Thema 7: handel

Thema 7
Handel
1 / 85
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & MaatschappijMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 2

In deze les zitten 85 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 14 videos.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Thema 7
Handel

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag
Terugblik klas 1
Uitleg 7.1
Aan de slag

Je kan uitleggen hoe een land veranderd door geboorte, sterfte en migratie
Beschrijven hoe een republiek wordt bestuurd
THEMA 7 - HANDEL

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

17 gewesten
Nederland bestond uit 17 gewesten. Een gewest is een soort provincie, maar dan met een eigen bestuur.

Welke gewesten van toen heten nu nog zo?

Slide 6 - Tekstslide

Laat de leerlingen hierbij vraag 2C maken.

Slide 7 - Tekstslide

het land bestond uit gewesten. deze gewesten werden bestuurd door rijke burgers, genaamd regenten. alle regenten bij elkaar wordt 'staten' genoemd

Slide 8 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De nieuwe republiek
Na de oorlog had de bevolking het zwaar. Door honger en ziekte stierven er meer mensen dan er geboren werden. 

de regenten lieten de havens van Gent en Antwerpen blokkeren omdat die niet bij de republiek hoorde. De schepen voeren door naar Zeeland en Holland en de rijke kooplieden gingen daar ook wonen. 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sociale bevolkingsgroei
De rijke kooplieden gingen dure huizen bouwen en gaven veel geld uit aan bijvoorbeeld schilderkunst. 

Veel mensen wilden graag in die havensteden komen wonen en de steden groeiden. 
Als de bevolking groeit doordat mensen verhuizen (migreren) dan noem je dat sociale bevolkingsgroei.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Maken opdracht 3,4 en 7
Blz 10 t/m 12

Klaar? 
Lezen boek

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag
Nakijken opdrachten
Uitleg 7.1
Aan de slag

Je kan uitleggen dat migranten belangrijk zijn
Redenen noemen waarom de VOC werd opgericht en waarom het een monopolie had.
THEMA 7 - HANDEL

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat voor mensen zie je
op deze afbeelding?
A
Burgemeesters
B
Ministers
C
regenten
D
koningen

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat hadden de regenten te maken met het bestuur van Nederland?

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer is er een positieve natuurlijke bevolkingsgroei?
A
Als er meer mensen in het land komen wonen dan er vertrekken
B
Als er meer mensen geboren worden dan er sterven
C
Als er minder mensen in het land komen wonen dan er vertrekken
D
Als er minder mensen geboren worden dan er sterven

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Opdrachten bespreken

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Migratie
Migratie = vertrekken naar een ander land. 
Eind van de middeleeuwen: Spaanse en Portugese joden
Bij de opstand: protestanten
Bij de blokkade van de Belgische havens: grote groepen uit de Belgische steden
Arbeidsmigranten: Komen werk doen
Vluchtelingen: Gaan weg vanwege omstandigheden in het land waar ze vandaan komen

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nederland migratieland 
De migranten deden ander werk dan de Nederlanders toen. Nederlanders veelal in de landbouw en scheepvaart.
Migranten veel in wol en tabak

Vertrekoverschot
Vestigingsoverschot

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De VOC
  • Het aanbod van specerijen steeg.
  • Specerijen in azië werden steeds duurder. 
  • Specerijen in europa werden steeds goedkoper.
>> Gevolg: De handelaren gingen steeds minder verdienen.

Daarom besloten ze in 1602 de VOC op te richten.
(Verenigde Oost-Indische Companie). 


Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voordelen van de VOC
  • Hierdoor konden ze de dalende prijzen van specerijen in de hand houden.

  • Zo stonden ze ook sterk tegen buitenlandse concurrenten.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Monopolie
  • De VOC kreeg het alleenrecht op de handel in specerijen.

  • Dit noem je monopolie. 


Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
7.1 centrum van de wereldhandel
Maken 9, 11, 13, 14, 17a, 18, 20a en b
Blz 14 t/m 21

Klaar: rekenen nakijken
iets voor jezelf

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1.2 Mensenhandel
7.1 nakijken
7.2 uitleg
Aan de slag

Je weet waarom de 17e eeuw de gouden eeuw wordt genoemd
Je kan vertellen wat het betekend om slaaf te zijn en welke mensen tot slaaf gemaakt werden

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ongelijkheid en Zwarte Piet
Bladzijde 27

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Video

Deze slide heeft geen instructies

  • 1492 - Columbus ontdekt Amerika en Spanjaarden veroveren delen van Noord en Zuid Amerika.
  • Ze maakten indianen tot slaaf
  • Indianen moesten op de plantages werken
Handel in mensen hoe begon dat? 

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Video

Deze slide heeft geen instructies

  • Veel Indianen gingen dood door het harde, zware werk zonder betalen, maar ook door ziektes die die Spanjaarden meenamen. 
  • Om de arbeidskrachten aan te vullen, brachten Europese handelaren zwarte Afrikanen naar Amerika.
  • Hollanders wilden ook meedoen met de slavenhandel en in 1621  kwam de WIC  (West Indische Compagnie)
  • Het slavenfort Elmina was een belangrijk punt
Handel in mensen hoe begon dat? 

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Meestal een vreemde
Slavernij bestaat al heel lang. Slaven hebben weinig rechten en veel plichten, ze moeten alles doen voor de slaveneigenaar. 
Er werden meestal vreemden tot slaaf gemaakt. Mensen met een ander uiterlijk, van een andere stam, met andere gewoontes. Het is makkelijk om ze als minderwaardig te zien en daardoor anders te behandelen. 

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
7.2 Mensenhandel
Maken 1,2,3,4,7,8 en 9
Blz 26 t/m 33

Klaar: Lezen boek

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1.2 mensenhandel
Herhalen
Nakijken
Uitleg
Aan de slag

Je weet welke rol de WIC in de slavenhandel had
Je kan uitleggen wat driehoekshandel is
Je kan uitleggen hoe wind ontstaat. 
Je kent verschillen tussen slavernij in de 17e eeuw en nu

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke uitspraak uit de VOC is niet waar?
A
De VOC kocht specerijen in Oost-Indië en bracht die naar Europa.
B
De VOC had het recht om oorlog te voeren.
C
De VOC afspraken dat nootmuskaat alleen aan de VOC zou worden verkocht.
D
De VOC werkte samen met de Engelsen en de Portugezen om Oost-Indië te controleren.

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk gebouw zie je hier?
A
Het witte huis
B
Fort Elmina
C
Kasteel de goede hoop
D
Fort zeelandia

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Driehoekshandel
De handel tussen Europa, Afrika en Amerika wordt de driehoeks-handel genoemd.

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Driehoekshandel
Europa --> Afrika:  Textiel, wapens en sterke drank
Afrika --> Amerika: Goud, ivoor en slaven
Amerika --> Europa: Koffie, tabak, katoen en suiker

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat werd er verbouwd op de plantages?

Slide 41 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slaven keuren
Voordat een WIC-handelaar die mensen kocht, keurde hij hen eerst, naakt! Als ze gezond, sterk en tussen de 15 en 35 jaar waren, dan waren ze goed. 
Onderweg overleed een vijfde deel van de ‘handelswaar’ aan ziektes en slecht voedsel.

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wind
Lagedrukgebied
Plaats waar relatief warme lucht opstijgt en de luchtdruk daardoor laag is.
Hogedrukgebied
Plaats waar relatief koude lucht daalt en de luchtdruk daardoor hoog is. 
Wind
Warme lucht

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Moderne slavernij
Welke verschillen zijn er tussen slavernij vroeger en nu?
<ul><li>Nu krijgen slaven soms wel iets betaald voor hun werk, vroeger niet.</li><li>Toen woonden en werkten veel slaven in Amerika, nu in Afrika.</li></ul>

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 45 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
7.2 Mensenhandel
Maken: 10, 11, 12, 13, 15, 17
Blz: 34 t/m 40

Klaar: al je huiswerk af? 

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

7.3  veranderende wereldhandel 
Herhalen
Uitleg 7.3

Je kan: 
  • uitleggen waarom het label ‘Made in ...’ niets zegt over waar het product is gemaakt.
  • vertellen wat de lagelonenlanden zijn.
  • uitleggen waarom arbeid is verplaatst.
  • uitleggen waarom het goederenvervoer sterk is gegroeid.

