Rekenquiz: klaar voor je volgende stap!

Rekenquiz: klaar voor je volgende stap!

1 / 41
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenISK

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Rekenquiz: klaar voor je volgende stap!

Wat weet jij al over praktisch rekenen?

Leerdoelen

Aan het eind kun je sneller en slimmer kiezen bij geld, tijd, meten, reizen en korting. Je weet beter hoe je moet schatten en controleren.

Spelregels

Denk eerst na, kies A of B (hand, kaart, staan/zitten). Soms legt iemand uit waarom. Geen telefoon nodig!


A = hand of kaart


B= staan of zitten

Kernzin van vandaag

Eerst denken, dan kiezen, dan controleren.

Ronde 1: Warm worden

Makkelijke vragen om te starten. Geef snel antwoord!

Vraag 1: Geld overhouden

Je hebt €20. Je koopt iets van €7. Hoeveel houd je over? A. €13 B. €17

Vraag 2: Tijd rekenen

Les begint om 09.00 en duurt 60 minuten. Hoe laat is de les klaar? A. 09.60 uur B. 10.00 uur

Vraag 3: Broodjes kopen

Je koopt 3 broodjes van €2. Wat betaal je? A. €5 B. €6

Vraag 4: Lengte vergelijken

Welke is langer? A. 150 cm B. 1 meter

Vraag 5: Doelpunt verschil

Nederland wint met 3-1. Wat is het verschil in doelpunten? A. 2 B. 4

Vraag 6: Snoepjes delen

Je hebt 12 snoepjes, je deelt met 3 personen. Hoeveel krijgt ieder? A. 4 B. 9

Vraag 7: Korting

Wat betekent korting? A. Je betaalt minder. B. Je betaalt meer.

Vraag 8: Goedkoper

Wat is goedkoper? A. €2,50 B. €2,05

Tussenstand & energiemoment

Wie had 5 of meer vragen goed? Welke vraag vond je lastig? Hoe heb je gerekend?

Ronde 2: Praktisch rekenen

Meer denken! Reken mee met situaties uit het dagelijks leven.

Vraag 9: Op tijd bij de bus

Bus vertrekt om 08.15 uur. Je loopt 10 min. Hoe laat weg? A. 08.05 B. 08.25

Vraag 10: Budget verdelen

Je hebt €50. Je geeft €18 aan reizen en €12 aan lunch. Hoeveel blijft? A. €20 B. €30

Vraag 11: Korting op een jas

Jas kost €80. Je krijgt 50% korting. Wat betaal je? A. €40 B. €50

Vraag 12: Koken voor meer

Recept is voor 4. Jij kookt voor 8. Wat doen? A. Verdubbelen B. Delen door 2

Vraag 13: Omrekenen naar meter

Tafel is 120 cm lang. Hoeveel meter is dat? A. 1,2 B. 12

Vraag 14: Punten tellen

Voetbalteam wint 2 keer, 3 punten per winst. Hoeveel punten? A. 5 B. 6

Vraag 15: Werktijd

Je werkt van 09.00 tot 13.00 uur. Hoeveel uur? A. 3 B. 4

Vraag 16: Goedkope fles

1 fles = €2. 2 flessen = €3,50. Wat is goedkoper per fles? A. 1 fles B. 2 flessen

Tussenstand & strategie

Wie had meer dan 5 vragen goed in ronde 2? Wat helpt jou: schatten, uitrekenen of vergelijken?

Ronde 3: Iets moeilijker!

Vragen richting 2F. Lees rustig en reken goed na.

Vraag 17: Korting laptop

Laptop kost €600, 10% korting. Hoeveel korting? A. €60 B. €10

Vraag 18: Op tijd vertrekken

School om 08.30, reis 35 min + 10 min extra. Hoe laat vertrek je? A. 07.45 B. 08.05

Vraag 19: Oppervlakte kamer

Kamer: 4 m lang, 3 m breed. Oppervlakte? A. 7 m² B. 12 m²

Vraag 20: Sparen van je geld

Je hebt €75, spaart 20%. Hoeveel is dat? A. €15 B. €20

Vraag 21: Doelsaldo berekenen

Nederland: 5 doelpunten vóór, 2 tegen. Doelsaldo? A. +3 B. +7

Vraag 22: Netto werktijd

Stage 08.30-16.00, 30 min pauze. Hoeveel werktijd? A. 7 uur B. 7,5 uur

Vraag 23: Korting uitrekenen

Product van €40 nu €30. Hoeveel korting? A. €10 B. €30

Vraag 24: Groepjes maken

Je hebt 18 leerlingen, groepjes van 3. Hoeveel groepjes? A. 6 B. 15

Finalevraag

Je hebt €100. Je koopt schoenen (€65) en een jas (€30). Je wilt €10 sparen. Lukt dat? A. Ja B. Nee

Eindreflectie: strategie

Wat helpt jou het meest? A. Eerst getallen zoeken. B. Meteen rekenen.

Eindreflectie: uitleg

Wat is belangrijk op het MBO? A. Alleen antwoord. B. Ook uitleggen hoe je rekent.

Laatste tip

Op het MBO helpt rekenen je om op tijd te komen, geld te plannen, slim te kiezen en je antwoord te controleren.

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.