Ster in Lezen - Alfa C les 1.2

Ster in Lezen - Alfa C

Les 1.2

1 / 14
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNT2ISK

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Ster in Lezen - Alfa C

Les 1.2

Gebruik een afbeelding van de voorkant van het boek van uitgeverij Boom, zoals door de gebruiker gevraagd.

Lesdoel

Weet je wie Malala is.

Weet je waarom zij beroemd is.

Leer je nieuwe woorden over onderwijs.


De gebruiker gaf meerdere doelen. Volgens de instructie is één doel leidend. Hier is gekozen voor het hoofddoel dat het best past bij de leesles.

tekst 1.1 en 1.2

App-gesprek Informatieve tekst



Benadruk dat leerlingen bij appberichten vaak eerst naar afzender, onderwerp en belangrijke woorden kunnen kijken.

Begintaak

Kies 3 woorden uit de woordenlijst en maak een zin


Deze slide heeft geen instructies

Woordenlijst

de regel - een afspraak over wat wel of niet mag.

erg - erger - ergste - veel/niet goed

gelijk - hetzelfde

straffen - iemand een straf geven als hij iets verkeerds heeft gedaan.

belangrijk - iets met veel waarde

rechten - dingen die je van de wet mag.

sommige mensen - niet alle mensen, een paar mensen.

hij weet genoeg - hij begrijpt het, hij heeft alle informatie.

dichtbij - niet ver

het wonder - iets wat bijzonder is.

Deze slide heeft geen instructies

Lezen

We lezen de tekst 2x door:


  1. de docent leest - onderstreep onbekende woorden

  2. Jullie lezen zelf in stilte.



Deze slide heeft geen instructies

woorden

het onderwijs = school

het pistool

de Taliban

redden: De dokter redt mijn leven.

Toen kwamen de leerlingen naar de klas.

De rechten van de mens.

Dichtbij <-> ver weg




Deze slide heeft geen instructies

Een leven zonder school

Deze slide heeft geen instructies

Een leven met school

Deze slide heeft geen instructies

Werkwoorden in het nu

  • gebeuren nu

  • vaak in een appgesprek



Wat is het huiswerk.

We moeten schrijven over de toekomst.


Deze slide heeft geen instructies

Werkwoorden in het verleden

  • zijn eerder gebeurd

  • je leest dan iets over vroeger of eerder vandaag


Waar was je?


Ik moest met mijn moeder mee naar het ziekenhuis.

Houd het eenvoudig: focus op het verschil in tijd, niet op volledige grammaticaregels.

Nu en verleden

Verleden

Als ze komen dan pak ik mijn schoen.


Wie is Malala?








Ik snap het.

Nu

Toen kwamen de Taliban.


Tot ze 11 jaar was.


De artsen konden haar leven redden.

Ze werden boos en maakten nieuwe regels

Laat leerlingen vooral het verschil zien en horen: ga/ging, snap/snapte.

Wat heb jij vandaag geleerd?

Reflectie zonder goed of fout. Laat leerlingen kort benoemen wat ze geleerd hebben, bijvoorbeeld appgesprek lezen, woorden begrijpen of nu/verleden zien.

Wat hielp jou het meest vandaag?

Reflectie op leerproces. Mogelijke antwoorden: voorbeeldzinnen, verschil nu/verleden, woordspin, afbeeldingen.