4. De rechtzaak

 De rechtzaak
Leerdoel: 
Aan het eind van deze les kun je herkennen en uitleggen op welke manier een rechtszaak werkt.
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

 De rechtzaak
Leerdoel: 
Aan het eind van deze les kun je herkennen en uitleggen op welke manier een rechtszaak werkt.

Slide 1 - Tekstslide



Dagvaarding = Een oproep om voor de rechter te verschijnen. 

    Slide 2 - Tekstslide

    Belangrijke personen bij een rechtszaak
    Bij een rechtszaak zijn de volgende personen aanwezig:
    • de verdachte, bijgestaan door een advocaat.
    • de officier van justitie die de verdachte aanklaagt.
    • de rechter die bepaalt of iemand schuldig is en of hij een straf krijgt. 
     
             Rechters zijn in Nederland onafhankelijk en onpartijdig. Waar staat dit ook al weer? 

    Slide 3 - Tekstslide

    Slide 4 - Video

    De Rechtzaak 

    1. 
    De opening





    De rechter controleert de persoonsgegevens van de verdachte.

    Slide 5 - Tekstslide


    2. 
    De aanklacht


    De officier van justitie leest de aanklacht (=ten laste legging) voor.

    Slide 6 - Tekstslide


    3. 
    Het verhoor van de verdachte


    Eerst mag de verdachte zelf zijn verhaal doen en vervolgens  ondervragen de rechters, de officier van justitie en je eigen advocaat jou.

    Slide 7 - Tekstslide


    4. 

    Het getuigenverhoor



    Mensen die iets gehoord of gezien hebben dat met de zaak te 

    maken kan hebben. Hiervoor leggen getuigen een eed af. Getuigen mogen niet liegen en geen aannames doen. 

    Slide 8 - Tekstslide


    5. 

    Officier van justitie.



    De officier legt uit waarom hij de verdachte schuldig vindt en eist een bepaalde straf. Dit heet het requisitoir.

    Slide 9 - Tekstslide

    6. 
    Het pleidooi

    De advocaat mag de verdachte een laatste keer verdedigen. Hij kan nogmaals bijzondere omstandigheden aanhalen. Of wijzen op het feit dat de verdachte geen strafblad heeft. Dit heet het pleidooi.

    Slide 10 - Tekstslide


    7. 
    Het laatste woord



    Als verdachte heb je altijd het laatste woord.  Je kunt ook nog iets zeggen over de strafeis van de officier.  De verdachte kan bijvoorbeeld ook aangeven of hij/zij spijt heeft. 

    Slide 11 - Tekstslide

    8. 

    De uitspraak


    De rechter vertelt of je schuldig of onschuldig bent en welke straf hij wil geven.  Dit kan een gevangenisstraf zijn,  een voorwaardelijke straf of boete. 

    Meestal is de uitspraak of het vonnis twee weken later. 

    Slide 12 - Tekstslide

    Wanneer ben je schuldig?
    • Gaat het om een strafbaar feit?
    • Is bewezen dat de verdachte het gedaan heeft?
    • Is de verdachte strafbaar?

    3x ja = schuldig
    Is de verdachte toerekeningsvatbaar?
    Een verdachte die geestelijk gestoord was tijdens zijn daad, kan ontoerekeningsvatbaar worden verklaard.
    In dat geval kan de rechter beslissen om de verdachte verplicht op te laten nemen in een tbs-kliniek waar hij wordt behandeld voor zijn stoornis.

    Slide 13 - Tekstslide

    Slide 14 - Video

    Slide 15 - Video

    TBS  Ter Beschikking Stelling
    Wat is dat?

    Slide 16 - Tekstslide

    Een TBS-kliniek lijkt van buiten erg veel op een gevangenis.

    Slide 17 - Tekstslide

    Samenvatting (sleep naar de juiste plek)
    Een rechtszaak begint met een                            van de gegevens. Als alles klopt, leest de officier van justitie de                              voor. Hierin staat waar de verdachte van beschuldigd wordt. Daarna worden vragen gesteld. Eerst aan de verdachte en daarna aan de                           . Na de ondervragen eist de officier een                     . De advocaat, die de verdachte                           , probeert de rechter ervan te overtuigen een lagere straf de geven. De rechter bepaalt uiteindelijk de straf, dit is het                           .

    aanklacht
    controle
    getuige
    straf
    verdedigt
    vonnis
    helpt
    uitspraak

    Slide 18 - Sleepvraag

    Een ander woord voor strafbaar feit noem je een...?
    A
    conflict
    B
    inzicht
    C
    delict
    D
    stoplicht

    Slide 19 - Quizvraag

    Wie klaagt de verdachte aan?
    A
    de rechter
    B
    de verdachte
    C
    de advocaat
    D
    de officier van justitie

    Slide 20 - Quizvraag

    Welk begrip pas hierbij?
    Iemand niet voor de rechter laten komen wegens gebrek aan bewijs
    A
    schikken
    B
    marchanderen
    C
    Vervolgen
    D
    seponeren

    Slide 21 - Quizvraag

    De slottoespraak van de officier van justitie met daarin de strafeis.
    A
    Tenlastelegging
    B
    Requisitoir
    C
    Pleidooi
    D
    Vonnis

    Slide 22 - Quizvraag

    Deze instantie begeleidt ex-gevangenen om de kans op recidive te voorkomen.
    A
    deurwaarder
    B
    reclassering
    C
    Halt
    D
    advocaat

    Slide 23 - Quizvraag

    Hoe noem je de uitspraak van een rechter?
    A
    oordeel
    B
    uitslag
    C
    vonnis
    D
    conclusie

    Slide 24 - Quizvraag

    TBS krijg je wanneer...
    A
    je dronken was tijdens het delict
    B
    je het eigenlijk niet gedaan hebt
    C
    je ontoerekeningsvatbaar bent
    D
    je een voorwaardelijke straf hebt uitgezeten

    Slide 25 - Quizvraag

    Terugkoppeling
    - Wie zijn de belangrijkste personen bij een rechtszaak?
    - Hoe verloopt een rechtszaak?
    - Wanneer ben je schuldig?

    Slide 26 - Tekstslide

    Slide 27 - Video