3.7 Grammatica en 3.8 Spelling

Welkom!
Pak je werkboek, aantekeningenschrift, een pen en je agenda.
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 1

In deze les zitten 22 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Welkom!
Pak je werkboek, aantekeningenschrift, een pen en je agenda.

Slide 1 - Tekstslide

Deze week 
Les 1: Uitleg 3.7
Les 2: Zelfstandig werken*
Les 3: Lezen, uitleg 3.8 
Les 4: Zelfstandig werken 
Zorg dat je volgende les een boek mee hebt!

Slide 2 - Tekstslide

Deze week leer je:
- het werkwoordelijk gezegde te vinden en het lijdend voorwerp;
- hoe je de verleden tijd van sterke werkwoorden spelt;
- hoe je het meervoud van zelfstandige naamwoorden schrijft;
- 10 dicteewoorden.

Slide 3 - Tekstslide

In 2.7 grammatica:
Leerde je zinsdeelstrepen te zetten en de persoonsvorm en het onderwerp te benoemen. 

Schrijf de zin over. Zet zinsdeelstrepen. Benoem de persoonsvorm (pv) en het onderwerp (o).

1. Mel Wallis de Vries heeft het spannende boek Klem geschreven. 

Slide 4 - Tekstslide

Persoonsvorm
1. Mel Wallis de Vries heeft het spannende boek Klem geschreven. 

Zet de zin in een andere tijd. Het woord dat verandert is de pv. 

1. Mel Wallis de Vries had het spannende boek Klem geschreven.
heeft = pv

Of maak een vraagzin. Het woord dat vooraan komt de staan is de pv. 
1. Heeft Mel Wallis de vries het spannende boek Klem geschreven?

Slide 5 - Tekstslide

Zinsdeelstrepen
1. Mel Wallis de Vries heeft het spannende boek Klem geschreven. 

Verander de volgorde van de zin. Er kan maar één zinsdeel voor de persoonsvorm komen te staan. 

1. Het spannende boek Klem heeft Mel Wallis de Vries geschreven. 
Dus: 1. Mel Wallis de Vries | heeft | het spannende boek Klem | geschreven.

En kan dit?
1. Het spannende boek heeft Mel Wallis de Vries Klem geschreven.


Slide 6 - Tekstslide

Onderwerp
1. Mel Wallis de Vries heeft het spannende boek Klem geschreven. 

Het onderwerp geeft aan wie/wat iets doet. Het is de hoofdrolspeler van de zin.

Stel de vraag: wie/wat + persoonsvorm (en andere werkwoorden in de zin)?
Wie/wat heeft geschreven? 
Mel Wallis de Vries




Slide 7 - Tekstslide

3.7: werkwoordelijk gezegde
Het werkwoordelijk gezegde (wg) bestaat uit alle werkwoorden in de zin.

Stappenplan werkwoordelijk gezegde:
1. Onderstreep de pv.
2. Verdeel de zin in zinsdelen.
3. Zet wg boven de persoonsvorm.
4. Zet wg boven de andere werkwoorden (als die er zijn).

Julia wil haar huiswerk maken. 

Slide 8 - Tekstslide

3.7: werkwoordelijk gezegde

In sommige zinnen wordt aan het + infinitief of te + infinitief gebruikt
infinitief = het hele werkwoord

Jullie probeert niet op haar telefoon te kijken.            wg = probeert te kijken
Ze is haar huiswerk aan het maken.                                  wg = is aan het maken



Slide 9 - Tekstslide

3.7: werkwoordelijk gezegde
Sommige werkwoorden in een zin worden gesplitst. Je noemt ze splitsbare werkwoorden. 


(opbellen)     Ik bel haar op.           wg = bel op
(afwassen)   Straks was ik af.       wg = was af



Slide 10 - Tekstslide

3.7: lijdend voorwerp
In sommige zinnen kun je nog meer rollen aanwijzen. Bijvoorbeeld die van het lijdend voorwerp (lv). 

Het onderwerp doet iets met een lijdend voorwerp, zoals in de zin: Hij repareert zijn fiets. 
Het onderwerp Hij repareert iets: zijn fiets. 
Het lijdend voorwerp = zijn fiets.



Slide 11 - Tekstslide

3.7: lijdend voorwerp
Je vind het lijdend voorwerp door te vragen:
Wie (of wat) + werkwoordelijk gezegde + onderwerp?
Hij repareert zijn fiets.
wg = repareert
o = Hij

Wie (of wat) repareert hij?
Zijn fiets

Slide 12 - Tekstslide

Oefenen!
Benoem nu ook het werkwoordelijk gezegde en het lijdend voorwerp.

1. Mel Wallis de Vries heeft het spannende boek Klem geschreven. 

Slide 13 - Tekstslide

Werkwoordelijk gezegde
1. Mel Wallis de Vries heeft het spannende boek Klem geschreven. 

Alle werkwoorden in de zin.

We wisten dit al:
Mel Wallis de Vries | heeft | het spannende boek Klem | geschreven.
pv = heeft

Geschreven is ook een werkwoord. Het werkwoordelijk gezegde is dus: heeft geschreven



Slide 14 - Tekstslide

Lijdend voorwerp
1. Mel Wallis de Vries heeft het spannende boek Klem geschreven. 

Wie (of wat) + werkwoordelijk gezegde + onderwerp = lijdend voorwerp

Wie (of wat) heeft Mel Wallis de Vries geschreven? Het spannende boek Klem

Het spannende boek Klem = lijdend voorwerp



Slide 15 - Tekstslide

Tijdens de weektaak ...
Maak je de opdrachten serieus! 

Je oefent namelijk goed met de zinsdelen. Je leert het alleen als je goed en serieus oefent. 

Slide 16 - Tekstslide

Wat als je iets niet weet?
Lees de vraag/tekst nog een keer goed. Probeer goed te lezen wat er staat.

Vraag het aan degene naast je. 

Weet je het antwoord nog steeds niet? Vraag het aan mij!

Slide 17 - Tekstslide

Weektaak
Grammatica 3.7 opdracht 1 t/m 27
Spelling 3.8 opdracht 1 t/m 14

1C: di 27 feb af
1D: wo 28 feb af

PTD 2.5, 2.7, 2.8, 3.5, 3.7 en 3.8 --> 1C: wo 28 feb, 1D: vrij 1 maart
Volgende les uitleg. 
Al klaar met 3.7? Probeer 3.8 zelf te maken!

Slide 18 - Tekstslide

Welkom!
Pak je werkboek, aantekeningenschrift en een pen

Slide 19 - Tekstslide

Deze week 
Les 1: Uitleg 3.7
Les 2: Zelfstandig werken
Les 3: Lezen, uitleg 3.8 
Les 4: Zelfstandig werken 

Slide 20 - Tekstslide

Lezen!

Slide 21 - Tekstslide

3.8 Spelling

Slide 22 - Tekstslide