Betoog oefenen en spellingsvaardigheid- havo

Om mee te beginnen...
Bij welke woorden MOET je een streepje schrijven?

TikTokfilmpje
socialmediaberichten
Worddocument
datingapp
informatieavond


1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Om mee te beginnen...
Bij welke woorden MOET je een streepje schrijven?

TikTokfilmpje
socialmediaberichten
Worddocument
datingapp
informatieavond


Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag doen?
- SE2 inzien en feedback ontvangen
- Voorbereiden op het oefenbetoog (SE3)
- Werken aan spellingsvaardigheid (SE3)

Slide 2 - Tekstslide

Doelen
Je checkt of je goed bent voorbereid op SE3 door vragen over eerder behandelde stof.
Je krijgt een voorbeeld van bronvermelding mbv APA.
Je oefent je spellingsvaardigheid (met een oefentoets).

Slide 3 - Tekstslide

Planning komende tijd
Oefenbetoog op de computer: 8 december
Verder op 11 december (laptop mee)

SE-week 2: SE3, betoog schrijven, op de computer
8 januari: 15:00 - 17:30 uur

Periode 3: mondelingen literatuur (iom docent)

Slide 4 - Tekstslide

Schriftelijk betoog: SE3
Donderdag 8 januari
Van 15:00 - 17:30 uur
Let op: gaat op achternaam

Slide 5 - Tekstslide

Wat is een betoog?

Slide 6 - Open vraag

Kenmerk
Een betoog bevat altijd een stelling of standpunt.
 In een betoog probeert de schrijver zijn lezers ervan te overtuigen dat hij gelijk heeft. Dit doet hij door middel van argumenten.

Houd de hele tijd dat je schrijft dit doel in je achterhoofd.

Slide 7 - Tekstslide

Wat is een bouwplan?

Slide 8 - Open vraag

Bouwplan
Voordat je begint met schrijven is het erg handig als je een schrijfplan maakt. Hierin geef je aan wat je per alinea wilt bespreken. 

TIP voor SE3: typ voordat je begint met lezen en schrijven in je scherm het bouwplan

Slide 9 - Tekstslide

Op welke manier kan je een onderwerp inleiden?

Slide 10 - Open vraag

Aandachttrekkers
- Iets uit de actualiteit;
- Iets uit de voorgeschiedenis;
- Een voorbeeld, zoals een anekdote;
- Persoonlijk belang van de lezer;
- De aanleiding van het schrijven v/d tekst;

Slide 11 - Tekstslide

Combineer dat met een prikkelende openingszin
Intrigerende vraag
Opvallende cijfers
Paradox
Prikkelend citaat
Raadselachtige/suggestieve opsomming

Slide 12 - Tekstslide

Welke aandachttrekker?
Laatst zei ik in de klas wat ik vond van een film. Sommige mensen waren het met me eens, en andere niet, dat opende een deur in mijn gedachten. Het voordeel van je mening geven is dat je laat zien wat je denkt, het nadeel is dat niet iedereen het met je eens zal zijn. Daarom duidt de vraag wanneer moet je nou je mening geven en wanneer niet?
Welke tekstsoort?

Slide 13 - Tekstslide

Welke aandachttrekker?
Een eeuw geleden waren vrouwen nog niet vrij om hun mening te uiten. In de loop van de jaren is dit beetje bij beetje veranderd, dit opende de deur voor veel vrouwen. Momenteel zijn er veel vrouwen in de politiek die hun meningen en standpunten delen. Dit is natuurlijk erg positief, maar er zitten helaas ook nadelen aan.
Welke tekstsoort?

Slide 14 - Tekstslide

Stelling 
De stelling omschrijf je ook in de inleiding. Geen stelling in de inleiding? Dan geen voldoende!

Denk goed over je stelling na. Formuleer de stelling zo dat je voldoende argumenten hebt als ondersteuning.

Je moet vóór de stelling zijn.

Slide 15 - Tekstslide

Op welke manieren kan je argumenteren? Denk aan de argumentatieschema's.

Slide 16 - Open vraag

Argumentatie
Meervoudige argumentatie en nevenschikkende argumentatie

Gebruik minimaal 2, maximaal 3 relevante uitspraken uit de door jou gekozen teksten.
Beperk je tot één zin per citaat.
Voorzie citaten van nummers-> genummerde bronnenlijst in APA-stijl (zie blz. 28). Voorbeelden van APA worden uitgedeeld.

Slide 17 - Tekstslide

Hoe moet de indeling van het betoog eruitzien? In alinea 1 schrijf je...

Slide 18 - Open vraag

 Schrijfplan=bouwplan
Alinea 1: Inleiding (aandachttrekker & intro onderwerp) + stelling 
Alinea 2: Argument voor
Alinea 3: Argument voor
Alinea 4: Argument tegen + weerlegging
Alinea 5: Samenvatting

Zie ook: blz. 65+66 van je reader

Slide 19 - Tekstslide

Wat moet er in de slotalinea staan?

Slide 20 - Open vraag

Samenvatting
Aan het eind van de tekst herhaal je expliciet de stelling met alle argumenten (voor+tegen+weerlegging). Dan rond je jouw betoog af (je maakt de cirkel rond).

Zie ook blz. 65 t/m 69 (reader)

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Video

Slide 23 - Link

APA-stijl in je betoog
Voor je argumentatie gebruik je minimaal 2, maximaal 3 relevante uitspraken uit de door jou gekozen teksten.
Beperk je tot één zin per citaat.
Voorzie citaten van nummers-> genummerde bronnenlijst in APA-stijl (zie blz. 28)

Slide 24 - Tekstslide

Parafraseren en citeren
Wat is het verschil?

Parafraseren: waar moet je op letten?
  • Goed overbrengen van de kerngedachte
  • Geef de passage in eigen woorden weer (plagiaat)
  • Geef een volledige en correcte bronvermelding
Voorbeelden: blz. 27 van je reader

Slide 25 - Tekstslide

Parafraseren en citeren
Citeren: waar moet je op letten?
  • Correct overnemen van het citaat
  • Geef een volledige en correcte bronvermelding:
"De combinatie van een dalende beroepsbevolking en een stagnerende productiviteit heeft een negatief effect op de groei van de economie" (Ravenstein, 2016, pp. 36-37).

Slide 26 - Tekstslide

Elke referentie in de referentielijst bevat vier basiselementen (blz. 28, reader):  
1. auteur(s) : familienaam/-namen en initiaal/initialen
2. publicatiejaar of -datum
3. titel van de bron 
4. informatie over de publicatie 

Elk onderdeel wordt gevolgd door een punt behalve na een website.


Slide 27 - Tekstslide

Aan de slag tot einde les
25% van je cijfer = taalvaardigheid
Bekijk je gemaakte spellingstoets.
Bij welk onderdeel heb je de meeste fouten gemaakt?
Kies uit:
1) Oefenen in Vlekkeloos Nederlands
2) Eindtoets 3F maken (3F=havo)

Slide 28 - Tekstslide

Uitleg over onderdelen spellingstoets
ALS- DAN
ZIJ-HUN-HEN
DIE/DEZE - DIT/DAT
ALLE(N) / ENIGE(N) / ENKELE(N)
WERKWOORDSPELLING (Vlekkeloos Nederlands)
HOOFDLETTERS (Vlekkeloos Nederlands)
Morgen: Vlekkeloos Nederlands mee!

Slide 29 - Tekstslide

Doelen
Je checkt of je goed bent voorbereid op SE3 door vragen over eerder behandelde stof.
Je krijgt een voorbeeld van bronvermelding mbv APA.
Je oefent je spellingsvaardigheid (met een oefentoets).

Slide 30 - Tekstslide