cross

D2ATh3 B1 en B2 - LLN: Praktijk Opdrachten

D2ATh3: Verbranding en ademhaling
 B1: Wat is verbranding

Info gebruikt van:
Malmberg methode Biologie en verzorging voor jou
Biologiepagina.nl
Bioplek.org
Biologieweb.nl
e.a. 
Tijdens de praktijk doe je ook opdrachten die bij B2 (In- en uitgeademde lucht) horen.
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavoLeerjaar 2

In deze les zitten 13 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

D2ATh3: Verbranding en ademhaling
 B1: Wat is verbranding

Info gebruikt van:
Malmberg methode Biologie en verzorging voor jou
Biologiepagina.nl
Bioplek.org
Biologieweb.nl
e.a. 
Tijdens de praktijk doe je ook opdrachten die bij B2 (In- en uitgeademde lucht) horen.

Slide 1 - Tekstslide

Verbranding: Dit weet/snap je!



Reactieschema van het verbrandingsproces:

Algemeen:  
Brandstof      +    zuurstof    -->     water    +    koolstofdioxide      +      energie
(brandstof)                                      (verbrandingsproducten)                 
                                                                                                                 
Auto:
Benzine      +      zuurstof     -->     water    +    koolstofdioxide      +      energie
(brandstof)                                        (verbrandingsproducten)               (warmte + beweging)


Hoe zit het bij  'de kaars'? Hoe ziet het reactieschema van het verbrandingproces er dan uit?

Hoe zit het bij lichaamscellen? Hoe ziet het reactieschema van het verbrandingsproces er dan uit?
Belangrijk te weten: In elke lichaamscel vinden processen plaats, daarvoor is energie nodig.
Er vindt in elke lichaamscel verbranding plaats. Daarvoor is wat nodig en daarbij komt wat vrij.

Slide 2 - Tekstslide

Verbranding: Dit weet/snap je!

Reactieschema van het verbrandingsproces:

Algemeen:  
Brandstof      +    zuurstof    -->     water    +    koolstofdioxide      +      energie
(brandstof)                                      (verbrandingsproducten)                 
                                                                                                                 
Auto:
Benzine      +      zuurstof     -->     water    +    koolstofdioxide      +      energie
(brandstof)                                        (verbrandingsproducten)               (warmte + beweging)

Kaars:
Kaarsvet      +     zuurstof     -->     water     +   koolstofdioxide      +     energie
(brandstof)                                      (verbrandingsproducten)                (warmte + licht)

Lichaam:
Glucose      +       zuurstof   -->      water + koolstofdioxide           +      energie
(brandstof)                                      (verbrandingsproducten)                (lichaamstemperatuur + beweging)
Alle processen in je cellen vragen energie

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Lucht wat zit erin?
De lucht in je longen wordt constant ververst door steeds 
in- en uit te ademen. In de lucht zit vooral stikstof en zuurstof, maar ook een klein beetje koolstofdioxide. 
De gassen zie en ruik je niet. 
Je kunt lucht wel voelen als je bijvoorbeeld uitademt.

In de lucht zit ook waterdamp. 
Waterdamp is water in de vorm van gas. 

Als er weinig waterdamp in de lucht zit, is het droge lucht. Als er veel waterdamp in de lucht zit, is het vochtige lucht. 

De hoeveelheid waterdamp in de lucht noem je de luchtvochtigheid.

Praktijk:

Doel van de praktijk: 
Je gaat ontdekken en snappen en je kunt uitleggen hoe het zit met verbrandingsprocessen!
Praktijk:
Hoe bewijs je dat er CO2 aanwezig is? 
Wanneer is er meer/minder CO2 aanwezig in de lucht?
Hoe komt het dat er meer/minder CO2 aanwezig is?

Slide 5 - Tekstslide

Indicator
Je kunt koolstofioxide niet ruiken en niet zien. Als je dit gas wilt aantonen kun je gebruik maken van een indicator.
Een indicator is een stof waarmee je een andere stof kunt aantonen.

