide 12 - Tekstslide

Stap 6: Trek de heffingskortingen af van het bedrag bij stap 5 
  • Stel stap 5 totale belasting box 1 t/m 3 is €38.339.
  • Je hebt recht op algemene en arbeidskorting.
  • Dus €38.339 - €3.070 - €5.052=
    €30.217 aan belastingen
Heffingskortingen

Slide 13 - Tekstslide

Stap 7: Bereken het netto inkomen
  • Netto inkomen = Bruto inkomen - berekende inkomstenbelasting stap 6


Bruto inkomen
€100.000
- berekende inkomstenbelasting
€  30.217
Netto inkomen
€ 69.783

Slide 14 - Tekstslide

Opdracht 1 paragraaf 6.6
  • maak opgave 1 paragraaf 6.6 advies op papier te doen
  • Online staan de opgaven in V-trainer 
  • Je hebt 10 minuten
  • Hoe: zelfstandig en e.v.t. stil fluisterend overleg na 5 minuten met degene naast je.
  • Klaar: ga verder met opgave 2 en 3.

Slide 15 - Tekstslide

Afsluiten les
  • Je kunt het belastingsysteem van NL beschrijven (boxen)
  • Je kunt vanuit het bruto inkomen het netto inkomen uitrekenen.
  • Je weet wat bijtellingen en aftrekposten zijn.

Slide 16 - Tekstslide

Zelf aan de slag/Huiswerk
  • lees paragraaf 6.6 box 1
  • Zorg dat het stappenplan uit je hoofd leert en begrijpt
  • Maak opgave 1 af in je schrift

Slide 17 - Tekstslide