Les 2 im/am/um

Handys weg 
Buch und Kugelschreiber (pen) auf dem Tisch
Taschen auf dem Boden
Handys weg
Buch und Kugelschreiber auf dem Tisch
Taschen auf dem Boden
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvmbo t, mavo, havo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Handys weg 
Buch und Kugelschreiber (pen) auf dem Tisch
Taschen auf dem Boden
Handys weg
Buch und Kugelschreiber auf dem Tisch
Taschen auf dem Boden

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tijdsbepaling,
wat is dat eigenlijk?

Slide 2 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Am Ende der Unterrichtsstunde kann ich die Temporale Präpositionen, voorzetsel met een tijdsbepaling, benutzen.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

die Zeitangaben

de tijdsbepaling geeft aan wanneer iets gebeurt.
en wordt vaak gebruikt met de voorzetsels: im, am, um, von ... bis

im = in dem (Winter)
am = an dem (11. Mai)


Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke voorzetsels heb je in het filmpje gezien?
A
im, am, um, von ... bis
B
in, an, auf, von ... bis
C
in, an, um, von ... bis

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


A

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Was sind die temporalen Präpositionen?
A
an, in, um
B
im, am um

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wann und Was?
In het Duits gebruik je tijdsbepalingen met de voorzetsels :

  1. im   =  in   >bij seizoenen         Im Winter ist es kalt.
  2. im   =  in   >maand                    Im Januar habe ich Geburtstag.
  3. am = op    > dag, data              Am Montag spiele ich Fusball.
  4. um = om  > kloktijd                  Um halb neun fängt die Schule an.
  5. von--> bis tijd                             Die Party dauert von 9 bis 3 Uhr         
  6.                                                        Die Party dauert von Mo. bis Di.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vul in de zinnen het juiste voorzetsel in.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ich habe _______ Juni Geburstag
A
im
B
am
C
am

Slide 11 - Quizvraag

het gaat om een maand (Juni) dus 'im'

________ Winter ist es kalt
A
im
B
am
C
um

Slide 12 - Quizvraag

Het is 'im'omdat het om een seizoen, de winter, gaat
Ich spiele ________ Freitag Fußball.
A
im
B
um
C
am

Slide 13 - Quizvraag

Het is 'am' omdat het om een dag (Freitag) gaat.
_______ Mitternacht schlafe ich
A
im
B
am
C
um

Slide 14 - Quizvraag

kloktijd ( Mitternacht) dus 'um'
Die Prüfung ist morgen _____ neun Uhr
A
im
B
um
C
am

Slide 15 - Quizvraag

'um' want het is om negen uur, het gaat om een kloktijd.
Es ist warm ______________ Sommer
A
um
B
im
C
am

Slide 16 - Quizvraag

'im" want het is een seizoen (Sommer)
Bedenk een Duitse zin bij het plaatje.
Je moet een tijdsbepaling gebruiken

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ziel (doel)
Am Ende der Unterrichtsstunde kann ich die Temporalen Präpositionen (voorzetsel met een tijdsbepaling) benutzen.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Was sind die temporale Präpositionen?
Nenne alle drei (3)

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Was: machen Kapitel 4, Lektion 4, Aufgaben 7. 8, 9, 10
Wie: Buch, Seite 30 und 31
Wann: jetzt und digital zu Hause
Fertig am: die nächste Unterrichtsstunde

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Link

Deze slide heeft geen instructies