2kgt unit 1 lesson 2

wereldsteden
1 / 27
volgende
Slide 1: Woordweb
EngelsMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 3

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

wereldsteden

Slide 1 - Woordweb

Welcome! 
What city suits you best? 

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Waar is Kai geboren?
A
Auckland
B
Hawaii
C
Londen

Slide 4 - Quizvraag

Waar woont Kai nu?
A
Auckland
B
Hawaii
C
Londen

Slide 5 - Quizvraag

Wat vindt Kai leuk aan Londen?

Slide 6 - Open vraag

Wat vindt Kai leuk aan Auckland?

Slide 7 - Open vraag

Wat vindt Kai leuk aan Honolulu?

Slide 8 - Open vraag

Slide 9 - Link

And now... 
*   Exercise      11 b   +  12   +  13    +  14  +  15                            
       blz. 14 t/m 16                                       
                       
                                                                           
*  Quizlet  unit 1 lesson 2 WORDS 

Slide 10 - Tekstslide

klas 2D 
basis:    boek blz.  18 t/m 20       opd. 13 t/m 16

kader:   TB blz. 12 + 13 + 84 (woordjes)
                 WB  blz. 14 t/m 16    maken opd. 11 t/m 15

Slide 11 - Tekstslide

Present simple


Do you remember the rules? 

Slide 12 - Tekstslide

Present simple:

Wat is de regel van de present simple?
A
ww + -ed
B
hele ww (bij I, you, we, they) hele ww + s (bij he, she, it)
C
SHIT-regel

Slide 13 - Quizvraag

Present simple
A
iets gebeurd op dit moment
B
iets gebeurd vaak, nooit of altijd
C
iets gebeurd in het verleden

Slide 14 - Quizvraag

Present Simple
A
Lucy lives in London.
B
Lucy lived in London.
C
Lucy is Living in London.
D
Lucy has lived in London.

Slide 15 - Quizvraag

Slide 16 - Tekstslide

SHIT!    
he - she - it   

      + S !

Slide 17 - Tekstslide

My mum ............... soup every weekend.
A
cook
B
cooks

Slide 18 - Quizvraag

My brother ...................... soup.
A
don't like
B
doesn't likes
C
doesn't like

Slide 19 - Quizvraag

........... they ......... chips every day?
A
Do they eat
B
Does they eat
C
Do they eats

Slide 20 - Quizvraag

WH-Questions
  • What 
  • Who
  •  Where
  • Why
  • Which
  • Whose
  • When 
  • How 

Slide 21 - Tekstslide

what / which
* betekent   wat, welke

*  Als je uit meerdere dingen kan kiezen en je weet niet precies welke:      WHAT 

* Als je uit een klein aantal dingen kan kiezen en je weet precies welke:   WHICH

Slide 22 - Tekstslide

Let's work!      unit 1 lesson 2 

*  Exercises 16 -19 

*  Extra practise in the follwing slides 

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Link

Slide 25 - Link

Slide 26 - Link

Slide 27 - Link