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer is er sprake van een negatieve sociale bevolkingsgroei
A
Er worden te weinig kinderen geboren
B
Er worden te veel kinderen geboren
C
Er verhuizen veel mensen naar een ander land
D
Er verhuizen weinig mensen naar een ander land

Slide 48 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet het alleenrecht op bepaalde producten?
A
Monopolie
B
Uno
C
Genocide
D
Aandelen

Slide 49 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin is NIET waar?
A
De WIC en de VOC waren een vereniging van kooplieden
B
De VOC handelde in Oost Indië
C
West Indië ligt ten westen van Indië
D
Oost Indië ligt ten oosten van Indië

Slide 50 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar gaat dit blok over? 
Waarschijnlijk heb je je niet afgevraagd waar ze vandaan komen. De kans is groot dat ze uit China of India komen. Kijk maar eens op het label. Hoewel …, weet je dat het label ‘Made in …’ niets zegt over waar je kleding echt is gemaakt? Kleren reizen namelijk de hele wereld over voordat ze bij jou in de kast liggen. Welke reis maakt je kleding? Waarom maken kleren eigenlijk zo’n enorme wereldreis?

Slide 51 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Plekken waar katoen groeit 
Katoenplant 

Slide 52 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 53 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Label in een broek 

Slide 54 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verplaatsen van arbeid 
  • Vroeger werd veel kleding in NL gemaakt. 
  • Tegenwoordig wordt kleding gemaakt in lagelonenlanden. VB: China, Pakistan, Bangladesh. 
  • Dit is goedkoper om te laten maken dan in Nederland
  • Bij het maken van kleding zijn veel mensen nodig. 
  • Als bedrijf wil je dat zo goedkoop mogelijk doen
  • Tegenwoordig is transport heel makkelijk

Slide 55 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 56 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opbouw prijs schoenen 

Slide 57 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag! 
 1.3 Veranderende wereldhandel
Opdracht 2, 3, 5, 6, 7 en 8
Blz 44 t/m 50
Klaar? PO 

Slide 58 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

7.3  veranderende wereldhandel 
Nakijken deel 1
Uitleg 7.3

Je kan: 
  • vertellen wat locatiefactoren zijn.
  • uitleggen waarom sommige landen economisch sterk groeien.
  • uitleggen waarom de groeilanden interessante afzetmarkten zijn.
  • vertellen wat China in Afrika doet op het gebied van handel.

Slide 59 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afstand 
Afstand doet er minder toe dan vroeger
Transport is tegenwoordig snel en goedkoop 
Twee soorten afstanden:
  • Absolute afstand: Afstand in kilometers gemeten in een rechte lijn tussen twee punten. 
  • relatieve afstand: Afstand in tijd, hoelang je erover doet om de afstand af te leggen.

Slide 60 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom daar?
  • Een bedrijf zit nooit ergens zomaar. 
  • De hoofdkantoren van  bijvoorbeeld Calvin Klein daar werken de mensen die de kleding ontwerpen en de reclames bedenken.
  • Redenen voor een bedrijf om ergens te vestigen noemen we: Locatiefactoren

Slide 61 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Locatiefactoren 
  • de hoogte van de lonen en de opleiding van het personeel;
  • of er goede havens, wegen en communicatiemiddelen zijn;
  • of er een stabiele regering is en de overheid meewerkt en helpt


Slide 62 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Heffingen 
  • Het kan ook voorkomen dat bedrijven naar landen verhuizen om onder bepaalde regels uit te komen.
  • In NL -> Milieuheffing:
  • Extra belasting die bedrijven moeten betalen, als ze het milieu vervuilen. 
  • Andere landen hebben hogere inkomstenbelasting 

Slide 63 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 64 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Afrika als nieuwe handelspartner
China handelt met Afrika:
  •  in ruil voor grondstoffen krijgen landen goedkope leningen + infrastructuur 

Slide 65 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag! 
 7.3 Veranderende wereldhandel
Opdracht 9, 10, 11, 13, 14, 16, 17
Blz 51 t/m 58
Klaar? PO 

Slide 66 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

7.4 De invloed van 
grote bedrijven
Herhalen
Uitleg 7.4

Je kent: 
Voorbeelden van diensten
het verschil tussen een werkgever en een werknemer.
Voorbeelden van multinationals
Voorbeelden van betalingen met belastinggeld

Slide 67 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 68 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Diensten
  • Als iemand iets aanbiedt wat je niet kunt vastpakken en waar een ander behoefte aan heeft, noem je dat een dienst.
  • Diensten kun je heel goed via internet aanbieden.
SpaceX
SpaceX wil consumenten in dunbevolkte gebieden snel internet aanbieden via een netwerk van duizenden satellieten. 

