Vwo 2 - Woche 34 - Stunde 2

VWO 2 - Woche 34 - Stunde 2
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

VWO 2 - Woche 34 - Stunde 2

Slide 1 - Tekstslide

Planung

Methode online installeren

Paragraf A Sehen 
  • Vokabeln wiederholen
  • Umlaut & ß Aufgabe 3 besprechen

Paragraf B Wortschatz



  • Lernliste N-D besprechen
Ziele

  • Je kunt in korte filmpjes namen, getallen en bekende woorden verstaan.

  • Je kent de betekenis van de woorden van de Lernliste D-N: A Sehen.



Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Was machen die Leute in Hannover?

Vertaal: die Leute

Slide 4 - Open vraag

Ich spiele einmal in der Woche Fußball.

Vertaal: einmal

Slide 5 - Open vraag

Wie oft tanzt ihr hier?

Vertaal: wie oft

Slide 6 - Open vraag

Wir tanzen einmal die Woche.

Vertaal: die Woche

Slide 7 - Open vraag

Ich tanze schon zwei Jahre.

Vertaal: schon

Slide 8 - Open vraag

Umlaut
  • Het Duitse alfabet heeft meer letters: de letters met een trema (puntjes) erop. Deze puntjes zorgen voor een klankverandering van de klinker en komen vaak voor. In het Duits noem je dat een Umlaut. De Umlaut krijg je alleen op de letters a,o en u!


Tipp: Alleen de klinkers uit het woord AUtO kunnen een Umlaut krijgen!

Slide 9 - Tekstslide

Klanken
Even een compact overzicht van de uitspraak van alle klinkers, met en zonder Umlaut tot nu toe!

Slide 10 - Tekstslide

De ringel - S
De ß (staat voor ss) is een letter in het Duitse alfabet. De letter lijk op een B, maar je spreekt het uit als een S. In het Duits heet deze letter: Eszett.

Mache: Schrijf de ringel-s 5x foutloos in jouw schrift.

Ipad: Stel Duits toetsenbord in.
timer
2:00

Slide 11 - Tekstslide

An die Arbeit
Kapitel 1: Paragraf A: Sehen
  • Buch: Aufgabe 3 (gemeinsam)

Kapitel 1: Paragraf B: Wortschatz
  • Buch: Lernliste N-D besprechen (gemeinsam)
  • Digital: Aufgabe 4 & 5 (selbstständig)

Klaar: Slim Stampen Paragraf A & Paragraf B Kies 1 & Invul 1

Slide 12 - Tekstslide

Op welke klinkers kan een Umlaut komen?

Slide 13 - Open vraag

Spreek je uit als eh/ee
Spreek je uit als eu
spreek je uit als uu
spreek je uit als oi
spreek je uit als oe
spreek je uit als ie

Slide 14 - Sleepvraag

Hoe noemen de Nederlanders deze letter? "ß"
A
Ringel-s
B
Umlaut
C
Estset
D
Bee

Slide 15 - Quizvraag

nächste Stunde
PTO

Wortschatz

Deutschlandquiz

Slide 16 - Tekstslide