les 6: thermohaliene circulatie (3.3)

Na deze les kan je:
- uitleggen welke 2 factoren de thermohaliene circulatie aandrijven

- met behulp van de klimaatbepalende factoren uitleggen waardoor er op een bepaalde plek een bepaald klimaat is.



uitleg
thermohaliene circulatie
uitleg
zee en klimaat
oefenen met de lesstof en voorbeeld toetsvragen
werken aan oefenvragen
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Na deze les kan je:
- uitleggen welke 2 factoren de thermohaliene circulatie aandrijven

- met behulp van de klimaatbepalende factoren uitleggen waardoor er op een bepaalde plek een bepaald klimaat is.



uitleg
thermohaliene circulatie
uitleg
zee en klimaat
oefenen met de lesstof en voorbeeld toetsvragen
werken aan oefenvragen

Slide 1 - Tekstslide

Vorige les
Wet van Buys Ballot
Beweging van de ITCZ - natte en droge tijd
Moesson
Passaat

Slide 2 - Tekstslide

Volgens de Wet van Buys Ballot krijgt wind op het zuidelijk halfrond een afwijking naar?
A
links
B
rechts
C
het oosten
D
het westen

Slide 3 - Quizvraag

Wat is belangrijk als je wind intekent volgens de Wet van Buys Ballot?
A
Dat je kijkt naar waar de wind vandaan komt
B
Dat je kijkt richting het lage luchtdrukgebied
C
Beide zijn fout
D
Beide zijn goed

Slide 4 - Quizvraag

Welke stelling is fout?
A
De ITCZ ligt in Januari ter hoogte van Dar es Salaam.
B
De ITCZ bereikt Kaapstad niet.
C
Timboektoe kent in Januari een droge tijd.
D
Het regent in Januari in Kinshasa omdat het daar dan winter is.

Slide 5 - Quizvraag

Op 21 december schijnt de zon loodrecht op 23,5 ZB. 
oorzaak-gevolg keten
De ITCZ beweegt hierdoor naar ten noorden van de evenaar. 
De ITCZ is een gebied met lage luchtdruk
Daar is stijgende lucht
Lucht koelt hierdoor af
Daardoor treedt er condensatie op
Dus is de natte tijd daar in december/januari
Hierdoor gaat het regenen

Slide 6 - Sleepvraag

Stel je loopt van 30NB naar 30ZB.
Door welke landschappen loop je? Zorg ook voor de juiste volgorde.

Slide 7 - Open vraag

Wat is het verschil tussen een passaat en een moesson?

Slide 8 - Open vraag

Klimaatbepalende factoren

Temperatuur wordt beïnvloed door:
- breedteligging
- hoogteligging
 
- warme/koude zeestroom
- ligging dichtbij/verweg van zee

Neerslag wordt beïnvloed door:
- ITCZ / laag luchtdrukgebied
- reliëf
 
- ligging dichtbij/ver weg van zee
- aanlandige of aflandige wind
- warme/koude zeestroom

Slide 9 - Tekstslide

Klimaatbepalende factoren

Temperatuur wordt beïnvloed door:
- breedteligging
- hoogteligging
 
- warme/koude zeestroom
- ligging dichtbij/verweg van zee

Neerslag wordt beïnvloed door:
- ITCZ / laag luchtdrukgebied
- reliëf
 
- ligging dichtbij/ver weg van zee
- aanlandige of aflandige wind
- warme/koude zeestroom

Slide 10 - Tekstslide

Verspreiding van warmte over de wereld.

Slide 11 - Tekstslide

Thermohaliene circulatie
1. Water  opgewarmd bij evenaar

2. Stroomt naar Noord- & Zuidpool. . 
 

3. Water verdampt
zoutgehalte neemt toe. 
 
 

Slide 12 - Tekstslide

Thermohaliene circulatie
1. Water  opgewarmd bij evenaar

2. Stroomt naar Noord- & Zuidpool. . 
 

3. Water verdampt
zoutgehalte neemt toe. 
 
 

5. koud en zout water is zwaarder.
 
4. Water koelt af bij noord/zuidpool
 
 

Slide 13 - Tekstslide

Thermohaliene circulatie
1. Water  opgewarmd bij evenaar

2. Stroomt naar Noord- & Zuidpool. . 
 

3. Water verdampt
zoutgehalte neemt toe. 
 
 

5. koud en zout water is zwaarder.
 
6. Zakt de diepte in. 

7. Zorgt voor aanzuiging nieuw warm water vanaf evenaar.
4. Water koelt af bij noord/zuidpool
 
 

Slide 14 - Tekstslide

Klimaatbepalende factoren

Temperatuur wordt beïnvloed door:
- breedteligging
- hoogteligging
 
- warme/koude zeestroom
- ligging dichtbij/verweg van zee

Neerslag wordt beïnvloed door:
- ITCZ
- reliëf
 
- ligging dichtbij/ver weg van zee
- aanlandige of aflandige wind
- warme/koude zeestroom

Slide 15 - Tekstslide

Zeestromen beïnvloeden de temperatuur
Algemeen: 
De zee zorgt voor een gematigd klimaat.

Slide 16 - Tekstslide

Oceanen/zeeën matigen de temperatuur
In de zomer zorgt de zee juist voor verkoeling.

Dichtbij zee is het koeler dan landinwaarts.
In de winter zorgt de zee juist voor opwarming.

Dichtbij zee is het minder koud dan landinwaarts.

Slide 17 - Tekstslide

Hoe ziet dat er uit op de klimaatgrafiek?
Dichtbij zee                                                                                   Ver weg van zee

Amsterdam: 54NB                                                                         Jakoetst (Siberië): 62NB


Slide 18 - Tekstslide

Zeestromen beïnvloeden de temperatuur




Warme zeestroom:
Aangelegen gebied is wat warmer.

Koude zeestroom: 
Aangelegen gebied is wat kouder.

Slide 19 - Tekstslide

Hoe ziet dat er uit op de klimaatgrafiek?
Warme zeestroom                                                                            Koude zeestroom
Brest, Frankrijk (48NB)                                     Elliston, New Foundland, Canada (48NB)


Slide 20 - Tekstslide

Oceanen kunnen de neerslag 2x beïnvloeden
Warme zeestroom zorgt voor meer verdamping dus voor meer neerslag.

Slide 21 - Tekstslide

Oceanen kunnen de neerslag 2x beïnvloeden
Aanlandige wind brengt vochtige lucht mee. Zorgt voor neerslag.

Slide 22 - Tekstslide

Na deze les kan je van 3.3:

- uitleggen welke 2 factoren de thermohaliene circulatie aandrijven
- de invloed van  zee(stromen) op het klimaat uitleggen


Slide 23 - Tekstslide