Slide 69 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 70 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Online reisadvies
Bedrijven weten vaak veel van je. Al je internet historie word opgeslagen door speciale software. 

Samen maken: opdracht 5

Slide 71 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag! 
 7.4 De invloed van grote bedrijven
Opdracht 2, 4, 5
Blz 62 t/m 66
Klaar? PO 

Slide 72 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

7.4 De grote invloed van grote bedrijven
Nakijken. 
Uitleg 

Je kan: 
nadelen noemen van de handel in namaakartikelen en drugs.
uitleggen wat concurrentie is.
uitleggen waarom het moeilijk is om met een multinational te concurreren.
uitleggen waarom werkgevers superrijk kunnen worden.

 

Slide 73 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn diensten?
A
Dingen die je vast kunt pakken
B
spullen die je moet kopen
C
dingen die schaars zijn
D
Product dat je niet kunt aanraken en waar mensen behoefte aan hebben

Slide 74 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Concurrentie 
Bedrijven die dezelfde consument als klant willen. 

Slide 75 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Multinationals
Een multinational is een bedrijf wat in veel verschillende landen actief is.
Voorbeeld: Tesla, Amazon, McDonalds, Shell. 

Slide 76 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werkgever en werknemer 
Werkgever: Iemand die andere mensen in dienst heeft om het werk te doen
Werknemer: Iemand die werkt voor een organisatie of een bedrijf
De werkgever betaalt de werknemer salaris
Een multinational zorgt voor veel werk voor mensen 

Slide 77 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zou jij doen met een miljoen?
Werkgevers en werknemers betalen de overheid belasting. Van dat geld betaalt de overheid diensten, zoals onderwijs, 
wegen en politie. 

In Nederland betalen multinationals over hun winst minder belasting dan in andere landen. Kleinere bedrijven betalen meer winstbelasting.

Slide 78 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 79 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Net echt
Er zijn ook bedrijven die namaakproducten maken. Schoenen, kleding, tassen, horloges, laptops etc.
Het gaat zo: Een bedrijf kopieert Italiaanse schoenen van een duur merk. Via internet is dit amper te onderscheiden.
Het bedrijf in Italië verliest zo veel geld. Zij hebben de ontwerper betaald, het product getest, reclame gemaakt etc. De namaakartikelen zijn 
vaak van minder goede kwaliteit.
Het is illegaal om namaakartikelen te kopen en verkopen. 
Bedrijven betalen geen belasting over deze artikelen

Slide 80 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Drugs in een sloot
In Nederland wordt veel geld verdient met de productie van drugs. Deze bedrijven zijn illegaal en betalen geen belasting.
Nederland is een 'drugsparadijs'.   In Nederland wordt zowel veel plantaardige drugs (wiet) geteeld. En er worden kunstmatige drugs geproduceerd.
Waarom in Nederland? : Via de haven van Rotterdam kunnen drugs makkelijk vervoerd worden. Nederland ligt gunstig in Europa en de straffen zijn relatief laag.  

Slide 81 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 82 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 83 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Superrijken
Bedrijven die veel geld verdienen kunnen:
  • Geld aan hun werknemers geven/ salarissen verhogen
  • Investeren in nieuwe artikelen, meer reclame, innovaties
  • Ook kunnen ze concurrerende bedrijven opkopen

Maar vaak besparen bedrijven op de kosten van salarissen zodat 
de eigenaren rijker worden. Het verschil tussen arm en rijk wordt 
zo groter en groter 

Slide 84 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag! 
 7.4 De invloed van grote bedrijven
Opdracht 8, 10, 12, 14, 15 en 17
Blz 68 t/m 76
Klaar? PO 

Slide 85 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies