Inleiding oncologie

Inleiding oncologie
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Inleiding oncologie

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deze les
Herhaling cellen en weefsels
Inleiding oncologie

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tip!
oefen op:
anatomie-online.nl

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Menselijk lichaam
Opgebouwd uit cellen
Alle cellen bij elkaar vormen het menselijk lichaam
Een groot geheel van 10.000 keer de wereldbevolking
(Het menselijk lichaam bestaat uit 
ongeveer 3 miljard cellen.)


Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cellen
Verschillend in vorm
Verschillend in functie
Vorm en functie gekoppeld aan elkaar

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Weefsels
Groep cellen met dezelfde vorm 
en dezelfde functie

Voorbeelden: spierweefsel, 
zenuwweefsel

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Organen
Groep verschillende weefsels die samenwerken
Een orgaan heeft een of meerdere functies
Voorbeeld hart (circulatie) 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Orgaanstelsel
Een groep van organen die samenwerkt
Belast met een bepaalde functie
Voorbeelden:

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mensen bestaan uit ...
A
dierlijke cellen
B
plantaardige cellen
C
menselijke cellen

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Uit hoeveel verschillende soorten cellen bestaat het menselijk lichaam?
A
100 verschillende cellen
B
10 miljard verschillende cellen
C
3 miljard verschillende cellen
D
200 verschillende cellen

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Opbouw van een cel
Celmembraan: buitenkant van de cel (semipermeabel)
Protoplasma: stroperige vloeistof waarin zich levensprocessen afspelen
Kern of nucleus (bolvormig)
Kernmembraan (buitenkant kern met poriën)
Kernplasma (protoplasma in de kern)
Chromosomen (in kernplasma, 46)
Genen (in de chromosomen)

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gewone celdeling (mitose)
Ontstaan van nieuwe cellen (productie)
Afsterven oude cellen (afbraak)
Celdeling ingewikkeld proces
Door kerndeling
Chromosomen kopiëren zichzelf

G1 > eiwit P53: Zoek op in 2 minuten wat het verband tussen deze 2 is en licht kort toe

Slide 12 - Tekstslide

Ja, het eiwit p53 speelt een cruciale, regulerende rol in de G1-fase van de celcyclus, met name als beschermer van het genoom. Het wordt vaak de "bewaker van het genoom" genoemd omdat het de celcyclus stopt als er schade aan het DNA is, waardoor de cel niet verder de celdeling (S-fase) in gaat voordat de schade is hersteld.
Hier is hoe de relatie tussen G1 en p53 werkt:
Functie in G1: Wanneer er DNA-schade optreedt in de G1-fase, wordt p53 geactiveerd. Het functioneert als een "rem" op de celcyclus, waardoor de G1-fase wordt verlengd of stilgezet.
Mechanisme (p21): Actief p53 stimuleert de productie van het eiwit p21, dat de Cyclin-Dependent Kinases (CDK's) remt. Dit voorkomt dat de cel de overstap maakt van de G1-fase naar de S-fase (DNA-replicatie).
Resultaat: Als het DNA hersteld kan worden, zal p53 de celcyclus weer vrijgeven. Als de schade te groot is, kan p53 de cel aanzetten tot apoptose (geprogrammeerde celdood).
Mutaties: In veel kankercellen is het p53-gen gemuteerd of afwezig. Hierdoor werkt het G1-controlepunt niet goed, kan de cel met beschadigd DNA toch delen, en ontstaat er ongecontroleerde tumorgroe

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Hoe ontstaat kanker?

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Cijfers
Op dit moment leven ruim 900.000 mensen met kanker in Nederland.
In 2023 werd bij 128.000 nieuwe patiënten kanker vastgesteld, 2.000 meer dan in 2022.

https://nkr-cijfers.iknl.nl/viewer/incidentie-per-jaar?language=nl_NL&viewerId=3b55d752-ce1a-4809-89d9-8421febdb1f4

https://iknl.nl/nieuws/2025/kankerprofiel-nederland-oecd

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tumorvorming
Kanker: ontregelde celgroei. 
DNA beschadigd.
Hierdoor ontstaat een woekering van cellen.
Verandering is onomkeerbaar
Betreft met name de belangrijkste celgroeiregulerende genen
(oncogenen)
Gevolg:
• Ongeremde celdeling
• Ontregelde groei die eigen weg gaat (autonomie groei)
• Weefsel groeit tot abnormale proportie

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen een tumor en zwelling?

