Verwachtingen vandaag!
Mijn boek ligt open op paragraaf: 1.1 blz. 10
Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, etui en rekenmachine.
Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op
Als de docent praat ben ik stil
Ik respecteer een ander en zijn eigendommen
Verwachtingen vandaag!
Mijn boek ligt open op paragraaf: 1.1 blz. 10
Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, etui en rekenmachine.
Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op
Als de docent praat ben ik stil
Ik respecteer een ander en zijn eigendommen
H1 Hoe welvarend ben jij?
Paragraaf 1.1 Kun je kopen wat je wilt?
Voorkennis
Waar denk je aan bij het begrip welvaart?
Leerdoelen vandaag
Je kent de verschillen tussen primaire - en secundaire behoeften.
Je weet wat schaars is.
Je weet wat welvaart is
Je kunt met een percentage een getal berekenen.
Primaire behoeften
Noodzakelijke levensbehoeften zijn Primaire behoeften.
Ze worden ook wel de basisbehoeften benoemd.
Een aantal voorbeelden zijn:
Voeding
Kleding
Woonruimte
Secundaire behoeften
Je hebt ook behoeften die je leven beter of prettiger maken (Secundaire behoeften).
Voorbeelden hiervan zijn:
Vakantie
Auto
Frisdrank
Deze behoeften verschillen oa door: budget, leeftijd, gender en invloed van anderen
Voordoen
Slide tekst
Zelf oefenen
Slide tekst
Schaarste
Er zijn een aantal goederen waar je zomaar over kunt beschikken, zoals Frisse lucht, zonlicht en regenwater. Dit zijn Vrije goederen.
Alle andere goederen zijn schaars, omdat er middelen nodig zijn om ze te maken.
Voordoen
Slide tekst
Zelf oefenen
Slide tekst
Welvaart
Welvaart is de mate waarin je in je behoefte kunt voorzien.
Omdat goederen schaars zijn, moet je prioriteiten stellen.
Ook door zelfvoorziening kan je welvaart toenemen. Hiermee voorzie je in een behoefte zonder iets te kopen.
Voordoen
Slide tekst
Zelf oefenen
Slide tekst
Met procenten een getal berekenen
Bij economie reken je vaak met procenten.
Bijvoorbeeld om uit te rekenen hoeveel korting je krijgt.
Of met welk bedrag je inkomen staat:
Als jij het percentage al weet dan reken je altijd naar 1% en daarna naar het percentage wat je wil weten.
In de meeste gevallen weet je 100%
Je doet dan getal : 100 x het percentage wat je wil weten
Of je gebruikt een verhoudingstabel
Voordoen
Slide tekst
Zelf oefenen
Slide tekst
Aan het werk!
Maken opdrachten 1.1: 3, 10, 12 en 13
Klaar?
Laten checken bij docent, bij goedkeuring nakijken.
Klaar? Werk laten zien aan docent.
Veel fout? -> Maken herhalingsopdrachten 1.1
Veel goed? -> Maken plusopdrachten 1.1
minute
second
Checken leerdoelen
Je kent de verschillen tussen primaire - en secundaire behoeften.
Je weet wat schaars is.
Je weet wat welvaart is
Je kunt met een percentage een getal berekenen.