Helder kalkwater is een indicator voor koolstofdioxide. Kalkwater is water met opgelost kalk. Je gaat verschillende praktijkopdrachten doen die te maken hebben met verbranding.
Koolstofdioxide is een gas in de lucht. Je kunt het niet zien en niet ruiken.
Helder kalkwater

Slide 6 - Tekstslide

Practica regels:   

  1. Je volgt de instructies op die je krijgt. 
  2. Je draagt een jas en bril. 
  3. Als je lang haar hebt, heb je je haar in een staart. 
  4. Je gaat zorgvuldig om met het materiaal. 
  5. Je doet de opdrachten zoals deze omschreven zijn. 
  6. Je gaat niet ‘spelen’ met spullen die je voor de praktijkopdrachten gebruikt.
  7. Je helpt opruimen als alle opdrachten gedaan zijn. 
  8. Verdeel de taken, bijna altijd vindt iedereen het leuk om een proefje uit te voeren


Slide 7 - Tekstslide

Opdracht 1: Verbranding bij een kaars (MH: blz. 96)



  • Zet het waxinelichtje op het schoteltje en steek het aan 
  •  Zet de jampot over het brandende waxinelichtje
  • Beantwoord de vragen op blz. 96

    >   Maak direct na de demo:  Van opdracht 1  vraag 1, 2 en 3. 
    >   Later maak je de twee vragen over de conclusies 


DEMO door de docent

Slide 8 - Tekstslide

Opdracht 2: Koolstofdioxide aantonen 
(MH: blz. 96 en 97)


      • Nummer de buizen 1 t/m 4 met de stift
      • In buis 1: een pinkdikte gekookt en afgekoeld water 
      • In buis 2: een pinkdikte mineraalwater met prik
      • In buis 3 én 4: een pinkdikte helder kalkwater 
      • Doe de inhoud van buis 1 bij buis 3 
      • Doe de inhoud van buis 2 bij buis 4 
      • Beantwoord de vragen op blz. 97

Pinkdikte

Slide 9 - Tekstslide

Opdracht 3: Koolstofdioxide bij een brandende kaars (MH: blz. 97, 98)
Eerst lees je wat je gaat doen.  

 ‘Jampotje 1’: 
Beantwoord van opdracht 3 voordat je het proefje doet vraag 1. Daarna:
  • Steek het waxinelichtje aan, plaats deze op de houder 
  • Laat de houder met brandend waxinelichtje vervolgens voorzichtig 
       zakken in het helderkalkwater in de jampot 
  •  Doe het afdekplaatje direct op het jampotje. Bekijk wat er gebeurt. 

Bij 'Jampotje 2' ga je de kaars Niet aansteken. Bekijk wat er gebeurt.
 > Maak heel opdracht 3. Welke conclusie kun je trekken? 

    Wij gebruiken een waxinelichtje en een houder
    lijkt een beetje rare opdracht 

    Slide 10 - Tekstslide

    Opdracht 8 
    Zuurstof in ingeademde en uitgeademde lucht


    Maak vraag 1, 2 en 3 van opdracht 8
    blz. 102 van je werkboek
    DEMO door de docent

    Slide 11 - Tekstslide

    Opdracht 9: Koolstofdioxide in- en uitgeademde lucht 
    (MH: blz. 102 en 103)
    In de gaswasfles zit een laagje helder kalkwater. 
    Één buisje zit in de vloeistof (B)
    Één buisje is eigenlijk geen buisje maar alleen een mondstuk (A)

    • Leerling 1 zuigt aan het mondstukje dat boven de vloeistof hangt:
         (Zuig aan A, deze hangt NIET in de vloeistof )
          > Maak van opdracht 9 op blz. 102 in het bovenste deel van de tabel 
    Daarna:
    •  Leerling 2 blaast door het buisje dat in de vloeistof hangt (buisje B)
            > Vul de rest van de tabel in (onderaan op blz. 102) en de vraag bovenaan blz. 103. 

      Zuig NIET aan B :(

      Slide 12 - Tekstslide

      Slide 13 - Video