H4 par 4.3 + 4.4

H4 par 4.3 + 4.4
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

In deze les zitten 11 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

H4 par 4.3 + 4.4

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deze les
1. Vorige les..
2. Par 4.3 
3. Par 4.4 
4. Werken in het boek 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kernbegrippen 4.1
- Politiek
- Overheid
- Algemeen belang
- Democratie
- Referendum
- Volksvertegenwoordigers
- Actief kiesrecht
- Passief kiesrecht 
Kernbegrippen 4.2
- Libralisme
- Sociaal-democratie
- Christen-democratie
- Linkse partijen
- Rechtse partijen
- Middenpartijen
- Populisme 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Paragraaf 4.3

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het parlement 
De 1ste kamer
(75 leden indirect)
&
De 2de kamer 
(150 leden volksvertegenwoordigers)

Slide 5 - Tekstslide

1ste via provincie verkiezingen 
2de via verkiezingen 

Provinciale Staten kiezen leden Eerste Kamer
De verkiezing van de Eerste Kamer vindt eenmaal in de 4 jaar plaats.
De leden van de Provinciale Staten kiezen dan de leden van de Eerste Kamer. Dat doen zij samen met het kiescollege niet-ingezetenen en de kiescolleges van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Door te stemmen bij de Provinciale Statenverkiezingen heeft u dus ook invloed op de samenstelling van de Eerste Kamer. De Eerste Kamer is belangrijk bij de totstandkoming van wetten. Zo kan zij een wet afkeuren die eerder door de Tweede Kamer is goedgekeurd.
De regering/ het kabinet
Bestaat uit:
 De koning en de ministers

Het kabinet of de regering is het dagelijks bestuur van ons land.

Slide 6 - Tekstslide

De koning is ons staatshoofd zonder macht. De regering wordt bij de koning voorgelegd en wanneer zij opstappen dienen ze officieel ontslag in bij de koning. 
Na de verkiezingen
Oppositiepartijen = politieke partij in Eerste of Tweede Kamer die de regering tegenwerkt.

Regeringspartij = politieke partij in Eerste of Tweede Kamer die de regering steunt.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De wetgevende taak

Het parlement stelt de wetten vast.

Hiervoor heeft het parlement stemrecht: het recht om wetsvoorstellen goed te keuren of af te keuren.


Controlerende taak

De tweede taak van het parlement is controleren hoe de ministers
hun werk doen.


Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wetgevende taak:

Recht van amendement: 
ze kunnen veranderingen
aanbrengen in een wetsvoorstel

Recht van initiatief: ze mogen zelf wetsvoorstellen maken

Controlerende taak: 

Vragenrecht: 
ze mogen mondeling of per brief vragen stellen aan ministers

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Paragraaf 4.4

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies