1.1 Klimaat in de Verenigde Staten

Klimaat in de Verenigde Staten

1 / 32
volgende
Slide 1: Slide
newEditorAardrijkskundeVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 35 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Klimaat in de Verenigde Staten

Open met het idee dat de VS heel groot is. Daardoor zijn er grote verschillen in temperatuur en neerslag tussen regio's.

Leerdoel

Ik kan uitleggen hoe de breedteligging, aan- en aflandige wind en gebergten de temperatuur en neerslag in de Verenigde Staten beïnvloeden, en ik kan de belangrijkste klimaten in de VS benoemen en onderscheiden.

Deze slide heeft geen instructies

Welke woorden passen volgens jou bij klimaat in de VS?

Gebruik de woordwolk om voorkennis op te halen. Verwachte woorden kunnen zijn: warm, koud, woestijn, kust, regen, bergen, noorden, zuiden.

Breedteligging en klimaat

  • De Verenigde Staten liggen over veel breedtegraden

  • Daardoor is er verschil in zoninstraling

  • Meer zon in het zuiden, minder in het noorden

  • Dat zorgt voor duidelijke temperatuurverschillen

Leg uit dat breedteligging aangeeft hoe ver een gebied van de evenaar ligt. Koppel dit direct aan de hoeveelheid zonnestraling.

Noord en zuid vergeleken

In het noorden is de temperatuur gemiddeld lager dan in het zuiden. Noordelijke gebieden ontvangen minder directe zonnestraling. Zuidelijke gebieden krijgen meer zon en zijn daardoor vaak warmer, vooral gedurende een groot deel van het jaar.

Noem als eenvoudige tegenstelling: noordelijk deel van de VS tegenover het zuiden, zonder in te gaan op uitzonderingen door gebergten of zee-invloed; die komen later.

Gevolg voor temperatuur

  • Noordelijke gebieden: kouder klimaat

  • Zuidelijke gebieden: warmer klimaat

  • De breedteligging vormt de basis van deze verschillen

  • Andere factoren versterken of verzwakken dit later

Benadruk dat breedteligging niet de enige factor is, maar wel een belangrijke basis. Dat bereidt de overgang naar wind en gebergten voor.

Samenvatting breedteligging

Verder van de evenaar → minder sterke zoninstraling → lagere temperatuur


Dichter bij de evenaar → sterkere zoninstraling → hogere temperatuur

Gebruik deze dia als kernschema. Laat zien dat breedteligging vooral temperatuurverschillen binnen de VS helpt verklaren.

Waardoor is het in het zuiden van de VS vaak warmer?

A

meer zoninstraling

B

meer gebergten

C

meer aflandige wind

D

meer neerslag

Toetst de kern van slides 2-5: breedteligging beïnvloedt de hoeveelheid zoninstraling, en daarmee de temperatuur.

Vul de kernwoorden in

De breedteligging helpt om temperatuurverschillen in de VS te verklaren. Verder van de evenaar is de zoninstraling minder sterk. Daardoor is het in het noorden gemiddeld kouder dan in het zuiden.

breedteligging
evenaar
noorden
kust
Rocky Mountains
westen
oceaan

Alle drie de ingevulde woorden komen letterlijk of bijna letterlijk terug in de samenvatting van deze subtopic.

Wind vanaf zee of vanaf land

  • Langs de kusten speelt wind een grote rol

  • Aanlandige wind komt van zee

  • Aflandige wind komt van land

  • Die wind beïnvloedt temperatuur en vochtigheid

Leg eventueel kort uit dat kustgebieden anders reageren dan gebieden diep in het binnenland.

Aanlandige wind

Aanlandige wind voert lucht van zee aan. Die lucht is vaak vochtiger dan lucht boven land. Daardoor neemt de kans op neerslag toe en worden temperaturen langs de kust vaak minder extreem.

Houd het eenvoudig: zee werkt matigend op temperatuur en levert vocht aan. Geen uitgebreide uitleg over zeestromen nodig, want die zitten niet in het leerdoel.

Aflandige wind

  • Aflandige wind komt vanaf het land

  • Deze lucht is vaak droger

  • Er is minder aanvoer van vocht vanaf zee

  • De invloed van de zee op temperatuur wordt kleiner

Benadruk het verschil met aanlandige wind: minder vocht en minder matigende invloed van zee.

Invloed langs de kusten

Aanlandige wind zorgt vaak voor vochtigere lucht en meer neerslagkans aan de kust. Aflandige wind brengt juist drogere lucht vanaf het land. Zo verschillen kustgebieden in temperatuur en vochtigheid door de richting van de wind.

Koppel dit aan de centrale vraag: niet alleen breedteligging, maar ook wind verklaart regionale klimaatverschillen in de VS.

Welke wind zorgt meestal voor vochtigere lucht aan de kust?

A

aflandige wind

B

stijgende wind

C

aanlandige wind

D

dalende wind

Plausibele misvatting: leerlingen halen aanlandig en aflandig door elkaar. Stijgende en dalende wind horen juist bij gebergten, niet bij kustwind.

Maak de uitleg compleet

Langs de kust komt aanlandige wind van zee. Die lucht is vaak vochtiger en de kans op neerslag neemt dan toe. Bij aflandige wind is de invloed van de zee juist kleiner.

aanlandige wind
vochtiger
neerslag
droger
zoninstraling
lijzijde
warmer

Controleert of leerlingen het verband tussen windrichting, vochtigheid en neerslag kunnen volgen.

Gebergten als klimaatbarrière

  • Gebergten houden luchtstromen tegen

  • In de VS is het Rocky Mountains-systeem belangrijk

  • Lucht moet stijgen langs een berghelling

  • Dat beïnvloedt neerslag en temperatuur

Introduceer het idee van een barrière in het landschap. Dat helpt bij de begrippen loefzijde en lijzijde.

Loefzijde

Aan de loefzijde botst vochtige lucht tegen het gebergte. De lucht stijgt op en koelt af. Daardoor condenseert waterdamp en valt er vaker neerslag.

Gebruik de vaste termen loefzijde en lijzijde precies zo, zodat leerlingen ze later herkennen in kaarten en opgaven.

Lijzijde

  • Na de top daalt de lucht aan de lijzijde

  • Dalende lucht warmt op

  • Warme lucht kan meer vocht vasthouden

  • Daardoor is de lijzijde vaak droger

Noem eventueel de regenschaduw als extra term, maar alleen als verrijking; de kern is dat de lijzijde droger is.

Loef en lij in één schema

Vochtige lucht stijgt op aan de loefzijde → lucht koelt af → neerslag


Lucht daalt aan de lijzijde → lucht warmt op → droogte

Dit is de kernredenering van reliëf en neerslag. Laat leerlingen zien dat temperatuur en neerslag hier met elkaar samenhangen.

Aan welke kant van een gebergte valt vaker neerslag?

A

lijzijde

B

loefzijde

C

zuidzijde

D

binnenzijde

Toetst de kern van slides 10-13: aan de loefzijde stijgt lucht op, koelt af en condenseert.

Vul loef en lij goed in

Bij een gebergte stijgt vochtige lucht op aan de loefzijde. Daar koelt de lucht af en valt vaker neerslag. Aan de lijzijde daalt de lucht en wordt het vaak droger.

loefzijde
neerslag
lijzijde
kust
evenaar
wind
temperatuur

De volgorde is betekenisvol en niet inwisselbaar; daardoor is elke plek eenduidig.

Waarom is de lijzijde vaak droger?

Bespreek dat het gebergte lucht dwingt te stijgen aan de loefzijde, waardoor afkoeling en neerslag ontstaan. Na de top daalt de lucht aan de lijzijde, warmt op en wordt droger.

Belangrijkste klimaten in de VS

  • In de VS komen meerdere klimaten voor

  • Belangrijke voorbeelden zijn:

  • gematigde klimaten

  • droge klimaten

  • landklimaten

  • subtropische klimaten

Blijf bij de klimaatsoorten uit de opdracht. Deze dia vormt het overzicht voordat de spreiding en kenmerken per soort volgen.

Ruimtelijke spreiding van klimaten

  • Noorden: vaker kouder

  • Zuiden: vaker warmer

  • Binnenland: grotere verschillen

  • Kusten: meer invloed van zee

Algemene ligging

Gevolg voor klimaten

  • Droge gebieden komen vaker achter gebergten voor

  • Subtropische gebieden liggen vooral in het zuiden

  • Landklimaten komen vooral verder van zee voor

  • Gematigde gebieden liggen waar zee-invloed merkbaar is

Deze dia verbindt de eerder behandelde klimaatfactoren direct aan de spreiding van klimaten.

Kenmerken van de klimaten

Gematigd klimaat - zachte tot matige temperaturen en neerslag in meerdere seizoenen


Droog klimaat - weinig neerslag en vaak droge lucht


Landklimaat - grotere verschillen tussen zomer en winter


Subtropisch klimaat - warm met vaak zachte winters

Gebruik eenvoudige kenmerken die leerlingen kunnen onthouden en koppelen aan kaartbeelden.

Waarom de VS zoveel klimaten heeft

De Verenigde Staten hebben meerdere klimaten omdat verschillende klimaatfactoren tegelijk werken. De breedteligging beïnvloedt vooral de temperatuur, wind vanaf zee of land beïnvloedt vochtigheid en temperatuur, en gebergten verdelen neerslag over loef- en lijzijde.

Hier landt de centrale vraag: de ruimtelijke verschillen in klimaat zijn te verklaren door een combinatie van plaats, luchtstromen en reliëf.

Welk klimaat past het best bij weinig neerslag?

A

gematigd klimaat

B

subtropisch klimaat

C

landklimaat

D

droog klimaat

Toetst het herkennen van klimaatkenmerken uit slides 14-17.

Koppel factor en klimaat

In de VS liggen subtropische gebieden vooral in het zuiden. Droge gebieden komen vaker voor achter gebergten. Een landklimaat zie je vooral verder van zee.

subtropische
Droge
landklimaat
gematigde
aanlandige
loefzijde
vochtige

Leerlingen koppelen hier spreiding en klimaatkenmerken aan eerder behandelde factoren.

Wat uit deze les ga jij het best onthouden?

Deze slide heeft geen instructies

Welk deel van deze les vond jij het lastigst?

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen

breedteligging - de afstand van een plaats tot de evenaar in graden

aanlandige wind - wind die van zee naar land waait

aflandige wind - wind die van land naar zee waait

loefzijde - de kant van een gebergte waar lucht opstijgt

lijzijde - de kant van een gebergte waar lucht daalt

landklimaat - klimaat met grote verschillen tussen zomer en winter

subtropisch klimaat - warm klimaat met zachte winters

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen

gematigd klimaat - klimaat met matige temperaturen en regelmatig neerslag

droog klimaat - klimaat met weinig neerslag

zoninstraling - de hoeveelheid energie van de zon die een gebied ontvangt

vochtigheid - de hoeveelheid waterdamp in de lucht

neerslag - water dat uit de lucht op aarde valt, zoals regen of sneeuw

Rocky Mountains-systeem - groot gebergtesysteem in het westen van de Verenigde Staten

Deze slide heeft geen instructies