Slide 19 - Open vraag

Een tumor is medisch gezien synoniem aan een zwelling (een afwijkende massa weefsel), maar in de volksmond wordt met 'tumor' vaak specifiek een (kwaadaardig) gezwel bedoeld. Een zwelling is een algemene term voor een verdikking (zoals een bult door vocht of ontsteking), terwijl een tumor een gerichte toename van abnormale cellen is, die goedaardig of kwaadaardig kan zijn.
Hieronder zijn de verschillen gedetailleerd:
Definitie: Een zwelling (of gezwel/tumor) is een algemene term voor elke plaatselijke toename in volume, die kan ontstaan door vocht (oedeem), ontsteking, of abnormale weefselgroei. Een tumor (neoplasme) is een specifiek soort zwelling die ontstaat door ongecontroleerde celdeling.
Aard van de zwelling:
Zwelling (algemeen): Kan tijdelijk zijn, zoals een buil op het hoofd, een muggenbult of een ontstoken klier.
Tumor (goedaardig/benigne): Groeit, maar groeit niet in omliggend weefsel en zaait niet uit (bijv. vetbult, wrat, vleesboom).
Tumor (kwaadaardig/maligne): Dit is kanker. Het groeit in omliggend weefsel en kan uitzaaien.
Oorzaak: Een zwelling kan ontstaan door letsel, infectie of een allergische reactie. Een tumor ontstaat altijd door een genetische fout in cellen die leidt tot ongeremde deling.
Gevoel/Consistentie: Een tumor voelt vaak hard en onregelmatig aan. Een zwelling door vocht (oedeem) voelt vaak zachter en veerkrachtiger aan.
Kortom: elke tumor is een zwelling, maar niet elke zwelling is een tumor. Alleen kwaadaardige tumoren zijn kanke
Goedaardig (benigne)
✓ Niet levensbedreigend
✓ Cellen lijken op oorspronkelijke
✓ Celspecifieke eigenschappen kunnen behouden blijven

✓ Groeit langzaam
✓ Groeit expansief

✓ Vaak bindweefselkapsel om tumor


Kwaadaardig (maligne)
✓ Levensbedreigend
✓Cellen wijken af van oorspronkelijke (goed gedifferentieerd, weinig gedifferentieerd, ongedifferentieerd)
✓ Groeit snel
✓ Groeit dwars door alles heen
(infiltratieve groei)
✓ Uitzaaiingen via bloed of lymfeba

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Normale cel: Dit zijn gezonde, uniforme cellen met een normale ontwikkeling en differentiatie.
Neoplasie: Dit verwijst naar de abnormale en buitensporige groei van cellen, wat leidt tot een massa of tumor.
Dysplasie: Dit beschrijft een abnormaliteit in de ontwikkeling en differentiatie van cellen, wat vaak een voorloper is van kanker.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Soorten kanker
• Solide kanker
✓ Ontstaat in een orgaan;
✓ Solide betekent: vast, hecht en stevig.
✓ Door de ongecontroleerde celdeling ontstaat er een gezwel.
✓ Voorbeelden van solide kankersoorten zijn: darmkanker, borstkanker, longkanker
• Niet-solide kanker
✓ Ontstaat in weefsels of cellen die op verschillende plaatsen in het lichaam zitten.
✓ Niet-solide betekent: vloeibaar of los.
✓ Dus niet in een orgaan, maar in het bloed, het lymfestelsel of het vloeibare deel van het beenmerg.
• Carcinoma in situ: carcinoom in aanleg

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Naamgeving naar type
Carcinoom: meest voorkomende: ontstaat vanuit epitheelcellen > bedekken oppervlakte van het lichaam (binnen en buiten).

Voorbeelden meer specifieke tumoren:
Adenocarcinoom: ontstaat vanuit epitheelcellen die lichaamssappen en slijm produceren (longkanker, darmkanker)
Plaveiselcelcarcinoom: bedekken organen en bevinden zich ook in de huid
Urotheelcelcarcinoom: binnenkant blaas, urineleider, nierbekken
Sarcoom; steun- en bindweefsel

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oorzaken en risicofactoren - endogeen
Leeftijd
Viraal: HPV (humaan papillomavirus)
Erfelijkheid (Afwijking GEN)
Infecties: hepatitis B en C

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oorzaken en risicofactoren - exogeen
Ongezonde levensstijl
Contact met chemische stoffen
Gebruik van bepaalde medicatie
Radioactieve straling
UV-straling
TOEVAL!!

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Volgende les
Metastasering
Symptomen
Wonden en ulcera

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Volgende les
Metastasering
Symptomen
Wonden en ulcera

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies